De Visser-Neerlandiaprijs – Ontleding van een anonieme wedstrijd
Sinds 2012 reikt het Algemeen-Nederlands Verbond de Visser-Neerlandiaprijs voor Scenario uit. Wat behelst die prijs precies, waar let de jury op en hoe is het om de prijs te winnen? Stafmedewerker Jenny Bleijenberg, jurylid Eric Taelman en de meest recente winnaar Bert Bouma geven antwoord.
Jenny Bleijenberg is al sinds 1997 stafmedewerker van het ANV, het Algemeen-Nederlands Verbond. Het ANV is een Nederlands-Vlaamse vereniging voor taal, cultuur en maatschappij opgericht in 1895, met een afdeling in Nederland en Vlaanderen en het heeft een Nederlands-Vlaams bestuur. Het is ooit begonnen in Brussel, daarna verhuisd naar Dordrecht en tegenwoordig zitten ze in Den Haag.
Kun je iets vertellen over de Visser-Neerlandiaprijzen en de Scenarioprijs?
Jaarlijks worden door het ANV de Visser-Neerlandiaprijzen uitgereikt in verschillende disciplines die mogelijk worden gemaakt door het gelijknamige fonds, gevormd uit de nalatenschap van mr. Herman Visser, die in de Tweede Wereldoorlog de helft van zijn vermogen aan het ANV naliet. Hieruit zijn de Visser-Neerlandiaprijzen voortgekomen, waarvoor het publiek voordrachten kan doen. Daarnaast was het de wens van Herman Visser om een compositie en een toneelspel te belonen. Hij had ook bepaald dat de inzendingen anoniem moesten worden beoordeeld. De eerste werden uitgereikt in 1955. In de jaren daarna zijn er toneelstukken van onder anderen Hella Haase en Cees Nooteboom beloond en gaandeweg werd er ook een prijs voor televisiespel en hoorspel aan toegevoegd.
Op een gegeven moment zei toenmalig jurylid Marieke van der Pol dat ze nog een ongebruikt scenario op de plank had liggen en dat dat bij collega’s ook het geval moest zijn. Niet lang daarna werd een wedstrijd voor scenario’s voor nog te produceren Nederlandstalige speelfilms uitgeschreven, zodat in 2012 de eerste Visser-Neerlandiaprijs voor Scenario op het Filmfestival Oostende kon worden uitgereikt.
De plaats van uitreiking is het ene jaar in Nederland (op de Dag van het Scenario op het Nederlands Film Festival) en het andere in Vlaanderen (inmiddels op het Filmfestival Gent).
Er is een deadline, dit jaar op 1 mei. Wat gebeurt er daarna met de inzendingen?
Er zijn vijf juryleden, die allen in het vak werkzaam zijn. In 2026 bestaat de jury uit voorzitter Ruud van Gessel (producent), Claire van Daal (hoofd publieksprogramma Nederlands Film Festival), Raf Njotea (scenarioschrijver) Patrice Toye (regisseur) en Eric Taelman (regisseur). Zij lezen ieder twee scenario’s die ze met een plus, plus/min of een min beoordelen met een inhoudelijk commentaar, waarna in overleg een selectie wordt gemaakt voor een tweede ronde. Deze scenario’s worden door een derde jurylid gelezen. Uiteindelijk worden vijf tot zes scenario’s besproken in het jury-overleg, scenario’s die door iedereen gelezen zijn.
Hoeveel inzendingen zijn er ongeveer?
In 2025 waren dat er meer dan gemiddeld, 65 inzendingen, maar meestal zijn het er rond de 45. En daar zitten grote namen tussen met al een heel cv, maar ook beginnende schrijvers die bijvoorbeeld net van een opleiding afkomen of nog een cursus volgen. Overigens doet niet iedereen mee om te winnen, er zijn schrijvers die graag een beoordeling willen van hun scenario en die vooral benieuwd zijn naar het commentaar van de jury. Iedereen krijgt namelijk een kort oordeel over het ingeleverde scenario – en tegenwoordig laten we inzenders ook weten tot hoever ze in de wedstrijd zijn gekomen. Wie het jury-overleg gehaald heeft, is eigenlijk genomineerd voor de hoofdprijs. Niet onbelangrijk: deelname aan de wedstrijd is gratis.
En hoe ging het verder met de winnende scenario’s?
Tot nu hebben drie scenario’s tot een verfilming geleid. En sommige scenario’s zitten nog in het productieproces en zullen wellicht ooit gerealiseerd worden. Maar los daarvan wint de winnaar 7.500 euro, wat een steun in de rug kan zijn bij het verder ontwikkelen van het scenario of bij het schrijven van een nieuw scenario.

Eric Taelman is een Vlaams regisseur en creatief producer. Hij regisseerde onder meer FC De Kampioenen en Witse. Eric is al jaren een van de juryleden.
Er zijn wel meer wedstrijden in de filmwereld natuurlijk, maar bijzonder aan deze wedstrijd is dat de jury niet weet wie het script geschreven heeft. Heeft deze anonimiteit invloed op hoe je een script leest?
Ik ken veel schrijvers en dus herken ik soms wel de stijl, soms heb ik het script ook eerder gelezen, maar dat zijn uitzonderingen. Ik vind het een pluspunt om het in de anonimiteit te lezen, je hebt geen referentie naar eerder werk en kunt puur dit script, dit verhaal beoordelen op basis van wat het is.
Schrijvers hebben er wel eens voor gepleit dat het Filmfonds ingediende scripts anoniem zou moeten lezen. Hoe sta jij daar in?
Wel, het Filmfonds oordeelt ook in functie van productie, van verdere uitwerking. Je krijgt een scenario binnen, en dan zijn er altijd aandachtspunten. Als het een script is van een schrijver met ervaring, en we kennen zijn werk, en hij is er altijd in geslaagd om met de aandachtspunten aan de slag te gaan – dan heb je daar meer vertrouwen in dan bij een onbekend iemand met zijn eerste script. Ik denk dat bij het Filmfonds de naam dus meer een rol speelt, maar in het geval van een wedstrijd als deze speelt dat helemaal niet.
Een deelnemer moet niet alleen een script maar ook een synopsis en logline meesturen. Kun je een script niet beter beoordelen als je van tevoren echt geen idee hebt waar het over gaat?
Vroeger vroegen we niet om een synopsis en logline maar soms kregen we scripts binnen die kant noch wal raakten. Een schrijver die een logline en synopsis moet schrijven, wordt gedwongen om na te denken over de thematiek, moet kernachtig leren formuleren waar het verhaal over gaat.
Wat is het allereerste waar je op let als je een script begint te lezen? Is er iets op pagina één waar je al op kunt afknappen?
Ja, als het niet helder is geschreven. Dat je na een paar pagina’s moet beginnen terug te bladeren: wie is wie, om iets te noemen. Dan verlies je gelijk je aandacht een beetje. Het belangrijkste vind ik dat je een duidelijk aandachtspunt hebt vanaf pagina één – met wat wil je als schrijver de lezer vastgrijpen en hoe wil je de lezer meenemen in jouw verhaal. En als dat niet lukt dan wordt het lezen meestal een lange zit. En als het wel meteen op gang komt, dan gaat het meestal gaandeweg het script ook wel goed.
In Hollywood zeggen professionele scriptlezers vaak dat ze binnen tien pagina’s al kunnen bepalen of een script kansrijk is of volkomen kansloos. In het laatste geval stoppen ze meestal met lezen. Herken je dat?
Ja, dat komt inderdaad voor. Als jurylid kan je na tien pagina’s het gevoel hebben: dit gaat waarschijnlijk niet meer goed komen, omdat er te veel aandachtspunten zijn. Tegelijk beloven we serieuze feedback te geven. Daarom lees ik een script altijd tot het einde. Zelfs wanneer het lastig leesbaar is, ga ik door, zodat de feedback die de auteur ontvangt in elk geval ergens op gebaseerd is en hopelijk ook echt nuttig kan zijn.
Er wordt onder makers wel eens geklaagd dat genrefilms en high-conceptprojecten in Nederland minder hoog worden aangeslagen dan, laten we zeggen, meer karakter gedreven verhalen. Gaat jullie voorkeur daar ook meer naar uit?
Dat denk ik niet. In de besprekingen gaat wel veel aandacht uit naar de ontwikkeling van de karakters – omdat het karakter de kijkers toch meeneemt in de film. Dus in die zin, ja, maar we hebben al heel verschillende scenario’s, qua genre, bekroond. Soms zijn het kleine films, soms zijn het kinderfilms, of auteursfilms. Het script van de laatste winnaar, Krimp van Bert Bouma, is eigenlijk meer high concept, heel Fargo-achtig.
Nemen jullie bij de beoordeling van de scenario’s ook mee of het te financieren is? Of dat er bijvoorbeeld een doelgroep voor is?
We kijken puur naar het scenario, we zijn in principe helemaal niet bezig met de productionele realiteit van iets, of het kan worden gemaakt of niet. Dat speelt voor deze prijs eigenlijk helemaal geen rol.
Komt het voor dat juryleden sterk van mening verschillen over een scenario?
Niet zo vaak. Wat wel voorkomt, is dat we verschillende valabele inzendingen hebben. Dan denk ik bijvoorbeeld aan het laatste jaar, toen waren er verschillende scripts die echt heel goed waren, dan is het moeilijk kiezen. En dan wordt er vrij veel gedebatteerd en geargumenteerd, maar dat is niet omdat er heel veel voor of tegen een script is. Dan is het gewoon een moeilijke keuze, en we hebben maar één prijs natuurlijk.
Is er een verschil tussen Nederlandse en Vlaamse scenarioschrijvers?
Ja, ja, vind ik wel. De Vlaamse scripts hebben meestal meer subtekst, terwijl de Nederlandse scripts uitgesprokener zijn, er wordt meer gezegd wat er is en wat er niet is.
Dat klinkt als een pluspunt voor de Vlaamse schrijvers.
Dat is niet noodzakelijk zo. Soms verdwijnt er ook te veel, wordt niets goed genoeg uitgewerkt, blijft het te vaag, is er bijvoorbeeld te weinig conflict.Ik bedoel het niet als pluspunt, maar er is wel een cultureel verschil. Vlamingen zijn misschien wat minder rechttoe rechtaan in de omgang dan Nederlanders en dat reflecteert zich ook in de personages die de schrijvers creëren – al kan ik zo schrijvers noemen die het tegendeel bewijzen, dus ik wil oppassen met generaliseren.
Wat zou je als schrijftip willen meegeven aan schrijvers die een script in willen sturen?
Als gezegd, probeer de synopsis en de logline helder neer te zetten, dat het al de essentie van je verhaal bevat. Dat is ook het beste startpunt voor de schrijver om aan het script te beginnen. Zorg ervoor dat de lezer in de eerste vier, vijf pagina’s op een bepaalde manier vastgegrepen wordt. En je moet de lezer op een af andere manier verrassen. Dat is belangrijk, zeker in het huidig medialandschap. Je moet toch ofwel met een unieke stem, of met een unieke set gebeurtenissen of een uniek kader de lezer vastpakken met iets – dat een jurylid denkt: dat heb ik nog niet gezien, ik wil doorlezen, ook al weet ik misschien niet onmiddellijk waar dit naartoe gaat. Een script dat verrast, dat een zeker frisheid heeft, een script geschreven door een schrijver met een authentieke stem.

Bert Bouma is de meest recente winnaar van de ANV Visser Neerlandia-prijs. Krimp gaat, zo vertelt hij,over twee middelbare broers die een rijdende winkel hebben, een soort SRV-wagen, in een krimpgemeente in het aardbevingsgebied in Groningen. Maar die winkel levert niet meer genoeg inkomen op voor allebei, dus een van de twee moet er mee stoppen – op welke manier dan ook…
Was dit de eerste keer dat je meedeed met deze wedstrijd?
Ja, ik ben met dit script, samen met regisseur Elbert van Strien en producent Claudia Brandt, jarenlang in alle stadia van ontwikkeling tegen muren opgelopen bij het Filmfonds. We hebben wel een keer geld gekregen voor treatment-ontwikkeling, geloof ik, maar werden steeds afgewezen en zijn uiteindelijk in wederzijds onbegrip uit elkaar gegaan. Ik kreeg elk jaar via het Auteursfond een melding over de Visser Neerlandia-prijs en Elbert stelde op een gegeven moment voor om het in te sturen.
Dus het script was al af?
De laatste versie was misschien een half jaar oud en we vonden dat wat er lag gewoon goed was. En het ging ons niet eens om winnen, we waren op zoek naar een soort van cleane feedback. Daarom is het ook zo leuk dat het anoniem moet worden ingeleverd. Ik begreep dat Jenny [Bleijenberg] zelfs de titels van de scripts haalt, zodat de jury niet kan achterhalen dat het project bijvoorbeeld al bij het Fonds heeft gelegen, ze gaan daar dus ontzettend zorgvuldig mee om.
Jurylid Eric Taelman vergeleek het scenario met Fargo.
Ja, wat het ook is, een soort polder-Fargo. Het was heel leuk dat de jury alles wat wij er in gestopt hadden, wat we bedoeld hadden, eruit haalden – en in alle euforie was het ook wel frustrerend met betrekking tot wat we bij het Filmfonds hadden meegemaakt. Dat het steeds maar weer niet werd begrepen.
Wat heeft de prijs concreet betekend voor de richting van het project?
Ik had al met Elbert afgesproken: als we winnen gaat het geld naar de productie. We willen nu van het gewonnen geld een scène, of scènes, draaien, met de bedoeling hiermee bijvoorbeeld streamers geïnteresseerd te krijgen. Dat we dus meer hebben dan alleen een script. Elbert is nu een soort van precasting aan het doen.
Kortom, het is een aanrader om mee te doen aan deze wedstrijd?
Ja, dat anonieme spreekt mij echt heel erg aan. Ik heb al vaak gezegd, misschien moet er gewoon eens standaard anoniem ingediend worden bij het Filmfonds en omroepen, gewoon vier A-viertjes, en dan alle namen eraf – ik denk echt dat anoniem indienen een andere selectie aan projecten op gaat leveren. Het doet er te vaak toe wie er aan verbonden zijn.
Eric Taelman zegt dat als een gearriveerde schrijver een script instuurt dat nog niet helemaal af is, je als filmfonds toch eerder geneigd bent om groen licht te geven, omdat je weet: dat komt wel goed.
Als ik een heel dialogerig script krijg zonder naam erop of er staat Woody Allen op, ja natuurlijk kijk je er dan anders naar – maar toch heb ik het idee dat het vaak omgekeerd gebeurt, een project wordt goedgekeurd op basis van een naam, of namen. Er is natuurlijk weinig geld, er moet worden gekozen. De namen komen er natuurlijk snel genoeg bij maar voor de eerste stap in zo’n proces – ik zou dat weleens willen zien…
Tot slot, denk je dat je nog eens mee gaat doen aan de wedstrijd?
Ik heb nog een script liggen. Ik zit weer in zo’n traject en ben nu aan het herschrijven, maar ik heb wel zoiets van: ja, misschien stuur ik het ook wel weer naar Jenny.
