‘De hoofdpersonen in Downtown zijn afsplitsingen van mezelf’
Je zou de openingsfilm van het Nederlands Filmfestival 2026 kunnen omschrijven als een intiem epos. Aan de ene kant is het door Frank Houtappels geschreven Downtown een ambitieus verhaal dat begint met de opkomst van aids en eindigt in het coronatijdperk. Toch draait alles in de kern om een vriendschap tussen drie mannen. Volgens Houtappels zijn deze personages allemaal afsplitsingen van hemzelf. Maar wat vertellen deze karakters dan over zijn leven en werk?

Afgelopen juli beleefde het door Michiel van Erp geregisseerde drama Downtown al een première op het lhbtiq+-festival Frameline in San Francisco. Scenarioschrijver Frank Houtappels reisde in gezelschap van de producenten met de film mee. “Herinneringen zijn altijd een beetje diffuus”, vindt Houtappels. “Je kunt er nooit voor honderd procent op vertrouwen.” Neem de ontstaansgeschiedenis van deze film. Houtappels dacht dat hij alles zelf had verzonnen, maar dat lag iets genuanceerder. “We hadden in San Francisco nogal wat tijd te besteden. Samen met co-producente Monique Busman maakte ik een fietstocht. We raakten in gesprek over het ontstaan van de film. Volgens Monique begon alles met een belletje van producent Maarten Swart van Kaap Holland Film. Die vroeg aan Michiel of hij niet een film kon maken over de Mazzo.” Deze discotheek groeide in de jaren tachtig uit tot een absolute hotspot. Van Erp belde vervolgens Houtappels op en legde hem dit nog prille idee voor. “Dat was in de coronatijd. Ik dacht destijds vaak terug aan de jaren tachtig, die andere periode waarin mensen afstand van elkaar hielden. In die tijd wisten mensen nog niet waar hiv vandaan kwam. Ze dachten dat je het via spuug kon krijgen, bijvoorbeeld als een homo met consumptie sprak. Dat dachten ze toen echt, alleen is iedereen dat inmiddels vergeten. Nadat ik dat Mazzo-idee hoorde, riep ik meteen: ‘Maar dan heb ik nog wel een andere insteek’. Als ik iets zou schrijven over het uitgaansleven in de jaren tachtig wilde ik wel de homokant en de opkomst van aids belichten. Michiel reageerde positief op dit plan. Voor een documentaire had hij al eens long time survivors geïnterviewd, mensen die al jarenlang leven met hiv. Velen van hen beginnen in het staartje van hun leven te reflecteren op de jaren waarin zoveel mensen aan aids stierven. Ze vragen zich af: ‘Waarom zij wel en ik niet?’ Iets wat ik zeer goed begrijp.” Van Erp koppelde deze invalshoek terug naar Maarten Swart. Die ging akkoord en liet de ontwikkeling van het project voorlopig aan Houtappels en Van Erp over.

Drie is dankbaar getal voor drama
“En dan ga je los. Ik had al een verhaal in mijn hoofd. Het moest gaan over een vriendschap die onder druk kwam te staan door de komst van het aidsvirus. Zoals in de coronatijd families uit elkaar vielen door de discussies over het belang van mondkapjes en vaccinaties, zo waren er binnen de gayscene in de jaren tachtig ook heftige discussies over of je jezelf wel of niet moest laten testen.”
Wie een film maakt over vriendschap heeft boven alles sterke personages nodig. “Om te beginnen vroeg ik me af hoeveel karakters ik nodig had. Een verhaal over twee vrienden voelde te klein. Een ensemble van vijf of zes leek me dan weer te veel. Maar drie is een rotgetal als het gaat over de liefde. Dat zong Ramses Shaffy al eens: ‘De een wil de ander, maar de ander wil de ene niet’.” Het cijfer drie mag dan misschien lastig zijn in de liefde, het is een dankbaar getal voor drama. Dus het werd een trio.
In de film maken we kennis met Ronnie (Daniel Cornelissen), die anno 1986 werkt in de populaire gaydisco Downtown. Daar valt zijn oog op de keurig geklede Lennart (Sebastián Mrkvicka) die hij al snel omdoopt tot ‘Dasje’. De twee draaien enige tijd om elkaar heen, totdat de jonge Bas (Thor Braun) ten tonele verschijnt, een jongen met artistieke aspiraties. Ronnie kijkt toe hoe de aandacht van Dasje meteen verschuift naar de nieuweling. “Eigenlijk denkt Lennart: ‘Ik hou van je, maar niet op die manier, want op die manier hou ik al van hem. Kon ik jullie maar combineren in één personage, dan was het voor mij ideaal… maar voor jullie weer niet.’ En dan komt er een bepalende factor bij van buitenaf, het virus, waar ze allemaal anders op reageren. Dan worden de vrienden uit elkaar gedreven.” Bas lijkt zelfs in rook opgegaan. Toch zullen ze elkaar weer zien, in het coronatijdperk. De inmiddels middelbare Ronnie (nu gespeeld door Yorick van Wageningen) ziet Bas (Roeland Fernhout) tot zijn verbazing terug in de metro. Hij probeert hem tijdens een etentje te herenigen met Lennart (Hans Kesting). Maar wie drie oude vrienden rond een tafel verzamelt, nodigt onvermijdelijk ook het verleden uit.

Artistieke aspiraties
“Alle drie de personages zijn afsplitsingen van mezelf, zij het allemaal op andere manieren. Neem de jonge artistiekeling Bas. Hij komt aan in Amsterdam en denkt dat de wereld aan zijn voeten ligt, dat had ik ook. Bas wil naar de kunstacademie, iets dat ik letterlijk heb geprobeerd.” Houtappels schiet in de lach. “Ik ging naar de Rietveld met zo’n groen gemarmerde map vol tuttige houtskooltekeningen. De mensen van de commissie waren heel lief. Ze zeiden: ‘We weten zeker dat je iets kan, je bent heel enthousiast, maar jij zou eigenlijk eens uit huis moeten gaan om een jaar lang helemaal niks te doen.’ En ik vroeg: ‘Waar moet ik dan van leven?’ Nou, daar moest ik maar eens over na gaan denken… Ik heb dit ooit uitgeschreven als scène voor Bas, maar er was geen plek meer voor in de film.”
Artistieke aspiraties had Houtappels al op jonge leeftijd. Hij zong bijvoorbeeld in een kinderkoor. Dat was in het Limburgse Weert waar ook de studio stond van platenbaas Johnny Hoes. Die had wel eens kinderstemmen nodig voor zijn producties. Daarvoor klopte hij aan bij het koor en zo is de jonge Houtappels onder meer te horen op de hit Wij zijn twee vrienden van Dennie Christian. “Ik vond het geweldig in de studio, want ik wilde artiest zijn en dichterbij kon je op dat moment niet komen. Het was wel jammer dat ik Dennie Christian nooit in het echt zag, want dat was natuurlijk een knappe man met krullen, maar ik kreeg wel een LP met handtekening.” Hoewel Houtappels niet opgroeide in een artistiek gezin werd zijn interesse in het creatieve wel herkent. Terwijl hij verder vertelt over zijn jeugd, pakt hij een vuistdik boekwerk uit de kast. Als hij het openslaat ligt er een droogbloem tussen de pagina’s. “Is van mijn opa geweest, die gebruikte het ook als bloemenpers.” Houtappels vertelt hoeveel hij als kind genoot van De Stille Kracht (1974), een kostuumdrama van de AVRO, gebaseerd op de roman van Louis Couperus. “Die sets waren zo evident van bordkarton, als iemand daar een deur dichtdeed dan klapperde het hele decor. Maar ik geloofde alles, want het was zo spannend. Dat make believe en verhalen vertellen vond ik als kind al interessant. Daarom gaf mijn opa mij dit boek: een bundeling van het literaire tijdschrift De Gids.” Wijzend maar de pagina’s: “Kijk, dit is de voorpublicatie van De Stille Kracht voordat het in romanvorm verscheen. Deze versie wijkt af van het boek, omdat Couperus nog dingen heeft aangepast. Mijn opa, die hoofd van een lagere school was, zei: ‘Neem jij dit maar mee, want jij bent de enige die dit snapt.’ Op die manier word je toch gevoed met kunst.”
Houtappels klopte nooit meer aan bij de Rietveld, maar werd eind jaren tachtig wel aangenomen op de Amsterdamse Toneelschool. Daar schreef hij al toneelstukjes voor zichzelf. Toen hij later als acteur meespeelde in een stuk van Paul Haenen riep hij in een brutale bui tegen de producent: “Dat kan ik ook!” Dit resulteerde in zijn eerste avondvullende toneeltekst: Aan het einde van de aspergetijd. Al snel volgden er naast theaterstukken ook scenario’s vooronder meer Hertenkamp, Het Klokhuis, Gooische Vrouwen, ’t Schaep met de Vijf Pooten en de film Neem Me Mee.
Allesbehalve een activist
De raakvlakken met de artistieke Bas zijn vrij helder, maar hoe zit dat met de zorgzame activist Ronnie? “Hij is net als ik een jongen die hoopt dat het allemaal weer goed komt. Ik zou ook zo’n etentje kunnen organiseren. Hij wil het gezellig houden, terwijl hij weet dat het niet kan.” Ronnie is ook actief in de community. Hij wordt een buddy voor aidspatiënten, voert actie, agendeert gay issues. Houtappels zelf verwerkte jarenlang heel bewust homoseksuele personages en thema’s in zijn scripts. “Omdat ik het zelf ben en ik probeer homoseksualiteit op die manier zichtbaar te maken”, zei hij in 2011 tegen Plot. Dat deed hij bijvoorbeeld in Gooische Vrouwen, ’t Schaep met de Vijf Pooten en de familiefilm Ja Zuster, Nee Zuster. Laatstgenoemde was gebaseerd op de gelijknamige tv-serie van Annie M.G. Schmidt uit de jaren zestig. Houtappels bewerkte de klassieke reeks eerst voor theater, waarna de film volgde in 2002. Een personage uit de serie, de boze buurman Boordevol, worstelde met zijn gevoelens en dacht verlangend terug “aan de jongens van de reisvereniging”. Sommige volwassenen vonden dit te ver gaan, onder wie cabaretkenner Jacques Klöters. “Volgens hem hadden we er een ‘homofeestje’ van gemaakt. Nou, dat had Annie zelf al gedaan. Ik had van Flip van Duijn, de zoon van Annie, kopieën van oude scripts gekregen. Zodoende zag ik ook haar aantekeningen. Daaruit bleek dat er veel dubbelzinnige dialogen in zaten die hinten naar homoseksualiteit. Neem alleen al het liedje De jongens van de reisvereniging (‘Wat hadden we een gein met Johan en Boudewijn’). Zou dat nou echt gaan over een reisvereniging? Zo dom was Annie echt niet. Dus regisseur Pieter Kramer en ik dachten: ‘Dat element zetten we nu maar eens in het daglicht’. Flip zei nog: ‘Wat zou Annie dat leuk gevonden hebben.’ En vervolgens vonden allemaal recensenten dat we te ver gingen. Maar weet je, de kinderen in de zaal waren er helemaal niet mee bezig. Die dachten: ‘O, wat leuk, hij had vroeger allemaal vriendjes’. Downtown is een film waarin alle hoofdrolpersonages homoseksueel zijn. Maar eigenlijk vind ik dat het qua homo-emancipatie in films en series tegenwoordig hartstikke goed gaat, zelfs op platforms als Netflix.”
Blijft er nog één personage over: jurist Lennart. “Voor dat personage heb ik me ook een beetje laten inspireren door mijn man.” In Downtown zit een scène waarin Lennart zich verzet tegen de macho-cultuur op zijn werk. “Dat deed mijn man destijds ook. Toen kende ik hem net en ik was zo trots op hem. Ik dacht: ‘Zo, die kerel deugd!’ Maar Lennart heeft ook een totaal andere kant. Als het over aids gaat, wil hij er niets mee te maken hebben. Dat had ik ook. Aan mij had je in die periode helemaal niks. Ik was allesbehalve een activist. Als ze op het Beursplein in Amsterdam stonden te demonstreren, dan wilde ik daar zeker niet aan meedoen. Dat was hoe ik toen was. Ik wilde het niet zien, maar je kon er niet aan ontkomen. Dit heb ik ook opgebiecht tijdens een Q&A na afloop van de film in San Francisco, een stad die destijds hard werd getroffen door de aidsepidemie. Er zaten veel oude nichten in de zaal, ook veel longtime survivors. Aan het slot verzuchtte ik: ‘Ik hoop dat ik het met deze film een beetje goed heb gemaakt’. En toen kreeg ik tot mijn verbazing een staande ovatie.”
Downtown draait vanaf 1 oktober landelijk in de bioscoop en opent het Nederlands Film Festival 2026 op 25 september.
