Een tuinier of architect: welke schrijver ben jij?

In de film Dead Poets Society (1989) geeft leraar Engels John Keating (Robin Williams) zijn leerlingen de opdracht een gedicht te schrijven dat ze een week later zullen moeten voordragen. Voor de introverte en diep onzekere Todd Anderson (Ethan Hawke) betekent dit geen creatieve uitdaging, maar een week van verlammende spanning. Hij probeert het wel, hij schrijft, krast door, begint opnieuw, maar iedere poging eindigt als een prop papier in de prullenbak. We zien het niet in de film, maar we vermoeden slapeloze nachten. Wanneer het moment suprême aanbreekt, moet hij Keating bekennen dat hij niets heeft om voor te dragen.

Robin Williams in Dead Poets Society (foto MoviestillsDB)

Todds perfectionisme heeft weinig met ambitie te maken; het is eerder een verdedigingsmechanisme. Liever niets inleveren dan falen in het openbaar. Keating doorziet dat onmiddellijk. “Mister Anderson thinks everything inside him is worthless and embarrassing,” zegt hij tegen de klas, om er direct aan toe te voegen dat hij het daar niet mee eens is. Dat Todd wel degelijk iets te zeggen heeft. Dat er iets in hem zit dat gehoord moet worden.

Eerder noemde hij Todd een mol, maar nu staat hij niet meer toe dat hij zich verstopt. Op het schoolbord schrijft Keating een regel van Walt Whitman: “I sound my barbaric yawp over the rooftops of the world.”Vervolgens haalt hij Todd naar voren en daagt hem uit een yawp – een oerkreet – te laten horen. “Yawp,” zegt Todd bijna fluisterend. Keating neemt daar geen genoegen mee. Hij daagt hem uit, provoceert hem, voert de druk op. Voert de druk zo hoog op dat ergernis, nee, woede het overneemt van nervositeit en Todd het uiteindelijk uitschreeuwt: “YAWP!”

Todd wil gaan zitten maar Keating is nog niet klaar. Hij laat Todd naar een portret van Whitman kijken en vraagt hem waar de oude bebaarde man hem aan doet denken. “A madman,” zegt Todd aarzelend. Keating vraagt door. Wat voor soort gek? Wat ziet hij? Wat voelt hij? Todd begint te improviseren. Zinnen komen, half gevormd, dan steeds vloeiender. Hij vergeet zijn klasgenoten. Hij vergeet zijn schaamte. Hij associeert, fantaseert, improviseert. Wat begint als stuntelen eindigt in een onverwachte, originele eruptie, een mooi gedichtje. De klas applaudisseert. Keating kijkt Todd aan en zegt: “Don’t you forget this.”

Die scène wordt vaak gelezen als een ode aan spontaniteit. Aan creativiteit als iets dat vrijkomt wanneer je de rem loslaat. Wanneer je niet langer probeert het goed te doen, maar simpelweg doet. Todd komt niet tot een gedicht via planning of analyse, maar via associatie. Hij wordt, in dat moment, een tuinier.

Architecten en tuiniers

George R.R. Martin, schrijver van de Game of Thrones-reeks, introduceerde ooit het onderscheid tussen twee type schrijvers: architects and gardeners. Architecten beginnen met een blauwdruk. Ze ontwerpen eerst de structuur, het geraamte, het skelet van het verhaal. Ze weten waar het verhaal begint, waar het eindigt en welke dramatische functie elke scène vervult. Ze denken in termen als inciting incident, midpoint, crisis, climax. Ze stellen vragen als: wat is het centrale conflict? Wat is de karakterboog? Waar ligt het point of no return?

De architect staat in een lange traditie die teruggaat tot Aristoteles maar waar ook Syd Field en Robert McKee toe behoren. Voor de architect is controle geen vijand van creativiteit, maar een voorwaarde. Structuur is geen keurslijf, maar de begrenzing waarbinnen je je creatief kunt uitleven. Een goed geconstrueerd verhaal heeft geen overbodige scènes, geen uitwaaierende plotlijnen, geen toevallige ontwikkelingen die nergens toe leiden. Het voordeel: een strakke spanningsboog en een kleinere kans dat je ergens tegen het einde van de tweede akte vastloopt zonder te weten hoe je het verhaal moet afronden. Want dat vastlopen op die plek, terwijl de deadline nadert, betekent dat niet het hoofdkarakter, maar de schrijver zelf in een deep shit point zit…

De tuinier begint met een zaadje. Een personage. Een beeld. Een dialoog. Er wordt iets geplant, maar wat eruit groeit is nog onbekend. De tuinier ziet schrijven als ontdekken. Hij weet niet precies waar het verhaal naartoe gaat, heeft soms zelfs geen idee van een volgende scène. Personages nemen onverwachte beslissingen. Zijpaden ontstaan. Een subplot blijkt interessanter dan het hoofdverhaal. Aaron Sorkin vergelijkt het met een pad banen door de duisternis, met alleen een zaklamp waardoor je hooguit een paar meter zicht hebt.

De architect vertrouwt op ontwerp. De tuinier vertrouwt op groei.

Todd Anderson is in de yawp-scène dus overduidelijk een tuinier. Zodra hij stopt met proberen het juiste te doen, begint er iets te stromen. Niet omdat hij een schema volgt, maar omdat hij reageert. Keating helpt hem niet met een outline, maar dwingt hem tot improvisatie. Hij dwingt hem uit zijn hoofd en in zijn verbeelding.

Keating heeft het zelf ook niet zo op schema’s. Aan het begin van het schooljaar laat hij een leerling de inleiding uit hun lesboek (Understanding Poetry) voorlezen, waarin poëzie wordt gereduceerd tot een formule. Kwaliteit zou meetbaar zijn via een grafiek van ‘perfection’ versus ‘importance’. Keating onderbreekt de analyse abrupt en beveelt de verbijsterde leerlingen de inleiding uit het boek te scheuren. Kunst laat zich niet in grafieken vangen.

Rebellie tegen conformisme

Dead Poets Society presenteert creativiteit als rebellie tegen conformisme. Als een bevrijding van systemen. Als iets dat ontstaat wanneer je durft te luisteren naar je eigen stem. De film suggereert dat creëren niet een kwestie is van hard werken en structureren, maar van durven.

Maar het leuke is, o ironie, dat de film een pleidooi lijkt voor tuinieren maar zelf een voorbeeld is van architectuur. Dramaturgisch is Dead Poets Society zorgvuldig opgebouwd. Keating maakt iets los bij verschillende leerlingen die allemaal een grote dan wel kleinere boog hebben, die thematisch bij elkaar passen, een duidelijke opbouw, een escalatie van conflict, een tragische ontknoping. Todd Anderson begint als een mol maar eindigt als een rebel die tijdens de les tegen de wil van een strenge docent in op een tafel gaat staan. Een en al constructie. De rebellie tegen structuur is zelf strak gestructureerd. Misschien verklaart dat ook wel de populariteit van de film, voor zowel tuiniers als architecten is het een inspiratiebron.

Billy Wilder: doorwrocht bouwwerk

Een uitgesproken architect was Billy Wilder. Hij geloofde heilig in structuur en had een hekel aan ‘los zand’. Iedere scène moest een functie hebben. Iedere grap moest bijdragen aan karakter of plot. In films als The Apartment is de constructie voelbaar. Hoewel de film sprankelend is, licht verteerbaar zogezegd, is het een doorwrocht bouwwerk.

Jack Lemmon in The Apartment (foto MoviestillsDB)

Doorwrocht bouwwerk, je hoort de tuinier gapen (yawn!), maar toch was het motto van Billy Wilder: “Never be boring”. Misschien was dat construeren niet altijd even opwindend, maar het resultaat moest dat wel zijn. De kijker mocht zich niet vervelen. De lol die de kijker ervaart, is het gevolg van geploeter achter de schermen.

Veel scenarioschrijvers zijn, al dan niet vrijwillig, architecten. Ook iemand die misschien diep vanbinnen een tuinier is, zal ‒ als een fonds of producent daarom vraagt ‒ een synopsis of een treatment moeten schrijven. In The 101 Habits of Highly Successful Screenwriters wordt aan vijftien screenwriters gevraagd of ze aan treatments doen, slechts eentje antwoordt niet met een volmondig “ja”. Eric Roth (The Insider) is “not a big outliner. I’ll outline two or three scenes ahead. When I get to the fourth scene, I’ll know what the next three or four are.” Terry Rossio (Pirates of the Caribbean) behoort tot de andere veertien en is het meest uitgesproken: “All writers outline.”

Charlie Kaufman: reis naar het onbekende

Wat natuurlijk onzin is. Neem Charlie Kaufman: “There’s this inherent screenplay structure that everyone seems to be stuck on, this three-act thing. It doesn’t really interest me. To me, it’s kind of like saying, ‘Well, when you do a painting, you always need to have a sky here, the person here and the ground here.’ Well, you don’t. The way I write is very much without kind of a goal. I have something I am interested in and then I decide I am going to explore it. I don’t know where the characters are going to, I don’t know what the movie is going to do or what the screenplay is going to do. For me that’s the way to keep it alive.”

Voor Kaufman houdt de onzekerheid het werk levend. De zoektocht ís het werk. In zijn film Adaptation is hij ‘zelf’ het hoofdkarakter, een scenarioschrijver die een hekel heeft aan ‘formule-schrijven’. Zijn broer wil plots ook scenarioschrijver worden – om te beginnen door een seminar van Robert McKee te bezoeken.

Charlie Kaufman (tegen zijn broer): “Look, my point is, those teachers are dangerous if your goal is to do something new. And a writer should always have that goal. Writing is a journey into the unknown, not building a model airplane.”

Nicolas Cage in Adaptation (MovieStillsDB)

Kaufman is extreem in zijn opvatting, zoals Keating dat is, en daarom zijn het fijne personages, maar in realiteit zijn de meeste schrijvers een soort hybride. Zelfs de meest intuïtieve schrijver redigeert. Zelfs de meest gestructureerde schrijver improviseert binnen scènes. Het onderscheid zegt misschien meer over hoe iemand begint dan over het eindproduct.

Wat de scène met Todd laat zien, is dat creativiteit blokkeert wanneer angst regeert. Todds probleem is niet gebrek aan structuur, maar verlamming. Hij probeert het perfecte gedicht te schrijven en schrijft daarom niets. Keating doorbreekt die impasse niet met techniek, maar met provocatie. Hij dwingt Todd om te handelen vóór hij kan denken. Maar stel dat Todd na die scène een bundel zou willen publiceren. Dan zou hij waarschijnlijk moeten herschrijven. Moeten schrappen. Moeten ordenen. Het tuinieren alleen is niet genoeg.

Een beetje van allebei

De meeste (ervaren) schrijvers zijn het ene moment tuinier en dan weer architect. Je begint als tuinier – open, onderzoekend, niet-wetend – en eindigt als architect – kritisch, selecterend, vormgevend. Of andersom: je begint te ontwerpen als architect om tijdens het schrijven ruimte te laten voor onverwachte invallen.

De metafoor van Martin is aantrekkelijk omdat ze helderheid suggereert. Je bent het een of het ander. Maar in de praktijk is het onderscheid vloeibaar. Schrijven is geen ideologische keuze, maar een proces. Soms heb je structuur nodig om niet te verdrinken. Soms moet je die structuur loslaten om iets nieuws te vinden.

Truman Capote kreeg in een interview met Paris Review de vraag of hij het boek helemaal in zijn hoofd ordent voor hij begint te schijven, of dat het zich gaandeweg ontvouwt en Truman zichzelf verrast. Hij antwoordde dat voor hem allebei gold. Dat hij altijd de illusie had dat de hele voortgang van zijn verhaal, het begin, midden en eind, zich gelijktijdig in zijn hoofd afspeelde – dat hij het in één flits voor zich zag. Maar tijdens het uitwerken, het uitschrijven, deden zich oneindig veel verrassingen voor. “Thank God, because surprise, the twist, the phrase that comes at the right moment out of nowhere, is the unexpected dividend, that joyful little push that keeps a writer going. At one time I used to keep notebooks with outlines for stories. But I found doing this somehow deadened the idea in my imagination. If the notion is good enough, if it truly belongs to YOU, then you can’t forget it… it will haunt you till it’s written.”

Wat zoek je?