BIJ WIM T (EN ELLEN J) OP TV

Scène 1
INT. MIDDELBARE SCHOOL HUIZEN, MEDIO JAREN TACHTIG. DAG
Ik ben 17 en word uit mijn les aardrijkskunde gehaald, omdat er voor mij gebeld is, iemand van de VPRO of zo. In de hal beneden bel ik het nummer dat ik op een papiertje heb gekregen. Ik krijg Wim T. Schippers aan de lijn (of Ellen Jens, maar laten we voor deze gelegenheid zeggen dat het Wim was).
WIM
Hallo Don.
JONGE DON
O… eh… (kuch) Hallo Wim. Ik eh…
WIM
Ja, begin nou niet meteen een heel verhaal. Jij speelt toch toneel?
JONGE DON
Ja, ik ben gek van toneel.
WIM
O, is dat het.
JONGE DON
Ik vind Shakespeare echt…
WIM
Niet meteen over Shakespeare beginnen, zeg! Luister, kun jij morgen een agent van politie komen spelen in het Willy Dobbe Plantsoen? Ik heb een heel jong agentje nodig.
DON
Nou, dat komt goed uit, want ik ben…
WIM
Mooi, dat is dan prima de luxe geregeld. Tot morgen.
DON
Ik… Wat?
Tuut – tuut.
Er is opgehangen door de man die ik – via mijn bij de VPRO werkende vader Cherry – van een afstandje ken en van wiens werk ik een enorme bewonderaar ben. De taal en de gekte van Wim sijpelt via programma’s als ‘Waldolala’, ‘Het is weer zo laat’ en ‘Van Oekels Discohoek’ door in míjn taal. En ook ik zal mijn leven lang zoeken naar het absurde in het alledaagse of andersom, maar dat weet ik dan nog niet.
Nu ben ik gebeld of ik in ‘Op zoek naar Yolanda’ wil spelen en hoewel ik formeel geen ja heb gezegd, ben ik meteen in een jubelstemming: ik, de (dan nog) verlegen adolescent: in het Willy Dobbe plantsoen. En: een dag vrij van school.
CUT TO
Scène 2
INT. STUDIO 1, WILLY DOBBE PLANTSOEN. DAG
De volgende dag. Daar sta ik, met blozende wangen, in die in Nederland wereldberoemde set. De struikjes, het bankje met graffiti, het geschilderde achterdoek en vooral het naambordje, ik kan niet geloven dat ik hier werkelijk ben, in mijn wat te ruime politiepak onder de hete studiolampen.
In het borstzakje van mijn uniform zit een notitieblokje (want ik moet een arrestatie verrichten). Ik trek mijn politiepet tot diep over mijn ogen, dat lijkt me echter. Een kleine man beent resoluut op me af.
HENK PAL
Dat moet je zo niet doen jongen.
Verbaasd kijk ik naar beneden, naar de man in pak voor me, Cees Schouwenaar, alias Henk Pal, één van die mensen die min of meer in het wild zijn ontdekt door Wim en Ellen en die mee zijn gegroeid met hun ensemble van paradijsvogels, beroepsacteurs (zelfs Ko van Dijk deed ooit mee) en laten we zeggen amateur-artiesten met branie. Cees blijft me aankijken, met die gouden blik van ‘m.
JONGE DON
Wat moet ik niet doen, meneer?
HENK PAL
Die pet zo ver over je ogen trekken. Dan ziet niemand je porum op tv. Hier…
Staand op zijn tenen lukt het Schouwenaar/ Pal om mijn pet een slag omhoog te tikken. Later, als deze aflevering met de titel ‘Op zoek naar Grace’, wordt uitgezonden, zal ik zien dat hij gelijk had. Het is een goede les; dingen hoeven hier niet echt te zijn; het gaat bij tv om goed bedrog.
Achter mij zie ik een man met een mooie kuif in een beige regenjas aankomen. Het is Pollo Hamburger, in de rol van Potloodventer. Onder zijn jas zie ik sokken en nette schoenen, maar geen broek.
POLLO HAMBURGER
[vriendelijk]
Hallo, ik ben Pollo.
Hij is de man die ik moet arresteren. Wim komt naast me staan en geeft wat razendsnelle regieaanwijzingen, die ik in mijn paniek meteen grotendeels vergeet. De tekst heb ik met mijn dan nog jonge geest de dag ervoor perfect en tot op de letter geleerd, want dat had ik van anderen gehoord: Schippers accepteert geen afwijkingen van wat hij heeft opgeschreven. Dit is je tekst en die doe je, compleet met juiste intonatie en klemtóón. Ellen, zijn coregisseur, producent en partner, komt mij nog even een knuffel geven en dan begint het. Jezus, zenuwen. Kut, dit kan ik niet. Kan ik nog vervangen worden, kan ik hier nog weg?
OPNAMELEIDER TED DELLEN
Klaar voor opname? Stilte graag! En actie!
De potloodventer begint welluidend te zingen, met een gitaar die hij blijkbaar bij zich had. Het is een tegelijk smartelijk als hilarisch lied, bewijs dat achter Wims zogenaamd ‘platte humor’ altijd een schrijnende onderlaag verborgen zit; een existentiële eenzaamheid die bij tijd en wijle haast filosofisch is. Zoals later ook in theaterstukken als ‘Wuivend graan’ zichtbaar zal worden: Wim is een denker, een kunstenaar, een maker die je blik telkens doet kantelen; of het nou op tv is, in het theater of via een pindakaasvloer.
POTLOODVENTER
(begeleid door muziek van Clous van Mechelen)
Ze noemen mij een potloodventer
Een vreemde vuile viezerik
Het is een lust en een last en je bent er
Zomaar niet mee klaar dat verzeker ik je maar
Ik kan het doodgewoon niet laten
Het is voor mij de allergrootste kick
En het is lekkerder naarmate
Ze harder schrikken van mijn blote pik.
En dat ‘pik’ zingt hij met een ijl stijgende stem. Ergens achter in de studio zie ik Wim zich verkneukelen. Dan is het mijn beurt. Met de moed der jeugdige wanhoop stap ik naar voren, intussen frummelend in mijn borstzakje om mijn notitieblokje te pakken, iets dat ik tientallen keren heb geoefend. Want dat is het tweede dat ik leer (na de pet): je moet je zaken praktisch voor elkaar hebben.
(Later, in ‘Plafond over de vloer’, zal dezelfde Cees Schouwenaar me leren hoe ik drie borden tegelijk op mijn linkerarm kan dragen, terwijl ik tegelijk met de rechterhand uitserveer. Ik ben dan gepromoveerd tot ober Ronald Stevens – alias Evert van der Schagt – en bedien dan Kenneth Herdigein (Rik Rollinga) en Mimi Kok (de onvergetelijke Gé Braadslee). Maar dat is een ander verhaal.)
De potloodventer toont zijn potlood aan de verzamelde voorbijgangers in het Willy Dobbe Plantsoen en ik stap op hem af. Ik probeer de Schipperiaanse woorden er zo strak mogelijk uit te krijgen. Dat ik er vrolijk bij loens zal ik later pas op tv terugzien.
POTLOODVENTER
Ja, arresteer me maar!
JONGE DON/ AGENT VAN POLITIE
Nee meneer, ik neem u niet mee. Ik geef u gewoon een fikse bekeuring. Het is alhier verboden om in het openbaar zonder muziekvergunning te musiceren.
Potloodventer Pollo kijkt me ongelovig aan. Maar of het is om mijn opmerkelijk stijve acteerprestatie of vanuit zijn rol als verbolgen exhibitionist, is me niet helemaal helder. Na afloop is Wim dik tevreden en Ellen ook. Ondanks mijn aanvankelijke zenuwen denk ik: dit wil ik vaker doen. Ik wil op deze set zijn, met deze geweldige acteurs en de warme ploeg mensen eromheen, van grime tot kostuum. Als het aan mij ligt, doe ik dit elke week.
Scène 3
INT. CAFE IN BUSSUM, 1987. NACHT
Zo vaak ga ik niet uit en van tv word ik nooit herkend, maar deze avond gebeurt het wel. Een stel halfdronken jongens hijst mij op de bar.
DRONKEN JONGELUI
Jij bent die ober! Van Wim T. Schippers! Doe ’s die mop.
JONGE DON
Welke mop?
DRONKEN JONGELUI
Gewoon, die mop die je op tv deed!
JONGE DON
Jongens, sorry hoor, ik heb niet zo’n zin om…
DRONKEN JONGELUI
Doe de mop!
LEUK MEISJE
Ja, doe niet zo flauw.
Ik besef dat ik me niet kan verzetten en maak de schunnige gebaren die ik in ‘Plafond over de vloer’ van Wim moest doen. Het is of ik aan de borsten van een vrouw zit en daarna aan haar poes.
JONGE DON
Wat is dit? Nou? Niemand? [stilte] Ik sta onder de douche, draai aan de koudwater- en de warmwaterkraan en voel of de temperatuur naar m’n zin is.
Homerisch gelach, hoewel ze de grap al kenden, natuurlijk. Ik mag van de bar af en verlaat snel het café. Mijn vijftien minuutjes roem bestaan uit het navertellen van een schunnige mop, een terugkerend verschijnsel overigens in het werk van Schippers.
Scène 4
INT. STEDELIJK MUSEUM, 2026. DAG
Wim T. Schippers is overleden, een aantal maanden na zijn geliefde Ellen Jens. Wims laatste kunstwerk wordt onthuld, door een museumdirecteur met een dikke zwarte bril. Het is een haast Schipperiaans personage. Ik praat met acteur Dick van den Toorn over zijn jaren bij Wim en Ellen.
DICK VAN DEN TOORN
Het was een geweldige tijd! De opnames waren in Studio 1. Die programma’s hadden toen 2,6 miljoen kijkers! Dus er was volop geld. Wim kon in die studio allemaal verschillende sets laten bouwen: Boy Bensdorps cafetaria, het Willy Dobbe Plantsoen, de huiskamer van Rein Schaambergen, restaurant de Gekgeworden Bever, et cetera. En alle acteurs waren er elke dag! Dan schreef Wim ’s ochtends pas de nieuwe tekst en deelde die uit aan de acteurs die nodig waren voor die scènes. Later werd het natuurlijk allemaal wat minder, maar toen…
DON
Sst, ze gaan het kunstwerk onthullen.
TITUS MUIZELAAR
Dit is Wims laatste werk, getiteld ‘Wim is weg’. Een tafeltje, een kopje koffie, een verfkwast in een potje en zijn schoenen in het zand. Kun jij de eerste voetstap in het zand zetten, Rein?
De museumdirecteur zet de eerste stap in het zand. Later blijkt dat een andere kunstenaar, Peter Zegveld, ook al in dat zand had gestaan. Wim had zulks kostelijk gevonden.

Scène 5
EXT. WERKKAMER AMSTERDAM-WEST. DAG
Ik typ deze woorden over de dagen waarin het absurdisme according to Wim koning was op de Nederlandse televisie. Programma’s waarin mensen in al hun kleine grootsheid werden getoond, waarin een lookalike koningin Juliana spruitjes zat te schillen (tot grote volkswoede), waarin popartiesten als Donna Summer in volslagen chaos tot achtergrondpersonages werden gereduceerd door types als Sjef van Oekel en Evert van der Pik.
Tv-shows waarin letterlijk en figuurlijk muren werden doorbroken, waarin ‘artistieke naaktdans’ de preutsheid van de jaren vijftig verdreef, waarin Boy Bensdorp in zijn cafetaria elk gerecht tot z’n smerigste essentie wist terug te brengen, waarin Van Oekel kotst in een fietstas. Ontregeling als principe nummer één, anarchie als leidende dramaturgie. En elke handeling, elke zin, elk gebaar, was zorgvuldig gepland. Wim en Ellen (en in het begin wat anderen) bliezen vrijmoedig en onbevreesd het muffe stof van de Nederlandse tv.
En ik besef dat ik ze mis, zo enorm mis; de uitzendingen, maar vooral de mensen. Wim en Ellen waren niet alleen geweldige televisiemakers; ze waren ook ontzettend sympathiek. Ze kwamen naar premières van hun geliefde acteurs, naar boekpresentaties et cetera. En altijd was er die geïnteresseerde, bijna vogelachtige schuine blik van Wim en de warme glimlach van Ellen. De laatste keer dat ik ze zag, was er net een overzichtsbundel met mijn toneelteksten verschenen. Wim kwam een boek kopen en ik signeerde het.
WIM
Zo, jongen. Wat heb je nou weer allemaal bij elkaar geschreven?
OUDERE DON
Ja, het ging min of meer vanzelf.
WIM
Dat zal wel, of niet natuurlijk. Zeg, het is allemaal heel aardig, maar wij gaan maar weer ‘s.
ELLEN
Dag Don.
Ik krijg een kus van Ellen en een schalkse glimlach van Wim en zo zie ik ze weglopen, de kleine zaal van Bellevue uit. Twee slanke verschijningen op leeftijd. Het is of de tijd bevriest, of de andere mensen in de ruimte in slow motion bewegen. Ik wil nog iets roepen, ze bedanken voor alles, maar mijn stem blijft steken in mijn keel. Het is de laatste keer dat ik ze zie.
Wim is weg.
Helaas.
Beter gezegd: jammer, maar helaas.
Leuke lamp, overigens.
