Waar duisternis is, is ook licht

“Vrouwen worden geboren om pijn te lijden. Maar niemand vertelt je ooit hoeveel pijn.” Zo luidt de openingszin van Sugar, de debuutfilm van scenarist en regisseur Amira Duynhouwer. Duynhouwer studeerde in 2009 af aan de Nederlandse Filmacademie in de richting scenario en bouwde daarna een carrière op als schrijver voor film en televisie. Ze werkte onder meer mee aan series als Nemesis (2024), Mocro Maffia (2022) en schreef en regisseerde de middellange film Save It (50 min., 2021). In dit interview blikt scenarist en regisseur Amira Duynhouwer terug op de scriptontwikkeling van Sugar en de vertaling van haar verhaal over een gewelddadige relatie naar het grote scherm.

Setfoto van Sugar. (Dutch Filmworks. Foto: Bram van Woudenberg).

Sugar volgt de Surinaamse Chyna, die samen met haar zussen een kapsalon runt in de Bijlmer. Chyna wordt bewonderd om haar talent en haar ogenschijnlijk gelukkige relatie met Raoul. Maar achter gesloten deuren wordt Raoul steeds gewelddadiger. Chyna realiseert zich steeds meer dat ze een uitweg moet vinden voor zowel zichzelf als haar dochtertje Sugar. Maar Raoul laat haar niet zomaar gaan.

Kan je vertellen hoe je bij het vak scenario gekomen bent?
“Ik ben in 2009 afgestudeerd aan de Filmacademie, in de richting scenario. Maar ik heb wel een omweg genomen. Ik wist niet zo goed wat ik wilde studeren en had het ontzettend naar mijn zin, fulltime in de horeca. Maar toen ben ik een keer met een vriend meegegaan naar de Open Dag van de Filmacademie. Ik had eigenlijk een beetje tussen neus en lippen door toelating gedaan, omdat ik dacht: je komt er toch nooit in. Voor de toelating heb je veel geschreven werk nodig, maar ik schrijf mijn hele leven al als een stiekeme hobby, dus ik had bergen werk om in te sturen. Dat scheelde. Tegen mijn eigen verwachtingen in werd ik dus toegelaten. Dat is uiteindelijk de rest van mijn leven geworden.”

“Tijdens mijn opleiding was Willem Bosch een van mijn gastdocenten. Hij is door de jaren heen echt een soort mentor voor mij geworden. Hij was ook degene die tegen mij zei: ‘Amira kom nou eens uit die keuken en ga aan de bak want je hebt echt talent.’ Ik ben een beetje bij hem blijven plakken en heb bij zijn eerste film Hiernamaals (2019) stage gelopen. Toen zag ik ook dat regisseren heel leuk was. In mijn afstudeerjaar heb ik uiteindelijk een film geschreven en geregisseerd. Daarna kon ik eigenlijk allebei gaan doen. Zonder Willem had ik dat denk ik niet gedaan.”

Ik heb een film over depressie gemaakt en daar kan toch in gelachen worden, want waar duisternis is, is ook licht.

Amira Duynhouwer

Wat kenmerkt je werk als schrijver en filmmaker?
“Dat er altijd wel humor in mijn werk zit, hoe serieus het ook is. Ik heb een film over depressie gemaakt en daar kan toch in gelachen worden, want waar duisternis is, is ook licht. Ik denk dat dat de mens ook kenmerkt, het feit dat we intens verdrietig kunnen zijn om het overlijden van een dierbare, maar onszelf ook kunnen troosten door een hilarische herinnering op te halen en ons dan de hele nacht suf te lachen. Ik denk dat dat ook de manier is om een kijker aan een personage te verbinden. Je kan pas met iemand huilen als je er ook mee hebt gelachen, denk ik.”

Verder schrijf ik om erachter te komen hoe ik me over iets voel, of wat het voor mij betekent. Dingen uit mijn leven die ik wil verwerken of een plek wil geven, zoals het verliezen van een vriendin of het fenomeen huiselijk geweld.”

Waar begon het idee voor Sugar?
“Zo rond 2022had ik net mijn film Save It afgeschreven voor talentontwikkelingstraject De Straat. Robert Alberdingk Thijm coachte me daarbij en hij zei altijd dat ik in mijn scènes om het drama heen schreef, in plaats van over het drama zelf. Ik vond het zo’n zware film om te schrijven. Ik zei toen hardop dat ik daarna een film zou gaan schrijven die totaal niet persoonlijk was, een komedie of zoiets. Maar Alberingk wist zeker van niet. En hij had gelijk want het eerstvolgende idee dat tot me kwam was Sugar. ”

Voor het eerst kwam er huiselijk geweld voor in mijn directe kring van kennissen. En ik dacht: hoe kan dit? Hoe kan ik dit niet gezien hebben? In eerste instantie keek ik naar de instellingen eromheen, naar hulpverlening, advocatuur en politie. Maar ik realiseerde me dat ik weer om het drama heen aan het schuiven was. Ik moest veel meer empathie en begrip opdoen voor de gewelddadige relaties zelf.”

Dat werd uiteindelijk de kern van het project: niet verklaren waarom anderen niet ingrijpen, maar onderzoeken hoe een ogenschijnlijk normaal persoon in een gewelddadige relatie terecht kan komen. Volgens mij heb ik echt iets gewonnen als ik mezelf en het publiek kan laten zien dat hele normale mensen zoals wij allemaal terecht kunnen komen in een hele heftige relatie, die van kwaad tot erger gaat. En dat je niet meteen dom of zwak bent als je in zo’n relatie zit.”

Vrouwen die het script lazen, herkenden dat gevaar wel en veel mannen niet.

Still uit Sugar. Dutch Filmworks (foto: Bram van Woudenberg).

Waren er dingen waar je echt tegenaan liep tijdens het schrijven?
“Ik heb een aantal keer gehad dat ik het script aan mensen liet lezen, en dan vonden ze het personage heel dom. Of ze begrepen haar niet. Dat waren voornamelijk mannen. Vrouwen groeien op met een soort vanzelfsprekend gevaar. Wij weten dat je niet alleen naar huis moet fietsen om vier uur ’s ochtends. En als een man op een bepaalde manier naar ons kijkt of iets doet, weten we: nu moeten we heel voorzichtig zijn. Dan gaan we zachter praten en ons kleiner maken. Zorgen dat het gevaar niet groter wordt. Vrouwen die het script lazen, herkenden dat wel en veel mannen niet. Daardoor merkte ik dat er een fundamenteel verschil kan zitten in de ervaring van de lezer. Dat vond ik moeilijk om in te schatten tijdens het ontwikkelingsproces. Wanneer heb ik het als schrijver niet goed opgeschreven en wanneer leest de verkeerde persoon het?”

Had je tijdens het schrijven al een duidelijk beeld van hoe de film eruit moest zien?
“Tot op de dag dat we begonnen was het een soort mysterie wat deze film ging worden en wat de stijl ging zijn. We wisten wel: het moet kleurrijk zijn en stylish. We wilden de community in de Bijlmer laten zien op een manier die nog niet eerder is gedaan. Ik wilde deze buurt laten zien zoals ik haar ken: luid en warm en schitterend. Mijn d.o.p was Sam du Pon met wie ik tot op het draaien veel eieren gegeten heb aan mijn keukentafel en veel gekletst had over zo’n beetje alles behalve de découpage van de film. Dat pakte goed uit, we begrepen elkaar daardoor goed en hadden op set veel begrip en vertrouwen in elkaar.”

Waar lag voor jou tijdens de productie de grootste uitdaging?
“Het was een veel grotere film dan ik dacht. Qua ambitie bedoel ik. We wilden veel vertellen en we wilden het goed vertellen. Daarnaast werkte ik met een veelal witte crew dus zij moesten in een cultuur duiken die ze niet kenden, maar dan in een soort sneltreinvaart. Waar ik jaren gehad had om te researchen, moesten zij én in het thema huiselijk geweld duiken, én in een grotendeels zwarte buurt, én de Surinaamse cultuur. Om dat goed te doen zijn we gaan samenwerken met black-owned kledingmerken, ontwerpers, muzikanten en mensen uit de Surinaamse gemeenschap. Er zit een scène met een wasi in, dat is een religieus en spiritueel reinigingsritueel. Daar heeft ons team ontzettend veel research naar gedaan, omdat we respectvol om wilden gaan met dat ritueel en ook met onze acteurs, voor wie dit iets heel heiligs en serieus is. We voelden ook sterk dat er een echtheid en respect voor het personage aan de basis van de film moest liggen. Het feit dat wij onszelf altijd vragend en zoekend opstelden maakte dat veel mensen ons graag wilden verder helpen. Je zou een boek kunnen schrijven over elk departement van deze film, en alle fantastische samenwerkingen die daar plaatsgevonden hebben.”

Hoe ben je bij deze cast terechtgekomen? Ik begreep dat dit Delany Lepelblads eerste acteerrol was?
“Het was voor heel veel mensen de eerste rol. Ik denk dat misschien wel 70 procent van de cast voor het eerst speelde. Ik heb samen met Zoeteke Lugthart van Sproetcasting al heel vroeg de hoofdrol gecast via een open casting call. Delany Lepelblad is zangeres en zij kwam ook op auditie. Ik weet nog dat nadat zij de kamer verliet ik op de grond ben gaan liggen van de opluchting. Ik had haar gevonden, eindelijk! Zij was onbevreesd in het delen van haar emoties. Ik heb toen het script op haar afgeschreven en daarom ook de familie Surinaams gemaakt, zoals Delany is. Daarna zijn we op zoek gegaan naar de zussen en de moeder. Alles hing aan elkaar van chemie.”

“Ik heb in de repetities veel geluisterd naar het verschil tussen hoe ik schrijf en hoe zij praten. Dit zijn allemaal woordkunstenaars. Delany is zangeres, Latifah en Noelle zijn rappers. Daardoor heeft hun dialoog een eigen cadence. Ze hebben ritme. Daar moet je ruimte voor maken. Dus ik heb het script eigenlijk helemaal op maat gemaakt voor iedereen.”

Still uit Sugar. Dutch Filmworks (foto: Bram van Woudenberg).

Op welke momenten in de film ben je het meest trots?
“De wasi-scène vind ik echt prachtig. [LD1] Alida Dors (die de moeder van Chyna speelt) gaf die wasi in haar eigen woorden eigenlijk gewoon aan Delany en aan Chyna tegelijk, zo leek het. Er heerste echt een soort stilte op de set. Je voelde gewoon dat er iets neerdaalde op iedereen. Het gewicht van wat we aan het doen waren, van hoe belangrijk dit verhaal voor ons was. We konden het einde van die scène bijna niet zonder tranen draaien. Er ontstonden allemaal dingen die niet gepland waren, zoals de twee jongetjes die over het hek gluren. Dat soort dingen waren echt cadeaus.”

“Ook de kapsalonscènes met alle zussen en vrienden van Chyna en Raoul vind ik zo bijzonder. Dat was zo uitdagend om tot leven te brengen met de spontaniteit van een echt gesprek in een salon. Als ik dat nu terugkijk denk ik toch wel wauw, wat een geluk had ik, dat alle puzzelstukken zo vielen en ik met deze fantastische mensen zo’n scène mocht maken.”

We konden het einde van die scène bijna niet zonder tranen draaien.

Wat hoop je dat mensen meenemen uit de film?
“Ik wil het liefst dat mensen zichzelf afvragen wat wij als maatschappij eigenlijk doen om vrouwen te beschermen. En dat ze zich kwaad gaan maken om hoe weinig dat eigenlijk is. Bel iemand. Maak je kwaad. Doe iets. Doneer. Gebruik je stem. Schrijf een brief. Breng iets in beweging. Schrijf een film. Of een boek. Of een post. Als je uit deze film komt en voelt: ik moet hier iets aan doen, dan zou ik dat echt fantastisch vinden.”

Welke les neem je mee uit het maken van Sugar?
“Ik heb zoveel geleerd van deze film. Je bent uiteindelijk met veertig of vijftig mensen en moet daarmee communiceren wat het is dat jij probeert te doen. Dat vraagt om een mate van kwetsbaarheid. Je moet leren zeggen wat je echt bedoelt en niet bang zijn om dat samen te doen. Hoe meer je mensen meeneemt in je eigen binnenwereld, hoe beter het project wordt. Dat betekent ook dat je controle moet weggeven en kunnen zeggen: `Ga maar. Doe maar. Verras mij.’”

Welke projecten staan er nu op je pad?
“Ik ben nu seizoen 2 van Nordin aan het regisseren, de komedieserie van Achmed Akkabi over een zoon van een rijke CEO die ineens als docent op een basisschool moet werken. Ik had nu wel echt behoefte om iets lichts te doen. En ik ben ook blij dat ik na de montage van Sugar meteen weer de set op mocht. Ik ben totaal over dat zwarte gat heen gestapt. Ik ben ook mijn volgende films aan het ontwikkelen. En een roman aan het schrijven. Waar die over gaat, zal ik nog niet vertellen. Maar ik denk wel dat Robert Alberdingk Thijm gelijk had: je komt altijd terug bij de meest persoonlijke verhalen, die laten je nooit los.”

Sugar draait vanaf 17 september in de bioscoop en draait op het Nederlands Film Festival 2026 op 25, 28 en 29 september.

Wat zoek je?