Roadmovie van een lapjeskat

Maureen Versprille had nooit ambities om een script te schrijven voor een animatiefilm. Toch werkte ze meer dan tien jaar aan haar passieproject Miss Moxy, over de avonturen van een zoekgeraakte kat. Ze maakte een enerverende reis door een wonderlijke nieuwe wereld, net als haar viervoetige titelfiguur. Het resultaat is een Nederlandse animatiefilm die vanaf 28 januari in de bioscopen draait en zich kan meten met de wereldtop.

(Stills Miss Moxy: Paradiso Films)

Zoals zoveel van de beste filmideeën kwam de inspiratie voor Miss Moxy uit het nieuws. Versprille: “Ik was bij een vriendin en hoorde op de radio een bericht over een Frans gezin dat de kat had meegenomen op vakantie en hem was kwijtgeraakt. En na een jaar, toen ze hem al lang en breed hadden opgegeven, stond hij opeens voor de deur. Einde bericht, maar ik ging meteen aan.”

Het verhaal riep bij kattenliefhebber Versprille meteen allerlei vragen op: “De poes – ik had meteen mijn eigen lapjeskat voor ogen – werd in mijn hoofd steeds menselijker. Waarom wilde ze zo graag naar huis? Hoe heeft ze de weg teruggevonden? Wat heeft ze gegeten en van wie heeft ze hulp gehad? Het werd zo een echte roadmovie. Toen heb ik Jolande Junte van Bos Bros mijn idee verteld. Eigenlijk nam ik het zelf nog niet eens zo serieus, ik vond het gewoon een grappig gegeven. Maar zij zag er meteen een film in.”

Rite de passage

Met de jeugdserie Casa Poëtica maakte Maureen Versprille medio jaren negentig de overgang van actrice naar scenarist: ze speelde en schreef zelf.  De Grotten van Han van Vloten, een korte film met als uitgangspunt twee tekeningen van Peter van Straaten, won een Gouden Kalf. Haar speelfilm Toen mijn Vader een Struik werd baseerde ze op het gelijknamige boek van Joke van Leeuwen. Haar werk kenmerkt zich door de combinatie van kwetsbaarheid en humor.

Maureen Versprille (foto Martijn Beekman)

Miss Moxy is Versprilles eerste animatiefilm. Hoewel er meer dan tien jaar tussen conceptie en première zitten, bleef de kern van de film altijd hetzelfde. Als poes Moxy tijdens een vakantie per ongeluk wordt achtergelaten in Zuid-Frankrijk, moet zij de weg terugvinden naar haar geliefde baasje Joosje in Nederland. Onderweg krijgt ze tegen wil en dank gezelschap van de naïeve bulldog Tuur en de vaderlijke zwaluw Ayo. Zo wordt de reis niet alleen een spannend avontuur voor Moxy, maar ook een rite de passage.

In het begin is Moxy lid van een girl gang van stoere poezen die zich amuseren met op vogels jagen en honden plagen. In het verloop van de film krijgt Moxy een paar ontnuchterende ervaringen, leert ze vooroordelen opzij te schuiven, sluit ze vriendschap met de traditionele poezen-aartsvijanden en ontwikkelt ze zich tegenover haar poezenvriendinnen thuis.

Herkenbare thematiek voor jonge kijkers. “Dat thema zat er van begin af aan al in. Ik herken het uit mijn eigen meisjesjaren en ik heb ook twee dochters. Ik vind het heel interessant om te kijken naar de verhoudingen binnen een groep meiden. In hoeverre ben je bereid mee te gaan met wat iemand anders zegt? Misschien mede omdat je bang bent om anders te worden buitengesloten? In hoeverre kun je autonoom blijven in een groep?”

Golvend vachtje

Dat dit verhaal alleen kon worden verteld als animatiefilm, was van begin af aan voor iedereen duidelijk. Schrijven voor deze specifieke manier van films maken was een nieuwe ervaring voor Versprille. “Ik heb geen ervaring met of speciale interesse in animatie. Mijn technische kennis was nul komma nul. Maar een goed verhaal is een goed verhaal, in welke vorm je het ook vertelt. Als de blauwdruk klopt, dan kun je er wat van maken, dus toen zijn we ermee verder gegaan.

Het gaf mij in eerste instantie een kinderlijke blijheid. Ik dacht dat ik gewoon alles kon verzinnen en nooit zou worden teruggefloten. Omdat je geen rekening hoeft te houden met of iets te duur is of een locatie wel bereikbaar of beschikbaar is. Alles kan toch worden getekend? Allengs kwam ik er natuurlijk achter dat ik niet honderd procent mocht doen wat ik wilde.

Animatoren gaan bijvoorbeeld niet blij kijken als jij bedenkt dat een kat in een rivier duikt. Ik had heel mooi opgeschreven hoe Moxy’s vacht golft als ze onder water zwemt. Dan krijg je te horen ‘dat wordt heel duur en we zijn geen Pixar waar een film honderden miljoenen kan kosten’. Ik werd dus een beetje ingetoomd. Uiteindelijk is de onderwaterscène er wel van gekomen dankzij de creativiteit van de animatoren. Daar was ik al heel blij mee, dus dat golvende vachtje heb ik losgelaten.

Een ander groot issue was de grote Dieren Hebben Talent Show aan het slot. Daar had ik voor bedacht dat in de televisiestudio een tribune vol publiek zat en dat daarmee interactie zou zijn als Moxy Tuur komt redden. Met allemaal kinderen die zouden reageren als ze haar herkenden van social media. Dat waren echt leuke scènes, maar dat kon ook niet. Daar heb ik wel echt even van moeten slikken.”

Modellen

Maar de animatievorm schiep ook mogelijkheden. “Als ik denk aan een andere film die ik heb gemaakt, Toen mijn Vader een Struik werd, ook een roadmovie trouwens, daar kreeg ik veel vaker te horen dat het eenvoudiger moest vanwege het geld. Dat voelde beperkter. Naarmate je meer personages in een script voor live action schrijft, wordt de film duurder. Bij animatie is dat ook zo. Karakters moeten worden ontworpen en ontwikkeld. Maar bij animatie werken ze met modellen. En die kun je opnieuw inzetten, maar net iets anders, om er nieuwe personages van te maken. Dat kwam mooi uit bij de Dieren Hebben Talent Show aan het slot. Toen ik schapen, ratten en honden — allemaal dieren die eerder in de film hadden gezeten — liet terugkomen.”

En er was meer. Animatie schept ook creatieve mogelijkheden. “Er is een scène aan het begin waarin Moxy op een kruispunt komt. Ze weet niet waar ze heen moet en ze heeft ook nog eens honger. En toen dacht ik: dieren hebben natuurlijk een hele goede neus! Dus toen bedacht ik dat er een soort geurwolkjes moesten zijn. Dat is echt iets wat alleen kan met animatie.”

Animatie gaf Maureen ook de ruimte om het script van Miss Moxy dichtbij zichzelf te houden. “Ik wilde heel graag dat Moxy eruitzag als mijn poes van die tijd. Dat was een lapjeskat, een heel lief diertje en best eigenwijs. Die zag ik altijd voor me. En dat is ook gelukt. Alle personages heb ik trouwens uitgebreid beschreven in het script, maar ik had geen idee wat de animatoren daarmee zouden gaan doen. Toen zag ik de eerste ontwerpen en dacht ik: jullie hebben het zo goed begrepen! Bij live action krijg je te maken met acteurs die je cadeaus geven en het beter maken dan jij ooit hebt geschreven. Maar dat gebeurt hier ook.

Bijvoorbeeld met de vader van Joosje. Dat is typisch zo’n man die leeft met schema’s waar niet van mag worden afgeweken. Anders raakt hij totaal in de war. Een vogelaar, een ANWB-man, met een strakke scheiding in zijn haar, ook een beetje gemodelleerd naar mijn vader. De character designer — die trouwens ook Maureen heet — had hem eerst heel strak en rechtop ontworpen, met zakmessen en andere voorzorgsmaatregelen voor vakantie, maar ze had hem ook getekend nadat hij zijn eerste nacht in Frankrijk had kunnen ontspannen en helemaal vormeloos op de bank hing. Dat geeft gelaagdheid aan een bijfiguur. Dus als je als scenarist een beetje uitgebreid beschrijft en de vinger aan de pols houdt, dan kun je heel sturend zijn bij animatie, nog meer dan bij liveaction.

En wat ik een hele toffe beslissing vond, is dat we eerst de stemmen hebben opgenomen en dat er daarna pas is geanimeerd. Dat betekent dat het veel levendiger en geloofwaardiger wordt. Ik heb in het verleden ook weleens stemmen ingesproken voor animatiefilms, en dan zet je al snel gekke stemmetjes op, waardoor je karikaturen krijgt. We hadden afgesproken dat de stemacteurs zouden spelen als echte personages. Het werden echt karakters, en dat had zijn weerslag op hoe de bewegingen en gezichtsuitdrukkingen in het animatieproces tot stand komen.”

Draaipunten

Alle verschillende mogelijkheden en beperkingen van het medium daargelaten: wie een animatiefilm schrijft, schrijft in de eerste plaats een goed verhaal dat draait om plot, karakter en thema’s, die idealiter netjes worden vervlochten. In het geval van Miss Moxy ging het om de ontwikkeling van de hoofdfiguur doordat haar wereld uiterlijk en innerlijk groter wordt. Versprille: “Alle belangrijke draaipunten in het script hebben hiermee te maken. In het begin vindt Moxy Tuur maar een megasukkel en ze eet Ayo bijna op. Maar ze hebben elkaar toch nodig. Zo ontstaat er een vriendschap die steeds sterker wordt en op de proef wordt gesteld.

Een belangrijk moment is bijvoorbeeld het kampvuur in Lyon, waarin Moxy aan Tuur vraagt waarom hij altijd zijn baasje gehoorzaamt en ze probeert met hem te oefenen om dat niet meer te doen. Ze krijgen plezier in het spel en juist op dat moment dat ze elkaar vinden, komen er coole Franse straatkatten voorbij. Moxy denkt hun leidster te herkennen als haar grote idool Cleo Kaviaar, de kattenvariant van Ariana Grande of Beyoncé. Moxy wil daarbij horen, waardoor ze haar vrienden weer verraadt. Dat is de opmaat naar haar leermoment. Door dit soort situaties maakt Moxy een ontwikkeling door en kiest ze er in de derde akte voor om haar oorspronkelijke doel — terugkeren naar Joosje — te laten schieten om haar vrienden te helpen.”

Dit narratief was er niet zomaar. “Ik ben niet iemand die fantastische structuren van tevoren heeft klaarliggen”, erkent Versprille. “Soms schrijf ik maar wat, ook omdat ik anders mijn plezier verlies. Op een gegeven moment moet daar natuurlijk structuur in komen. Gelukkig heb ik daar heel veel steun in gehad van regisseur Vincent Bal en van scriptconsultant Ernie Tee. Ik wist wel heel duidelijk hoe karakters in elkaar zaten en wat het thema was, en daar heb ik altijd aan vastgehouden.”

Sneeuw scheppen

Dat een script vertroebeld raakt door te veel feedback uit te veel verschillende hoeken, is natuurlijk altijd een risico. Zeker bij een project dat elf jaar in ontwikkeling is en voor realisering budget moet halen bij een veelvoud aan internationale geldschieters.

“Allerlei mensen lezen dit. Er zitten soms ook mensen tussen die een clichébeeld hebben over hoe een animatiefilm met dieren eruit moet zien en allerlei ideeën lanceren over hoe het nog leuker zou kunnen. Het moest natuurlijk een leuke avonturenfilm zijn, maar wat ik wilde vertellen over het thema vriendschap mocht niet worden ondergesneeuwd door een te grote grapdichtheid. Dus af en toe ging ik sneeuw scheppen. Dat was soms lastig.

Wat wel hielp, is dat iedereen het verhaal omarmde als we het gingen pitchen. Of het nou bij Cartoon Movie in Bordeaux was of bij een potentiële co-producent. Dat komt natuurlijk omdat het een heel herkenbaar gegeven is: een weggelopen poes. Maar uiteindelijk was dat slechts een kapstok voor het thema. Dat thema is de reden dat ik er elf jaar lang lol in heb gehouden. Behalve dat ik erg vind dat mensen elkaar afrekenen op basis van vooroordelen is het ook iets persoonlijks: aan wiens oordeel hecht ik wel of niet? Hoe het onderscheid te maken? Hoe bang ben ik voor de mening van iemand anders? Daar wilde ik graag over vertellen.

Ook door mijn collega’s heb ik aan mijn enthousiasme weten vast te houden. Jolande Junte en Vincent Bal zijn altijd betrokken en gedreven gebleven. We waren met elkaar een heel goed team. Er zijn natuurlijk momenten geweest waarop ik dacht: ik wil niet meer, of ‘als deze Duitse co-producent niet over de brug komt, dan kunnen we het wel vergeten’. Maar wij stonden altijd sterk met elkaar. Diep van binnen heb ik altijd het gevoel gehad dat dit gemaakt zou worden. Dat klinkt idioot. Ik kan het niet eens rationeel onderbouwen. Ik weet ook helemaal niet hoe het werkt wat financiering betreft. En toch was het alsof er een onzichtbaar iemand op mijn schouders zat die mij bleef influisteren: dit gaat lukken.”

Wat zoek je?