Geen geld op de bank, wel artistieke vrijheid

Sinds de doorbraak van Eddy Terstall met vlotte relatiekomedies als Hufters & Hofdames en De Boekverfilming, is hij niet meer weg te denken uit de Nederlandse filmwereld. Na de romantische komedie Alberta in 2016 werd het echter enige tijd stil rond hem. Hoewel hij de laatste jaren ook voor derden schreef, zal de nadruk altijd op zijn eigen werk blijven liggen. Sterker nog: zijn komende filmproject Het Land van Johan belooft het magnum opus van zijn carrière te worden.

Eddy Terstall op de set van Alberta (foto Bertus van Vliet)

Het is een frisse lentedag in april als we elkaar ontmoeten op de Noordermarkt in de voor Terstall zo vertrouwde Amsterdamse Jordaan. Na met een kop koffie te hebben plaatsgenomen op de trappen van de Noorderkerk begint voetballiefhebber Terstall meteen te vertellen over zijn nieuwe filmproject Het Land van Johan, waarvan de titel inderdaad refereert aan de grote Cruijff. Terstall en mede-regisseur Erik Wünsch zijn momenteel druk bezig met de financiering. Oorspronkelijk zou Het Land van Johan een 11-delige serie worden. Aangezien de betrokken omroepen vanaf 2016 bot bleven vangen bij de NPO, werd door de producent, omroep BNNVARA en partner Mediamonks gekozen voor het filmepos. Het is nu de bedoeling dat het twee films van tweeënhalf uur per stuk worden, over Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw, à la het Italiaanse meesterwerk La Meglio Gioventu.

De financiering is echter nog niet helemaal rond – “Ook al zijn we al ver” – en dat terwijl er rond het einde van het jaar al gedraaid moet worden om de gedroomde release in 2022 mogelijk te maken. “We richten onze focus nu echt op de eerste film”, vertelt Terstall. “Of die tweede er komt, is van later zorg. De eerste film is ook een afgesloten film. Dit soort periodedrama is duur, dus de eerste film is reclame voor de tweede. In het eerste deel volgen we de belevenissen van drie jongemannen en de vrouwen in hun leven van 1966 tot 1990, met als verbindende schakel de diverse eindtoernooien op voetbalgebied. Daarom moet de film ook in de bioscoop te zien zijn rond het WK van 2022.”

Toen zag ik Zusje en dacht: ik wil alleen nog films maken waar ik zelf artistiek eindverantwoordelijk voor ben

Het Land van Johan gaat over drie mannen – twee Nederlanders en een uit Marokko afkomstige Berber. “De twee Hollanders – de een protestant, de ander katholiek – ontmoeten elkaar bij de Maagdenhuisbezetting van 1966. Ze worden allebei verliefd op dezelfde Surinaams-Nederlandse vrouw en gaan na verloop van tijd met zijn drieën samenwonen. De Berber komt ondertussen naar Nederland, in de jaren tachtig gevolgd door zijn gezin. De twee gezinnen worden op een gegeven moment buren en vermengen zich. Uiteindelijk wordt er in het tweede deel iemand geboren, die familie is van iedereen in de serie: de nieuwe Johan. Het eerste deel volgt de hippiegeneratie, het tweede deel volgt de nieuwe generatie, maar ook de ouder wordende hippiegeneratie.”  

Eddy Terstall (1964) behoort met twaalf zelfgeschreven en geregisseerde speelfilms (plus nog wat werk voor anderen) tot de vaste waarden van de Nederlandse film. De Jordanees studeerde sociologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, maar rondde beide studies niet af. In plaats daarvan werd hij belichter op filmsets, een beroep waarmee hij meer zou verdienen dan later als regisseur. Het weerhield hem er niet van om in 1992 te debuteren met de zelfgeschreven speelfilm Transit, over de lotgevallen van een stel Braziliaanse muzikanten in Amsterdam.

Hoewel hij zelf aangeeft nooit echt blij met de film te zijn geweest (“te sloom en te traag”), zijn veel elementen van de latere Terstall al zichtbaar: het (ogenschijnlijk) losse acteerspel, de makkelijk in het gehoor liggende dialogen en, vooral, het gemak waarmee hij een subcultuur in beeld brengt. “Ik werkte toen als tolk Spaans en Portugees en ik kende zoveel Brazilianen. De Braziliaanse gemeenschap was hier in Amsterdam toen veel groter dan nu. Er was sowieso al een grote instroom van mensen uit de hele wereld. Al die mensen hadden allemaal hun eigen reden om naar Nederland te komen en daar wilde ik iets over vertellen.”

Dat Terstall suggereerde dat je als buitenlander uit een niet-westers land makkelijk in het criminele circuit terechtkwam omdat een van de vijf personages drugshandelaar werd, werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. De recensies vielen echter mee en bovendien deed de film het ook goed op het festival van Sao Paulo. Daarna probeerde hij met Walhalla (1995) een satire op Belgische neonazi’s te maken. “Maar dat was echt een slechte film, en daar waren de recensenten het wel mee eens.”

Hufters en Hofdames, Babylon en De Boekverfilming heb ik gemaakt voor bedragen van 25.000 gulden

Terstall zette de neonazi’s te veel als lulletjes rozenwater neer, waardoor het gevaar bestond dat het publiek ook medelijden met ze kreeg. “Ik had toen nog een heel simplistisch wereldbeeld”, blikt Terstall terug. “Ik wilde van alles vertellen over dingen waar ik veel te weinig vanaf wist. Ik mocht hem ook niet zelf monteren, dat hielp ook niet. Een zes was het nooit geworden, maar dan had ik van een vier in elk geval nog wel een vijf kunnen maken.”

Geraakt door de kritiek en vooral het gebrek aan artistieke vrijheid, overwoog Eddy Terstall te stoppen met filmmaken. “Maar toen zag ik Zusje en dacht: ik wil alleen nog maar films maken die over dingen gaan waar ik echt wat over te vertellen heb en waar ik zelf artistiek eindverantwoordelijk voor ben. Als ik dan op mijn bek ga, dan ligt het alleen aan mij.”

Na verloop van tijd begon hij aan de relatiekomedie Hufters & Hofdames (1997), waarbij hij met mede-auteur Rolf Engelsma voor inspiratie vooral naar de liefdesperikelen binnen zijn eigen vriendenkring keek. “Ik moest leren om een kleiner verhaal te vertellen, over minder brandbare onderwerpen.”

Het vlotte en het bij vlagen hilarische Hufters & Hofdames leverde wijlen Marc van Uchelen een Gouden Kalf-nominatie voor beste acteur op. Twee jaar later nam Nadja Hüpscher het Kalf voor Beste Actrice in ontvangst voor haar rol in het zo mogelijk nog grappiger maar ook oprecht ontroerende De Boekverfilming.

Terstall stond in de tweede helft van de jaren negentig (samen met Robert-Jan Westdijk) bekend als de koning van de Nederlandse (super) lowbudgetfilm. “Hufters en Hofdames, Babylon en De Boekverfilming heb ik indertijd allemaal gemaakt voor bedragen van 25.000 gulden, die mijn toenmalige producent kon lospeuteren bij een connectie van de Postbank. Door die films heb ik geleerd om een narratief te ontwikkelen. Daarna, met Simon en Rent a Friend kon ik in praktijk brengen wat ik had geleerd.”

Bij Deal vertelde de editor me dat we elk shot gebruikt hebben in de film

Vanaf Hufters & Hofdames is hij ook altijd bij de montage aanwezig geweest? “Absoluut. Ik ben heel dwingend in de montage. Ik monteer tegenwoordig al heel veel in de camera, ook omdat ik vaak heel weinig tijd heb om te draaien. Het luistert heel nauw. Bij Deal vertelde de editor me dat we elk shot gebruikt hebben in de film. Maar ook daarvoor had ik al heel weinig ‘spill’, het gebeurt bijna nooit dat ik een deleted scene heb. Maar als auteur ben je dan ook van A tot Z betrokken.”

Wat zijn geheim is als schrijver? “Ik maak de films die ik zelf wil zien. Precies zo. Ik denk niet dat het publiek wezenlijk iemand anders is dan ik.  Er zijn genoeg mensen zoals ik en de bandbreedte van mijn smaak en interesse is breed genoeg om die mensen te bereiken.”

Wat komt eerst: plot of personages? “De plot interesseert me sowieso minder. Het gaat bij mij om mensen. Als er in een film een geheim of een mysterie moet worden onthuld, haak ik vaak meteen af. Schrijven begint voor mij met een groot idee. Met Hufters & Hofdames, de korte film-compilatie Babylon en De Boekverfilming wilde ik iets doen met onze vrije seculiere cultuur, op het gebied van softdrugs en de manier waarop mannen en vrouwen met elkaar omgaan. Dingen waar ik veel vanaf wist en waar ik over kon schrijven. Daar maakte ik toegankelijke films van die zich tegen die achtergrond afspelen. Het waren films die zich op jongeren richten en die veel op festivals werden vertoond.

Daar kregen we vragen als: waarom heeft een personage twee moeders? Hoezo kunnen homo’s met elkaar trouwen? En waarom gaan mannen en vrouwen zo los met elkaar om? Toen dacht ik: ik ga eens een film maken die al die vragen over Nederland beantwoordt. Maar nadat ik het script voor Simon had geschreven, ving ik vier jaar bot. Waarom is de een homo en de ander hetero? Kunnen ze niet beter verliefd zijn op elkaar? Waarom geef je aan het begin al het einde weg? Dat ging overal zo.”

Terstall was op een gegeven moment zo teleurgesteld dat het scenario niet omarmd werd dat hij tussendoor nog een nieuw script schreef: Rent a Friend. “Het grote idee van die film was: waarom is alles tegenwoordig vercommercialiseerd als merchandise? Toen kwam ik op vriendschap, als meest absurde wat je kan vermarkten. Toen bedacht ik het personage, dat door Marc van Uchelen werd gespeeld, als een kunstenaar die ruzie krijgt met zijn vriendin, die beweert dat geld verdienen heel moeilijk is, en nadat hij door haar is verlaten als kunstwerk een bedrijf begint dat zeer succesvol is om te bewijzen dat geld verdienen helemaal niet zo moeilijk is. Dat was een commentaar op ongebreideld kapitalisme. Het neoliberale algoritmekapitalisme.”

Toen dacht ik wel: ik zit nu op een houtje te bijten, en nu maken jullie mijn idee, maar dan met Kerstmis

Na Rent a Friend zijn er meerdere  films gemaakt die uit hetzelfde vaatje tappen. “Zelfs de NPO had onlangs de serie Kerstgezel, waarbij je met Kerstmis vrienden kon inhuren. Toen dacht ik wel: ik zit nu op een houtje te bijten, en nu maken jullie mijn idee, maar dan met Kerstmis. Die tien procent had ik best kunnen gebruiken om de huur te betalen. Of vraag me op z’n minst of het mag. Maar goed, een aantal jaren na Rent a Friend zag je allerlei bedrijfjes met vergelijkbare namen. Maar je moet ook de middelen hebben om dat soort dingen aan te pakken. En die had ik niet.”

Hoe dat kwam? “Rent a Friend was de eerste film waar ik salaris voor zou krijgen, 150.000 gulden, maar dat heb ik nooit gehad omdat de BV van de film failliet ging. En toen de mogelijkheid er was om het idee te exploiteren ging dat ook niet, omdat na het faillissement niet duidelijk was waar de rechten lagen. Niet bij mij, in elk geval. Ik heb me ooit laten afkopen met 10 procent van mijn salaris, dus 15.000 gulden. Sindsdien ben ik eigenlijk nooit meer echt uit de schulden gekomen.”

Financiële perikelen blijken als een rode draad door Terstalls carrière te lopen. Ook Simon, zijn meest succesvolle film, met vier Gouden Kalveren en 150.000 bezoekers, werd uiteindelijk voor de helft van het beoogde budget gemaakt. “Iedereen kreeg een half salaris, de helft van de draaidagen eraf, het hele art direction budget eruit. Wij wilden de Staatsliedenbuurt van de jaren tachtig een beetje mooi tot leven brengen, maar uiteindelijk film je alles in een hoek van twintig graden, waarin je alleen een auto en een bord kwijt kan, en pruiken leende je van Sjoerd Didden. Dat was jammer.

We zijn in best veel landen geweest, maar ik denk dat als we 10 dagen langer hadden gehad, en als we op 35 in plaats van 16 mm hadden kunnen draaien, dan had het bereik van de film nog veel groter kunnen zijn, ook internationaal. De iets mindere scènes zijn ook best wel vaak aan het einde van een dag gedraaid, scène zes of zeven, en dan zie ik ook dat we te weinig shots hadden, omdat we moesten stoppen als het licht te slecht werd. De film was natuurlijk behoorlijk succesvol, maar als maker weet je dat er meer in had gezeten.”

Na Simon, Rent a Friend en de episodenfilm Sextet (over de vrije seksuele Nederlandse moraal) wilde Terstall met Vox Populi (2008) een film maken over populisme in de Nederlandse politiek. “Het grappige is: toen ik de film schreef in 2001, was zelfs iemand als Rita Verdonk er nog niet. Ik had een politieke partij verzonnen, Hup Holland Hup, die was geënt op Forza Italia. Dus ik voorzag misschien wat er in Nederland zou kunnen gebeuren, maar zoals dat gaat, toen de film drie jaar later gemaakt werd was het meer een leuke terugblik.


Toch vind je in Vox Populi genoeg raakvlakken met nu. “De mannetjesmakerij in de film, die is in werkelijkheid alleen maar erger geworden. ‘Rood Groen, samen doen.’ Dat is eigenlijk een mix van D66 en Groen Links. Dat is al bijna hetzelfde partij. De partij van welgestelde linkse huizenbezitters, met een uitgebreid netwerk, die elkaar aan de beste banen helpen. Netwerk Nederland, noem ik het. Vijf procent van Nederland heeft een netwerk en probeert de andere 95 procent wijs te maken dat we hier, net als in Amerika, voornamelijk een wit-zwarttegenstelling hebben. Want dan blijven hun netwerken uit zicht.

In mijn beeld van Nederland, en dat is al zo sinds mijn jeugdjaren in de Jordaan, delen Remco en Achmed de werkvloer, zitten ze samen op dezelfde voetbalvereniging en maakten ze allebei kinderen. Ik vind Europa sowieso veel interessanter dan de VS. In Scandinavië, maar ook in Frankrijk, Duitsland en Italië vind je zoveel cultuur die wij hier met onze fixatie op Amerika al helemaal zijn vergeten. Dat is een van de redenen waarom ik na 2010 ook in andere Europese steden films heb gemaakt, zoals Meet me in Venice en Deal.”

Bij die laatste, in Barcelona opgenomen film kreeg Terstall hulp van zijn oom Hennie Cruijff. “Deal was eigenlijk bedoeld als korte film en hebben we gefinancierd met hulp van Cinecrowd. Het is mede een speelfilm geworden omdat de naam Cruijff in Barcelona nog altijd heel veel deuren opent. Hennie zorgde ervoor dat we heel veel gratis kregen of voor weinig. Ik denk dat we maximaal met 10 man op de set hebben gestaan. Iedereen kreeg 3000 euro. En toch is het een van mijn favoriete films, juist omdat de focus op de twee acteurs en hun relatie ligt. Bij film is minder vaak meer.”

De terugkerende financiële perikelen hebben ervoor gezorgd dat Terstall na de lichtvoetige romantische komedie Alberta in 2016 de laatste jaren vooral films voor anderen heeft geschreven, zoals het met een Gouden Film bekroonde Singel 39 en het nog te verschijnen Soof 3.

Is het schrijven van Soof 3 of Singel 39 anders dan zijn eigen werk? “Ja, want bij Soof is het verhaal er al. Daar is een synopsis van, dus dan kan ik meteen met het scenario beginnen. En dan ga ik wel met blokjes werken en het vertalen in scènes. Bij Soof 3 was het handig dat Anne de Clercq de regisseur was, want zij kende de personages door haar werk aan de serie al veel beter dan ik. Ik heb natuurlijk wel de films en de hele serie gezien, maar er waren genoeg momenten dat zij zei: laat mij maar even. Dan had ze vaak grappen of reacties die goed bij een personage pasten. En dan mailde ze daarna: wat denk je hier van? Zij heeft heel erg geholpen en flink meegeschreven.”

Schrijven voor anderen heeft voor Terstall een belangrijk voordeel. “Ik vind een synopsis schrijven moeilijker dan een scenario, want het begint voor mij pas te leven als ik personages hoor en zie praten. Dat is ook een worsteling als ik zelf iets moet indienen. Sommige plannen worden alleen maar op een soort pitchversie beoordeeld. Vaak willen ze ook niet meer lezen. dat is heel moeilijk. En dat zie je tegenwoordig ook wel een beetje aan de series en de films terug. De plots sluiten wel, maar er zit geen leven in de personages. Die worden dan ook pas beoordeeld na de toekenning. Terwijl voor mij een film meer is dan een plot. Meer dan een formule of een concept. Dat leeft niet. Iets gaat pas leven door hoe mensen kijken, denken en praten. Ik denk dat de meest legendarische scènes vaak wel losstaan van het plot. Of in elk geval op een bijzondere manier zijn ingevuld.” Zoals de scène met het sproeivliegtuigje in North by Northwest van Hitchcock?
 “Ja.”

Hoe vindt hij eigenlijk dat het in Nederland gaat op filmgebied? “Dat vind ik moeilijk om te zeggen, omdat ik heel erg op mijn eigen werk gefocust ben. Objectief denk ik dat het pas echt goed gaat als onze films en series net zoveel gezien en verkocht worden als Deense en Zweedse producties. Dat is nu nog niet het geval, dus zal de kwaliteit wel minder zijn. Ik ga ervan uit dat er hier niet meer of minder talent is dan in Denemarken, vanwege een vergelijkbare bevolkingsopbouw, dus dan zal het toch wel aan het systeem liggen. Dat is te gesloten. Het is nu te veel met wie je producent een werkverleden heeft. Het gaat vooral teveel om ‘bewezen concepten’ terwijl goede cinema vaak het resultaat is van risico nemen.”

Wat zoek je?