Kuifje in het Maagdenhuis

Sinds 1968 volgde ik de opleiding aan de Nederlandse Film- en Televisie Academie in Amsterdam. Dinsdag was op de Filmacademie onze praktijkdag. Dan kregen we een camera mee en geluidsapparatuur, met de opdracht: ga de stad in en maak maar wat. Het was mei ’69 en dus – natuurlijk –  gingen we naar het Spui, naar het Maagdenhuis, dat al een tijdlang was bezet.

Carel Donck met 16mm-camera (1970)

Beneden bij de receptie zat Sarabande van Blaaderen, die alle bezoekers via de intercom aankondigde. Ik kende Sarabande van het gymnasium in Groningen: ze werd door haar moeder naar school gebracht in een rode open sportwagen, en bij de tekenles, zo ging het gerucht, lag ze het liefst op haar buik op de vloer te tekenen. Een dekselse meid dus.

Wij meldden ons aan als een delegatie van de Filmacademie, die solidair was met de actievoerders. En zo schalde Sarabandes stem door de luidsprekers: ‘Hier is een delegatie van de Filmacademie, en ze zijn solidair.’  Waarna door het hele gebouw gejuich klonk. Daar was het ons om te doen.

We kregen een kamer toegewezen, als hoofdkwartier en om te vergaderen. Want vergaderen was wat er voornamelijk gebeurde. Beneden in de hal stond een eindeloze rij studenten voor de microfoon te wachten tot ze hun zegje konden doen. Waar het allemaal over ging – ik raakte al na een paar minuten de draad kwijt: medezeggenschap, inspraak, democratisering – niet erg fotogeniek om in beeld te brengen.

Dat werd anders toen de politie ’s avonds traangasgranaten naar binnen schoot. De luchtbrug over de Handboogstraat werd weggehaald, de deuren gebarricadeerd – de bezetters konden geen kant meer op. In de chaos en paniek die daardoor ontstond besefte ik, dat ik helemaal niet bang was. Ik had in dienst gezeten, we hadden met traangas geoefend, ik wist hoe ermee om te gaan.

De camera was een Arri BL 16 mm. met schouderstatief. Ik drukte mijn rechteroog in het rubberen oculair, hield mijn linkeroog stijf dicht, en liep zo de mistige gaswolk in, die in het atrium langzaam naar beneden zakte. Zo ver de totalen, daarna de paniek van dichtbij. Iemand met astma had een ruit ingeslagen en zich daarbij verwond. Een ander riep: ‘Dat moet je filmen!’ Ik boog me over de gewonde persoon die intussen op de grond lag, maar een actievoerder hield me tegen: nee, niet filmen!
Zo werd die avond een leerzame praktijkles.

De volgende ochtend liep iedereen met rode ogen rond. Wij filmden het uitdelen van voedselbonnen, het schoonmaken van gangen en kantoren, en natuurlijk het vergaderen, dat ononderbroken doorging. Een vriend uit café De Zwart aan de overkant moest naar zijn werk in Haarlem. Hij liet zich uit het raam zakken… en landde met zijn voeten op de schouders van een ME’er, die hem meteen inrekende. Daarna werd iedereen weggesleept, wat dankbaar materiaal was, vooral als de studenten stuiterend over de stenen trap naar beneden werden getrokken.

Uiteindelijk moesten ook wij eraan geloven, maar vóór die tijd deed ik iets waarvan ik nu nog een wee gevoel krijg als ik eraan terugdenk. Ik wilde een totaalshot maken van het Spui met de af en aan rijdende politiebussen. Klom vanaf de bovenste verdieping langs de dakpannen omhoog tot de nok, een zinken rand van zo’n 50 cm breed. Daarna hurkte ik en liet me de camera aangeven. Ik weet nog dat ik vooral bezorgd was om de camera – als daar maar niks mee gebeurde. Het miezerde, de zinken rand was spekglad – maar ik had het geluk dat mensen die geen gevaar zien soms hebben.

Ons avontuur eindigde in een zaaltje van bureau Lijnbaansgracht, waar we ons een voor een moesten identificeren en verantwoording afleggen. Waren we solidair met de bezetting, werd ons gevraagd. Ik weet niet meer precies wat ik heb gezegd, maar het was een wollig verhaal over ‘praktijkdag’ en ‘ervaring opdoen’ en ‘geen idee waar het allemaal over ging’. Ik was er niet bepaald trots op, maar het werd geaccepteerd en we mochten onze camera en materiaal houden.

Wat zoek je?