Humor in hooguit een minuut
In het midden van de tafel ligt een lijvig boek met een blauwe kaft. Ooit waren alle pagina’s hagelwit. Inmiddels zijn ze vrijwel allemaal volgeschreven. Hier en daar staan ook wat droedels, want als animatiemaker Joost Lieuwma een potlood tussen zijn vingers heeft, begint hij te tekenen. In dit boek verzamelt hij ideeën. En daar heeft hij er veel van nodig: al bijna tien jaar lang maakt hij wekelijks een animatiefilmpje voor zijn YouTube-platform Cartoon Box.

“Misschien heb ik weleens een week overgeslagen.” Joost Lieuwma duikt even diep in z’n geheugen. “Ik weet het gewoon niet meer.” Hoe dan ook, wekelijks trakteert hij een internationaal publiek op een gloednieuwe aflevering van Cartoon Box. Even wat cijfers: zijn platform heeft 10 miljoen abonnees en zijn honderden filmpjes werden zo’n 2 miljard keer aangeklikt. Lieuwma’s korte grappen vallen bijvoorbeeld goed in de smaak in Azië. De cartoons kunnen overal over gaan, van herkenbare situaties als ongemakkelijke dates tot ongerijmde taferelen met superhelden, toverheksen en ijsberen. Wat de grappen gemeen hebben is de minimalistische stijl en een onbeschaamd gevoel voor humor.
Voordat Lieuwma Cartoon Box begon, schreef en regisseerde hij korte films met steun van fondsen en omroepen. Daarbij werkte hij samen met collega’s van Studio Frame Order,het Utrechtse animatiecollectief dat verder bestaat uit Patrick Schoenmaker, Arno de Grijs, Lukas Krepel, Harmen van de Horst en Daan Velsink. Films als Uit Huis (2013) of Paniek (2015, samen met Velsink), duren zo’n zeven minuten, binnen het huidige oeuvre van Lieuwma een epische lengte. Bij een aflevering van Cartoon Box klinkt de plagerige eindtune vaak al na zo’n 45 seconden.
De keuze voor deze snelle aanpak ontstond gaandeweg. “Met Frame Order hadden we overal hengeltjes uitgeworpen in de hoop een volgende stap verder te zetten, maar onze grotere projecten kwamen niet echt van de grond. In die tijd had een bekende van ons, animatiemaker Arthur van Merwijk, veel succes op YouTube met zijn kinderformaat Morphle. Dat zette ons aan het denken. Ook bij Frame Order werd gewerkt aan een kinderproject voor YouTube. Dat sprak mij niet zo aan.
Ik dacht: “Wat vind ik leuk om te doen?” Vroeger maakte ik met mijn broer gagstrips, grappen van drie plaatjes. Misschien kon je dat ook doen in animatievorm. Je had al wel de stripachtige webserie Simon’s Cat, maar die draait om vaste figuren, de kat en zijn baas. Zelf heb ik geen vaste karakters. Op dat moment zei Lukas Krepel: misschien is jouw stijl wel het overkoepelde element.
In 2013 maakte ik een testje. Dat bleef op de plank liggen. In die periode was ik mezelf vaak aan het afleiden om het maar niet te hoeven uploaden. Dan maakte ik bijvoorbeeld een veel te lange leader of ging ik leren hoe je bepaalde software moest gebruiken.
Twee jaar later maakte ik nog een kort filmpje. Daar deed ik ook niks mee, Pas in 2016, tegen het einde van de zomer zette ik er eentje op het YouTube-kanaal van Frame Order. En een week later dacht ik: “Ik ga er nog een maken.” En de week daarop zette ik er weer eentje op YouTube. En dat heb ik nu 489 weken achter elkaar volgehouden.”
Bij Lieuwma ging de knop om. Hij is genezen van zijn uitstelgedrag. “Als je zoekende bent, verzin je van alles om maar niet te beginnen. Nu moet ik gewoon elke week iets maken. In de tijd dat we nog reguliere korte films maakte lukte het me vaak niet om iets nieuws te bedenken omdat ik steeds dacht ik: het moet nóg beter… Er lag zoveel druk op.”
Is dat nu dan niet zo, met de wetenschap dat hij elke week een nieuwe cartoon moetopleveren? Volgens Lieuwma geeft dat een ander soort druk. “De grootste handicap van een maker is: niks maken. Zo’n blokkade moet je voor jezelf zien weg te nemen en dit is mijn manier om dat te doen. Je creëert ook vrijheid door het gewoon uit je mouw te schudden.”
Dat laatste klinkt wel erg gemakkelijk. Lieuwma, nuchter: “Na de eerste dertig afleveringen dacht ik nog: ik heb nu alle slapstick-grapjes wel gemaakt. Maar dat dacht ik ook na aflevering 90 en ook na nummer 150. Natuurlijk blijft het moeilijk, maar op een gegeven moment creëer je vertrouwen. Op woensdag ga ik, voordat ik de kinderen naar school breng, even een halfuurtje achter mijn bureau zitten. Dan schrijf ik mijn invallen in dat blauwe boek. Ik probeer in ieder geval twee grapjes te bedenken. Soms zijn die goed, soms slecht, ik schrijf alles op.”
Een vaste methode heeft hij niet, maar het liefst zoekt Lieuwma wel naar het tragikomische. “Ik wil dat je meeleeft met de hoofdpersonen. Dat lukt soms door een grap een net iets langere aanloop te geven.” Neem bijvoorbeeld de aflevering Burglar. Lieuwma zag het macabere eindbeeld al voor zich en bedacht daarna het begin. Hij ontdekte dat de clou beter werkte met een wat langere aanloop, waarbij je helder kon zien wat de personages vooraf allemaal hadden doorgemaakt.
Als hij het helder voor zich ziet, kan hij het ook uitgebreider opschrijven. Zo vind je in zijn boek een kort verhaaltje over een man die vreselijke last heeft van jeuk. Lieuwma zag voor zich hoe dat zich zou ontwikkelden: op zoek naar een zalfje stuit hij op een toverheks. Die kan hem helpen, maar wil wel betaald worden in natura, met alle gevolgen vandien. In het boek staat het beat voor beat beschreven tot aan het eindshot “Hij kijkt beteuterd”.

Een scenario schrijft hij niet. Op vrijdag tekent hij een storyboard en na het weekend volgt de animatie. Toch komt het voor dat een grap op vrijdag minder leuk blijkt te zijn dan hij woensdag nog leek. “Dan ga ik er nog eens naar kijken, of ik verzin iets nieuws of ik grijp terug naar een ouder idee.” De Cartoon Box moet immers elke week worden bijgevuld.
