Buiten de landsgrenzen (1): David Verbeek
Nederlandse filmmakers kijken steeds vaker voorbij de eigen landsgrenzen. De al langer internationaal opererende David Verbeek maakte met het in een dystopische toekomst spelende The Wolf, the Fox and the Leopard zijn meest indrukwekkende productie tot nu toe, terwijl Rosanne Pel in Duitsland haar imponerende tweede speelfilm Donkey Days maakte. Het zijn films die uitblinken door hun eigenzinnigheid, en bovendien opvallen binnen het wereldwijde arthouse-circuit. Het gesprek met Rosanne Pel vind je hier, nu eerst David Verbeek.
David Verbeek heeft in de afgelopen twee decennia een rijk en gevarieerd oeuvre opgebouwd. Sinds zijn debuutfilm Beat (2004) is hij een graag geziene gast in het arthouse-circuit, met o.a. de selectie van R U There (2010) voor het Un Certain Regard-programma van Cannes als opvallend wapenfeit. Ook zijn negende speelfilm, The Wolf, the Fox and the Leopard, die in de competitie van Tribeca in première ging, is alweer meer dan een jaar op allerlei internationale filmfestivals te zien. In dit sprookjesachtige drama met apocalyptische trekjes speelt Jessica Reynolds een jonge, bij een roedel wolven opgegroeide vrouw, die door twee andere buitenbeentjes (bijgenaamd de Vos en het Luipaard) op een verlaten olieplatform wordt voorbereid op een terugkeer naar de reguliere burgermaatschappij, die door klimaatverandering ernstig wordt bedreigd. De film is sinds vorige week in de Nederlandse bioscopen te zien.
We spreken elkaar via WhatsApp. Waar ben je nu?
“In Taiwan. Ik woon ook nog in Amsterdam, maar ik ben getrouwd met een Taiwanese, dus ik ben ook veel hier. Dat bevalt heel goed.”
Hoe ben je op het idee gekomen voor The Wolf, the Fox and the Leopard?
“Het begon ermee dat ik een fascinatie heb voor kinderen die in het wild opgroeien. Dus niet verwilderd zijn, want ze zijn nooit beschaafd geweest, maar gewoon wild. Dat is een heel oud gegeven, dat al in allerlei Romeinse legendes zit. En waar ook veel films over gemaakt zijn, zoals The Enigma of Kaspar Hauser van Werner Herzog, uit 1974. Daarnaast ben ik als filosoof altijd al geïnteresseerd geweest in nature versus nurture, en wat ons tot de mensen maakt die we zijn, maar tegelijkertijd ben ik als maker ook op zoek om iets te maken wat ook relevant is in het nu.”
De film lijkt onder meer geïnspireerd door de klimaatcrisis.
“Ik had dit idee al twaalf jaar geleden, dus lang voordat alle huidige oorlogen begonnen. De ironie is dat het met de aarde op de langere termijn steeds meer de verkeerde kant opgaat, maar dat je het steeds minder tegenkomt in de headlines, omdat er zoveel urgentere dingen tegelijk aan de hand zijn.
Daarmee is die ecologische dreiging echter niet weg, inclusief het gevoel dat ons perspectief op een gezonde toekomst langzaam maar zeker uit beeld verdwijnt. Dat idee wilde ik combineren met het archetypische verhaal van het wolfskind, dat wordt gevonden door mensen, die zich om haar willen bekommeren en ervoor willen zorgen dat ze, tussen aanhalingstekens, normaal wordt. Of zich in elk geval aan ons aanpast, omdat wij nu eenmaal het idee hebben dat wij een wereld hebben gecreëerd die voor mensen beter is dan wat je in de wildernis aantreft.”

Wat de interessante vraag oproept of de mens wel de geschikte hoeder van de aarde is of dat de aarde misschien beter af zou zijn zonder de mens.
“Voor mij is de mens slechts een van de vele diersoorten op aarde. We zijn echter allemaal opgegroeid met verhalen waarin de mens centraal staat. De mens is echter bepaald niet zaligmakend, dus misschien moeten we eens af van dat waanidee. Mede daarom heb ik ervoor gekozen om de film te beginnen met een valse protagonist, die alle zorgen deelt die mensen momenteel kunnen hebben, van klimaatverandering tot de opkomst van AI. En net als je denkt: dat is interessant, die jongen gaan we volgen, dan wordt hij door de wolven opgepeuzeld, kantelt het perspectief en stel ik de vraag: als wij er zo’n potje van hebben gemaakt, waarom zouden we dan verwachten dat zo’n wolvenkind zich aan ons aanpast?”
In The Wolf, the Fox and the Leopard moet actrice Jessica Reynolds zich inleven als wolf. Hoe is dat proces in zijn werk gegaan?
“Het begon met de realisatie dat als ik hier niet de perfecte persoon voor zou vinden, of in ieder geval iemand die op heel veel vlakken geschikt voor was, het eigenlijk geen zin had om de film te maken. Want het is zo’n moeilijke rol, in fysiek en mentaal opzicht. Dus het castingproces was erg uitgebreid. We hebben in de hele Benelux en ook in Engeland, Ierland en Duitsland mensen screentests in laten sturen en ik heb echt vele honderden castingvideo’s bekeken tot we bij de Ierse Jessica Reynolds uitkwamen. Zij bleek een ongelooflijk goede en charismatische actrice. Tegelijk wilde ik iemand die nog niet bekend is. Ik wou niet dat je iemand herkent van, o, het is Emma Stone, die nu een wolvenvrouw speelt. Jessica Reynolds is inmiddels ook met andere rollen doorgebroken, maar toen we dit alweer tweeënhalf jaar geleden draaiden had nog bijna niemand van haar gehoord.”
Maar toen was je er nog niet, denk ik. Ik kan me voorstellen dat op het moment dat je zo’n rol schrijft je ook de verplichting aangaat om het allemaal geloofwaardig te maken.
“Klopt. De hele voorbereiding heeft een half jaar geduurd. Om te beginnen ging ze met een bewegingscoach aan de slag om best wel snel op handen voeten te kunnen rennen. Daar moet je schouders en polsen heel goed op voorbereiden. Ook moest ze goed met grote honden kunnen omgaan. Ze bleek thuis opgegroeid met honden en had een half jaar eerder een hond verloren waar ze er nog erg verdrietig over was. Dus die band was heel sterk. We hebben ook met een spraakcoach gewerkt, omdat haar personage diverse stadia doorloopt waarin ze steeds anders klinkt. Van grommen naar nog niet gewend om te praten, naar al iets welbespraakter.”
En de wolven?
“Die hebben we in Duitsland gevonden. Daar wonen een stel dierentrainers, met twee roedels wolven in de bossen bij Hamburg. Daar zijn we meerdere malen met Jessica naartoe geweest. Het was belangrijk dat ze veel tijd met haar doorbrachten en dat ze gewend raakten aan haar geur en aan haar manier van bewegen. Die mensen hadden nog nooit meegemaakt dat er een filmcrew kwam die niet alleen die wolven wilde filmen maar ook iemand die zichzelf gedroeg als wolf. Dat was een heel proces, waarin Jessica eigenlijk een positie binnen de roedel moest zien te veroveren, zodat ze haar in hun midden accepteerden terwijl wij aan het filmen waren. Dat was heel erg mooi, want het zijn eigenlijk prachtige dieren, die qua aard ook meestal helemaal niet gevaarlijk zijn voor mensen, ondanks de verhalen die je vaak hoort. Omdat ze van nature mensen juist mijden.”
De hele film voelt als een mythisch sprookje. Waarom heb je naast de wolf voor de vos en de luipaard gekozen?
Dan kom ik weer terug bij het idee van het in het wild opgegroeide wolvenkind. Nadat ze in de film in een wetenschappelijk instituut is onderzocht, zou je verwachten dat ze de normale samenleving ingaat. Maar ik wilde juist een film maken met steeds een nieuwe, onverwachte wending en haar laten opvoeden door mensen die anti-samenleving zijn en die het idee al helemaal hebben opgegeven dat het nog iets wordt met de wereld. Die zich al als een soort doomsday preppers hebben afgezonderd op een verlaten olieplatform op zee. Mensen met een interessante kijk op de dingen, al blijken ook zij niet de waarheid in pacht te hebben. En dat zijn dus de vos en het luipaard.”
