Van bodeverhaal naar bloed in het afvoerputje
Het ontstaan van een scenario is vaak een boeiend verhaal op zich. In deze aflevering van De Conceptie: hoe Maria Goos haar eigen toneelstuk Cloaca omwerkte naar een speelfilm.

‘Het wordt een komedie, een van de vier gaat op het einde waarschijnlijk dood.’ Dit was het startpunt waarmee Maria Goos begon aan het schrijven van een toneelstuk over mannenvriendschap dat Cloaca zou gaan heten.
De inspiratie hiervoor kwam toen ze in het Amsterdamse theatercafé De Smoeshaan de interacties observeerde tussen haar toenmalige partner Peter Blok en studiegenoten Gijs Scholten van Aschat, Pierre Bokma en Willem van de Sande Bakhuyzen. Zoals dat gaat tussen oude vrienden, zaten ze elkaar steeds te dissen en vliegen af te vangen, altijd met net een ondertoon van speelsheid en kameraadschap. Dit zou leuk zijn om op toneel te zien, dacht Goos.
Dat werd Cloaca. Het stuk draait om studievrienden Pieter, Joep, Tom en Maarten. Als veertigers behoren ze als gemeenteambtenaar, politicus, advocaat en theaterregisseur tot de maatschappelijke elite, maar hun successen zijn een vernisje. Hun privélevens liggen in puin. Het enige wat ze nog hebben, is elkaar. Als Pieter zijn oude vrienden om hulp vraagt bij een conflict met zijn werkgever over het eigenaarschap van een verzameling kostbare schilderijen, komt zelfs die loyaliteit onder druk te staan.
Op 14 oktober 2002 ging Cloaca in première in de Stadsschouwburg in Amsterdam. De mannen waarmee het was begonnen, waren allemaal betrokken. Van de Sande Bakhuyzen deed de regie en Blok, Bokma en Scholten van Aschat speelden respectievelijk Tom, Pieter en Joep. Jaap Spijkers was erbij gehaald voor de rol van Maarten. Het stuk werd dé Nederlandse theaterhit van dat jaar. Tot aangename verrassing van allen werd er altijd veel gelachen in de zaal. Soms zelfs té veel, waardoor de acteurs latere uitvoeringen ingetogener begonnen te spelen, zodat ook het drama tot zijn recht kwam.
Bij dit alles stond altijd een verfilming met dezelfde acteurs en regisseur voor ogen. Het vorige stuk van Goos en Van de Sande Bakhuyzen, Familie, was omgewerkt tot een goed ontvangen Telefilm die zelfs een korte bioscooprelease kreeg. Wederom bewerkte Goos haar stuk tot een speelfilmscenario. Vele voorstellingen, vanuit de coulissen gevolgd met haar aantekeningenboek in de hand, hadden haar voldoende aanknopingspunten gegeven om haar eigen werk aan te scherpen.
Goos stond voor een lastige opgave. Op het toneel kun je dingen uitleggen. Film vraagt om beelden. Het toneelstuk speelt zich geheel af in Pieters appartement. De kracht van verhaal dat beperkt blijft tot één ruimte zit vaak juist in die afbakening, meende Alfred Hitchcock al. Verfilmingen die de boel opentrekken door meer locaties in te voegen, voelen dikwijls geforceerd. Dit was gebleken uit Familie. Het sterkste gedeelte van de verfilming was wanneer zes mensen vastzitten in een ingesneeuwd chalet en elkaar verbaal te lijf gaan, net als in het stuk.
Maar Cloaca was veel meer wat Goos een ‘bodeverhaal’ noemde. Grote stukken bestonden eruit dat Joep, Tom en Maarten bij Pieter binnenkwamen en in lange monologen vertelden wat er de afgelopen maanden met hen was gebeurd. Dit zou niet werken op film. De boel opentrekken was dus toch nodig.
Pieters appartement als hoofdlocatie bleef gehandhaafd, maar er kwamen ook scènes bij op kantoor en in het theater. De grote vraag was hoe Goos de achtergronden van de vier vrienden duidelijk moest maken. Ze afzonderlijk tonen zou te veel tijd kosten. Na veel denken en proberen diende een oplossing zich aan. In het stuk trekt Joep na een ruzie met zijn vrouw bij Pieter in. Wat als hij eerst contact legt met Tom en Maarten voor een overnachtingsadres? Zo konden de levens van de vier antihelden snel en soepel aan elkaar worden verbonden en hun backstory’s beknopt worden getoond in plaats van verteld.
Ook leverde dit de mogelijkheid op om de druk op de ketel te zetten. In het stuk bekent Maarten na een hoop gespeculeer aan Pieter dat hij een verhouding heeft met Joeps achttienjarige dochter Laura. In de film wordt dit veel eerder aan de kijker onthuld, maar louter aan de kijker. Hierdoor wordt iedere interactie tussen Joep en Maarten bijzonder geladen.
Het lastigste was het uitgangspunt waarmee Goos was begonnen: de dood waarmee de komedie moest eindigen. Als Pieter steeds meer in de problemen raakt en beseft dat hij zelfs niet meer kan terugvallen op zijn vrienden, pleegt hij zelfmoord. De toneelversie eindigt met een scène waarin Tom en Maarten Pieter in de badkamer vinden met doorgesneden polsen. Na een stuk of tien uitvoeringen en flink wat discussie was er besloten dat deze scène eruit moest. Het stuk eindigde nu met louter een hint naar Pieters zelfmoordplannen.
In de film kwam de zelfmoord weer terug. Hierover schreef Goos: ‘Wat op toneel niet wilde kloppen, viel in de film op zijn plek.’ Het wordt niet uitgelegd maar louter getoond met één shot van een afvoerputje waar bloed in stroomt.
Bron: Maria Goos, Cloaca, toneeltekst en filmscenario (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2003)
