‘Niks is zo verschrikkelijk als een afgetimmerd script’
Op zijn twaalfde wilde Mari Sanders al filmmaker worden. Zijn eerste filmcamera kocht hij nog voor hij begon aan de studie audiovisuele vormgeving aan de St. Joost School of Art & Design in Breda. Stand Up is zijn speelfilmdebuut. De wereldpremière was afgelopen zomer op de 25e editie van het Tribeca Festival in New York, waar de film werd geselecteerd voor de International Narrative Competition. Op 29 september beleefde de film de Nederlandse première op het NFF. Stand up vertelt het verhaal van de 23-jarige Vera (Lucia Zemene) die na een ongeval in een rolstoel belandt. Plot Magazine sprak met regisseur en scenarist Sanders over schrijven, schrappen en scheppen en over ‘de modder van de taal’.

Acht jaar geleden ontstond het idee voor Stand Up op het spreekwoordelijke bierviltje. “Ik wilde iets vertellen over een onderwerp waar anderen niet zo makkelijk toegang toe hebben. Over handicaps, maar dan moest dat niet de kern van het drama worden, maar als vehikel dienen voor een rite de passage. Het moest gaan over de verschillen tussen iemand die al zijn hele leven gehandicapt is en iemand die dat op latere leeftijd is geworden.” Inspiratie haalde hij uit gesprekken met andere mensen met een handicap en uit zijn eigen leven. Maar inspiratie begint soms ook heel documentair, met een nieuwsbericht en een gesprek, en dan kan de vorm die erbij past best fictie zijn. Sanders maakte de bekroonde jeugdfilm Daan Durft (2014) en de One Night Stand(tv-drama) Mooi Geweest (2018). Over handicaps maakte hij al eerder een aantal producties zoals de documentaire 80% Ongeschikt (2016), de documentaireserie Rolstoel Roadmovie (2019), de vierdelige tv-serie Mari Staat Op (2021) en Handicapable uit 2025. Dit keer wilde hij het onderwerp anders benaderen. Stand Up speelt zich niet af in de stad waar Sanders al meer dan tien jaar woont. Hij koos bewust voor Rotterdam omdat die stad van glas en water de hardheid uitstraalt die rijmt met het revalidatieproces. Handig dat ook de producent The Film Kitchen de stad als thuisbasis heeft.
Los van de hero’s journey
“Als je met een zichtbare handicap een ruimte inkomt, dan doet dat wat met anderen,” vertelt Sanders die al zijn hele leven gebruikmaakt van een rolstoel. “En de reactie op de handicap zegt vaak meer over de persoon die de reactie geeft dan over de gehandicapte zelf. Dat geeft een bepaalde spannende tussenruimte. Ik wilde als uitgangspunt van het verhaal twee archetypes samenbrengen: iemand die zich tot een nieuwe handicap moet leren te verhouden en iemand die zichzelf al te veel vereenzelvigd heeft met zijn handicap en daar zijn identiteit van heeft gemaakt.” Wat gebeurt er als die twee met elkaar in contact komen? vroeg Sanders zich af. “Ik heb er bewust geen ronkend paralympisch narratief van willen maken. Van iemand die zijn fantastische leven verwoest ziet als hij in een rolstoel terechtkomt, maar gelukkig heel erg goed wordt in zitskiën,” vertelt hij met een lach. “Vera is iemand die deze wending eigenlijk nodig heeft om een nieuwe stap in haar leven te zetten, waarin ze leert kwetsbaar te zijn.”

Producent Ineke Kanters van The Film Kitchen geloofde meteen in het verhaal en ook in de schrijverskwaliteiten van Sanders, hoewel hij tot dan toe niet zelf scenario’s schreef. Sanders belt haar tijdens het interview meteen op, met de vraag waarom ze er eigenlijk in geloofde. “Jij bent de enige die dit verhaal kon vertellen. Meteen uit de eerste hand. Dramaturgische dingetjes konden we wel oplossen met schrijfcoaches en een scripteditor. Zo werd het een verhaal door en voor en met en niet over,” vertelt Kanters. Sanders heeft tijdens het schrijfproces dankbaar gebruikgemaakt van de ondersteuning. Uiteraard ging er heel veel research aan het schrijven vooraf. Hij ging in gesprek met mensen met een beperking en ook met hun ouders, vrienden en collega’s. “Die gesprekken hebben het script echt gevoed.” Het was hard werken om van een tv-serieachtige opzet met teveel exposé en wat stroeve dialogen in naar schatting 24 versies naar een verstilde en afgewogen versie van het verhaal te komen. “Ik moest alles nog een beetje uitvinden. Hoewel ik het lastig vond om vooruit te plotten, kreeg ik gaandeweg steeds meer een hekel aan het strakke keurslijf van de hero’s journey. Die kaartjes aan de muur, met de lijnen en de bogen. Het geeft structuur, maar laat weinig te raden over. Een synopsis en een plotstructuur zijn zeker handig om in je achterhoofd te hebben, zeker voor het aanvragen en verkrijgen van subsidie, maar zijn wat mij betreft echt niet heilig. Ik kan pas schrijven als ik de plot kan loslaten. En eigenlijk loopt Stand Up uiteindelijk best wel keurig langs de lijnen van de journey. Al vind ik echt dat er in films ruimte moet zijn waarin dingen nog een beetje troebel zijn. Het is niet aan mij op de kijker iets te laten snappen, maar om hem iets te laten voelen.”
Schrijven is als jenever stoken
Op de vraag wat hij doet als het schrijven niet vanzelf gaat – wachten op inspiratie of een blokje om – antwoordt hij dat er zeker periodes zijn waarin het schrijven maar niet wil lukken. “Ik probeer daar dan niet te veel op te focussen. Ik erken dan dat er kennelijk iets niet goed zit. Schrijven is ook een beetje als jenever stoken, het is een destilleerproces, een verstillingsproces, waarbij je de zuiverste vorm wil overhouden. En dat gaat gepaard met schrijfstiltes en met sprintsessies, want soms schrijf ik in een keer tien pagina’s achter elkaar. Dan mag het nog wel troebel zijn, als het gevoel er maar in zit.” Echt een vaste schrijfroutine heeft hij niet, al zou hij dat best willen en hoewel hij fan is van samenwerken met acteurs mag er bij het echte schrijven niemand bij zijn. Hij werkt graag in stilte. Ook een writer’s room ziet hij niet per se zitten. ‘Ik heb wel geleerd in de trein te schrijven. Mijn vriendin woont in Gent en dat is vanuit Amsterdam toch algauw drie uur enkele reis van deur tot deur.”

“Om de zwart-wittekening van een script om te zetten naar kleur, wilde ik al vrij vroeg in het proces met acteurs aan de slag. Dat helpt om scènes waarachtig te krijgen.” Het was echter nog niet zo gemakkelijk geschikte acteurs te vinden. Behalve Vera’s tegenspeler Daan Buringa, die Sanders al langer kent, was nog niemand benaderd. De oproep van casting agent Saïda van der Reijd in de gebruikelijke kanalen leverde nagenoeg geen reacties op. Sanders wilde authenticiteit en dus werken met jonge mensen met een beperking. Toen Sanders zijn eigen netwerk besloot aan te boren, kwamen er tachtig aanmeldingen binnen van mensen die verbaasd waren dat ze niet de enige waren met een beperking én met ambities in de film. Die eenzaamheid die ze hadden gevoeld sloeg om naar solidariteit en saamhorigheid en al die emoties heeft Sanders meegenomen naar het verhaal, door Xander (Daan Buringa) een vriendenclub te geven. De noodzaak om die muur tussen ambitie en toegang te slechten was trouwens meteen ook de reden om Stichting Wild Lam op te richten, een trainingsprogramma voor on- en offscreen talent met een handicap en een professionele talentenpool van jonge acteurs en makers onder het motto: In de beperking toont zich de meester. Sanders zet zich als creatief directeur voor deze stichting in. Ook dit interview vindt plaats in het bedrijfscafé van het kantoorpand waar Wild Lam kantoor houdt.
Hoewel Sanders nu kon putten uit een enorme pool aan talent, was het Van de Reijd die hoofdrolspeelster Lucia Zemene op het spoor kwam. Zemene raakte vier jaar geleden net als Vera gehandicapt. “Dus ze kon ongelofelijk veel emotionele bagage meenemen in de film. En waarschijnlijk is Stand Up de eerste film waarin visual effects en body doubles zijn gebruikt om in het eerste deel van de film Vera op twee benen te laten lopen in plaats van dat er in de overige scènes een been moest worden weggewerkt.”
‘Mijn god, wie heeft dit nou weer bedacht!’
Met acteurs Zemene en Buringa kon Sanders tijdens de repetities verder schaven aan het script. “Liefst begin ik halverwege het schrijven van een scenario al met casten. Niks is zo verschrikkelijk als een afgetimmerd script. Een scenario zie ik als een organisch ademend document, je bent samen met de acteurs aan het creëren. “ Zo gooide Buringa, die een literatuurstudent speelt die Goethe leest, er een heel citaat van Goethe in, dat hij nog uit zijn hoofd kende van een toneelstuk waarin hij eerder speelde. En de scène in de verhuiswagen, waar Vera geconfronteerd wordt met de angst die anderen om haar hebben uitgestaan, heeft Lucia Zemene zelf zo ongeveer meegemaakt.”
Zemene is half-Duits en haar tweetaligheid greep Sanders aan om de machtsstrijd uit te drukken die ze met haar de ouders voert over haar zelfstandigheid. Zo kon hij een jongere portretteren die ondanks alle obstakels haar eigen weg wil gaan, los van haar ouders. “In mijn rol als regisseur zie ik het script dus niet als bijbel. Het is een blauwdruk en geen partituur. Of in ieder geval ben ik dan de dirigent die talent ondersteunt en niet de componist die precies de noten wil volgen. Al komt denk ik niks dichter in de buurt van God spelen dan films maken, als auteur en als regisseur. Behoorlijk blasfemisch om een compleet nieuw universum te scheppen,” grapt Sanders, om eraan toe te voegen dat hij allergisch is voor macht. Hij zweert bij co-creatie en in begeleiden in plaats van leiden.
Er zitten niet zozeer nadelen aan het regisseren van je eigen script al benadrukt Sanders dat hij er zich heel bewust van is dat hij twee petten opheeft. “Als er op de set de vraag werd opgeworpen of er iets productietechnisch aan de locatie kon worden veranderd in het script, grapte ik dat ik de scenarist er die avond nog wel even naar zou vragen. En af en toe vervloekte ik als regisseur mezelf als schrijver ook. ‘Mijn god, wie heeft dit nou weer bedacht!’ Ik heb ook geen script op de set. Ik studeer het in en neem kernwoorden mee, maar acteurs hoeven niet per se die ene zin te zeggen. Ik moet geloven wat ik zie.” De vertaalslag van papier naar beeld vindt hij toch het leukst aan het filmvak, stelt hij als hij de vraag krijgt of hij liever schrijver is of regisseur. “Het is echt een raar idee dat letterlijk een paar zwarte letters op wit papier het uitgangspunt vormen van zo’n set waar je omringd wordt door honderd man die dat dan als hun bijbel zien, dat wat je jaren geleden bedacht hebt. Ik kan nog steeds niet vatten hoe groots dat eigenlijk is. Het is zo intens, van nul naar honderd. Het is eervol en dankbaar werk.”

De modder van de taal
Sanders ziet het als zijn taak vooral een verhaal te vertellen en benadrukt dat hij zeker geen zendingsdrang heeft, al geeft hij grif toe dat zijn ervaringen en zijn leven met een beperking een goudmijn zijn. “Al zal ik niet mijn hele leven films over handicaps maken. Stand Up gaat ook niet over het hebben van een handicap, maar over hoe je je leven vormgeeft. En hoe je je verhoudt tot je eigen lichaam, het gaat over lichamelijkheid. Daar zit gelukkig ook humor in. Ik ben dol op ongemakkelijkheid en ik zie humor in lichamelijk ongemak. En tijdens het schrijven gebeurt het gewoon dat er behalve drama ook humor insluipt. Drama en humor komen uit dezelfde pijn en dezelfde misverstanden. Het is fijn om leuke personages te beschrijven, je bent er toch al gauw acht jaar mee samen.”
De film werd onder andere ondersteund door het NFF, BNNVARA, een paar Europese fondsen en ook een Griekse producent. Dat bracht hem een paar jaar geleden op het NFF in contact met de Griekse editor Yorgos Mavropsaridis die er een masterclass gaf. Ze dronken koffie. Toen Sanders hem een paar maanden later het script stuurde, hapte Mavropsaridis toe. De bijna 72-jarige, wat gereserveerde editor staat bekend om zijn vaste samenwerking met regisseur Yorgos Lanthimos (voor wie hij onder andere Poor Things en The Favourite monteerde). “Al zijn emoties stopt deze stoïcijnse man in zijn edits. En hij voelde zo goed aan waar ik emotioneel heen wilde. Ik denk dat het een voordeel was dat hij de Nederlandse taal niet spreekt, al kreeg hij natuurlijk wel vertaalde dailies.” Voor de film reisde Sanders een paar keer op en neer naar Griekenland, maar naast de editor zitten mocht hij niet. Hij kon zijn 158 commentaarpunten toelichten en vervolgens in spanning wachten op zijn hotelkamer, vol creatieve onrust. Sanders herinnert zich één keer de sauna te zijn uitgerend om de editor een manische e-mail te schrijven, waarop Mavropsaridis stoïcijns antwoordde: ‘Oké, ik kijk ernaar.’ “De man kan ontzettend goed luisteren,” vertelt Sanders, “en zich in dienst van de maker stellen. Hij kijkt naar beelden met de vraag: geloof ik het? Zonder de modder van de taal.”
Stand Up draait vanaf 12 november in de Nederlandse bioscopen.
