INT. BUREAU – FILMLIEFDE
Moet je een filmgek zijn om scenario’s te kunnen schrijven? Daarover gaat het in deze vijftiende column waarin Brian De Vore en Marc Veerkamp zich buigen over de praktische kanten van het scenarioschrijven.

BRIAN: Marc, we zijn allebei filmliefhebbers. Moet je een filmgek zijn om scripts te kunnen schrijven?
MARC: Dat heeft mij zó gevormd. Ik weet niet eens of ik dit vak had gekozen als ik geen filmfanaat was geweest. Misschien moet ik zeggen: verhalenfanaat. Films, series, strips, theater, boeken… Dat alles vormt in mijn hoofd een vruchtbare humuslaag, waar ik nog steeds uit put.
BRIAN: Dat herken ik zeker. Voor mij werkt het als een soort database. Ik draag een grote bibliotheek met me mee, waardoor ik een gevoel heb voor ritme en scènes. Dit stelt me in staat om relatief snel iets in te leveren dat ‘werkt’, maar ik heb gemerkt dat hier ook een gevaar in schuilt, namelijk dat als je niet oplet, je de meest voor de hand liggende versie van een scène of een verhaal aan het schrijven bent.
MARC: Dat snap ik, maar ik heb juist het idee dat je door je filmkennis eerder aanvoelt wanneer je op een bekende weg zit. Dat je denkt: ja, shit, dit is een cliché.
BRIAN: Maar zou het niet bevrijdend zijn om die bagage níét te hebben? Om gewoon heel naïef te zeggen: ik ga dit verhaal nu zo vertellen, punt. Zonder al die stemmen van films die al in je hoofd zitten.
MARC: Misschien, maar ik sprak laatst een filmmaker met een idee voor een korte film. Toen ik het hoorde dacht ik: o, dit is Sunset Boulevard. Tot en met de twist. Ik vroeg of het een hommage was. Bleek ze die film nog nooit gezien te hebben.
BRIAN: Dus je kunt alsnog precies hetzelfde doen, maar dan zonder dat je het doorhebt.
MARC: Dat gezegd hebbende: de grootste inspiratiebron blijft het leven zelf. En als ik iets schrijf dat is gebaseerd op ervaringen en inzichten, zoek ik gaandeweg voorbeelden die mij helpen bij het vormgeven daarvan. Ik heb dat bijvoorbeeld gedaan bij het schrijven van Pa, de solovoorstelling waar Eric Corton nu mee op het toneel staat. Daarbij werd ik beïnvloed door Ladri di Biciclette van De Sica (1948). De vader-zoondynamiek in die film inspireerde me tot waar ik uiteindelijk met het stuk heen ben gegaan.
BRIAN: En ik neem aan dat niemand in de zaal dacht: “Jemig, wat een rip-off, dit is net Ladri di Biciclette!”.
MARC: Nee, zo’n invloed is slechts een katalysator, het helpt me op weg, maar ik kopieer niets.
BRIAN: Grappig genoeg heb ik het idee dat je in jeugdtelevisie en animatie juist wél iets expliciet kan kopiëren of nadoen. Niet uit luiheid, maar omdat het in de vertaalslag naar kindertelevisie vanzelf iets eigens krijgt. Bijvoorbeeld: een klassieke heistfilm, maar dan met dieren. Dat werkt dan vaak wel weer.
MARC: Dat klopt. Zoiets heb ik bij een aflevering van Pol de Piratenmuis gedaan. Die heet Zandschat, daarin moeten ze op een boot een zandkasteel vervoeren. Dat is eigenlijk mijn hommage aan Le Salaire de la Peur — Wages of Fear,van Henri-Georges Clouzot (1953). Die film waarin vier mannen een lading nitroglycerine door een onherbergzaam gebied moeten transporteren.
BRIAN: Toch heb ik het idee dat onze industrie kopieergedrag soms te veel bevordert. Alles wat gemaakt wordt, moet altijd maar ergens mee te vergelijken zijn. Waarom? Dat is ook wat distributeurs en producenten graag willen: the same, but different. Een beetje van dit, en een beetje van dat. Alsof je verf aan het mengen bent. Daardoor is er weinig ruimte voor dingen die niet direct te plaatsen zijn.
MARC: Terwijl dat juist de interessante dingen zijn.
BRIAN: Onlangs werd een plan van mij afgewezen door een producent, omdat ze het niet goed konden plaatsen. Dat kwam omdat het niet heel gemakkelijk ergens mee te vergelijken was. Maar dat was nou precies de bedoeling! Misschien heb ik het niet goed over het voetlicht gebracht, dat kan natuurlijk ook.
MARC: Maar je kunt je kennis ook gebruiken om te laten zien wat wél kan. Ik werk nu aan een korte film waarin het hoofdpersonage een papieren bootje is. Sommige mensen vroegen zich af of de kijker wel kon meeleven met een “ding”. Wij verwijzen dan vaak naar een klassieke IKEA commercial van Spike Jonze waarin je heel veel empathie voelt voor een lamp.
BRIAN: Helaas is het historische besef niet altijd groot. Mensen kijken toch vooral naar wat onlangs goed gewerkt heeft.
MARC: De filmwereld heeft meer filmgekken nodig!
