De biopic en de kunst van het weglaten
Toen de komische dramafilm Blue Moon (2025, Richard Linklater) eerder dit jaar uitkwam, kreeg die overwegend goede recensies. De dialogen, de regie en met name Ethan Hawke, in de rol van Lorenz Hart, werden geprezen. Dat het verhaal zich op één avond en vrijwel volledig op één locatie afspeelt, werd steevast genoemd. Niet als lof of kritiek, maar eenvoudigweg als een feitelijke constatering.

Lorenz Hart (1895–1943) was een Amerikaanse songwriter en de vaste creatieve partner van componist Richard Rodgers. Samen schreven ze klassiekers als Manhattan, My Funny Valentine en The Lady Is a Tramp en groeiden uit tot een van de succesvolste Broadway-duo’s van hun tijd. Hart stond bekend om zijn briljante, geestige teksten, maar kampte met onzekerheid, depressies en alcoholisme. Hij overleed op 48-jarige leeftijd. Tegen die tijd werkte Richard Rodgers al samen met Oscar Hammerstein II, een partnerschap dat zou uitgroeien tot misschien wel de belangrijkste en succesvolste samenwerking uit de geschiedenis van het twintigste-eeuwse muziektheater.
In Blue Moon volgen we Hart op de avond van de première van Oklahoma!, het debuut van Rodgers & Hammerstein. Niet in het theater zelf, maar in Sardi’s, een beroemd Broadway-restaurant waar cast, crew en genodigden na afloop samenkomen. Terwijl de eerste lyrische recensies binnendruppelen, wordt Hart verteerd door jaloezie, zijn alcoholverslaving, een onbeantwoorde liefde en zien we dat zowel zijn carrière als zijn leven hem langzaam ontglippen.
Scenarioschrijver Robert Kaplow, die al tientallen jaren gefascineerd was door Hart, wilde met Blue Moon geen traditionele biopic maken. Hij vond één cruciaal moment waarin alle thema’s van Harts leven samenkwamen: artistieke jaloezie, eenzaamheid, vergankelijkheid, liefde en de angst irrelevant te worden. Daarom koos hij niet voor een verhaal over Harts opkomst, zijn successen en zijn neergang, maar voor die ene avond in 1943 waarop Hart moest toezien hoe Richard Rodgers met zijn nieuwe partner een historische triomf behaalde. Oklahoma! zou uitgroeien tot een van de succesvolste en invloedrijkste musicals uit de theatergeschiedenis. Het was niet alleen de avond waarop een nieuw tijdperk begon, maar voor Hart was het ook de avond waarop zijn eigen tijdperk leek te eindigen.
Kaplow geeft zelf toe dat niet alles in Blue Moon letterlijk zo gebeurd is. Dat Hart op de avond van de première van Oklahoma! in Sardi’s aanwezig was, klopt, maar sommige gesprekken en gebeurtenissen zijn verzonnen, aangedikt of samengevoegd. Kaplow gebruikte die vrijheid om ons niet zozeer kennis te laten maken met de feiten van Harts leven, maar met de man zelf. Niet door een heel leven te tonen, maar door één zorgvuldig gekozen avond waarin dat hele leven zichtbaar wordt. Deze artistieke keuze had misschien wat meer aandacht verdiend. Harts levensverhaal vertellen aan de hand van één avond in 1943: je moet er maar op komen.
De meeste biopics lijken meer op (auto)biografieën. Van de wieg tot het graf. Opkomst en ondergang. Het hele verhaal, althans de illusie daarvan.
Neem Michael, ook dit jaar in de bioscoop. Daar kozen de makers voor de klassieke aanpak: een reis van tientallen jaren, van wonderkind in The Jackson 5 tot de beroemdste en meest succesvolle artiest van zijn generatie.
Opmerkelijk genoeg werd daar juist kritiek op geleverd. Waar niemand zich afvroeg wat er allemaal ontbrak in Blue Moon, wezen veel recensenten erop wat er allemaal ontbrak in Michael. Niet zo vreemd: een film van twee uur die veertig jaar beslaat, vertelt niet alleen wat hij laat zien, maar ook wat hij weglaat. In het geval van Michael Jackson ging het debat natuurlijk over zijn dubieuze omgang met kinderen en de vraag of de film een te sympathiek beeld van zijn hoofdpersoon schetst. Alsof we een biopic die een heel leven claimt te vertellen automatisch ook verantwoordelijk moeten houden voor alles wat er in dat leven gebeurd is.
Maar stel dat de makers dezelfde keuze hadden gemaakt als Robert Kaplow bij Blue Moon. Stel dat ze één dag hadden gekozen uit Michaels jeugd. Een triomfantelijk optreden van The Jackson 5, gevolgd door een aframmeling van zijn vader omdat Michael één valse noot zong. Waarna de toekomstige wereldster zich terugtrekt in de fantasiewereld van Peter Pan, de eeuwige jeugd en Neverland. Zoiets. Zo’n film zou misschien niet vertellen wat Michael Jackson allemaal heeft gedaan, maar wel iets kunnen laten zien van wie hij was: een kind dat nooit echt kind heeft mogen zijn. En misschien is dat uiteindelijk ook wat veel biopics proberen te doen: niet een leven samenvatten, maar een mens begrijpelijk maken.
Feit is dat Michael records brak en dat de film enthousiast is ontvangen door zijn fans. Op YouTube circuleren filmpjes van bioscoopzalen die tijdens de aftiteling veranderen in een dansvloer. Niet elke biopic heeft dezelfde ambitie. Soms probeert een film zijn hoofdpersoon te ontleden, soms wil hij vooral diens leven vieren. Michael lijkt nadrukkelijk voor dat laatste te kiezen. Uiteindelijk gaat de film misschien minder over de mens Michael Jackson dan over het fenomeen Michael Jackson – en vooral over de muziek die hem onsterfelijk maakte.
Als er een biopic is over de King of Pop, dan kan de Queen of Pop natuurlijk niet achterblijven. Er wordt momenteel gewerkt aan een miniserie over haar leven en Madonna is daar zelf nauw bij betrokken. Of dat laatste een goed idee is, moet blijken; interessanter is de vraag welke vorm ze gaat kiezen.
Krijgen we het verhaal van het meisje van negentien dat in 1978 met nog geen veertig dollar op zak in Manhattan arriveerde, vastbesloten het te maken als danseres? Met daarna de onvermijdelijke doorbraak, de hits, de schandalen, Ray of Light, de kus met Britney en Christina, alles tot en met haar laatste album aan toe? Gaat het popicoon ons vertellen hoe het allemaal écht is gegaan?
Het kan ook anders.
In de biografie A Rebel Life wordt verteld dat Madonna, nog ver voor haar doorbraak, in een bandje zong en de drummer wilde vervangen. De manager hield niet van personele wisselingen, maar had wel een strikte regel: no sex among the bandmembers. Madonna ging vervolgens met de drummer naar bed, zorgde ervoor dat de manager daarachter kwam, waarna de drummer onmiddellijk werd ontslagen. Enter Madonna’s favoriete drummer.
Eigenlijk zit daar al een geweldig verhaal in. Niet over roem, maar over ambitie. Over iemand die succes niet afwacht, maar naar zich toe trekt. Deze anekdote vertelt iets over Madonna waar een chronologische opsomming van veertig jaar carrière misschien niet aan toekomt: haar meedogenloze wil om te slagen. Het is inspirerend, eigenzinnig, pikant én subversief – helemaal Madonna. En een titel ligt al voor de hand: In Bed with Madonna. Maar verdorie, die is al vergeven. Bedtime Story dan maar.
Een goed gekozen moment, kortom, onthult soms meer dan een heel levensverhaal.
De Chileense regisseur Pablo Larraín maakte er zelfs zijn handelsmerk van. In Jackie vertelt hij niet het levensverhaal van Jacqueline Kennedy. We zien haar niet als jong meisje, niet als first lady in wording of als Jackie Onassis. Larraín kiest voor een paar dagen waarop haar hele leven kantelt. Terwijl Jackie rouwt, een begrafenis organiseert en een journalist te woord staat, zien we een vrouw die niet alleen haar man heeft verloren, maar ook probeert te bepalen hoe de geschiedenis zich hem zal herinneren. Het verhaal beslaat slechts enkele dagen, het begin van een periode waarin ze nog niet de mythische Jackie Onassis is, maar ook niet meer de vrouw van John F. Kennedy. Een paar dagen dus, maar we voelen het gewicht van een heel leven.
Larraín heeft een voorkeur voor die aanpak. In Spencer beperkt hij zich tot een kerstweekend uit het leven van prinses Diana. In Maria volgt hij de laatste dagen van operazangeres Maria Callas. Het zijn geen biografieën in de klassieke zin van het woord. Eerder portretten. Alsof Larraín steeds opnieuw probeert te bewijzen dat één beslissend moment soms meer kan onthullen dan een chronologische opsomming van veertig jaar.
Alsof er nog niet genoeg manieren zijn om een biopic te maken, bestaat er ook nog de variant waarin het verhaal wordt verteld door iemand anders dan de beroemdheid zelf. In Amadeus gaat het officieel over Mozart, maar feitelijk kijken we tweeënhalf uur lang door de ogen van zijn collega-componist Antonio Salieri. De film begint zelfs met een oude, verbitterde Salieri die terugkijkt op zijn leven en zijn obsessie met Mozart.
Dat perspectief blijkt een gouden vondst. Salieri bewondert Mozart en haat hem tegelijk. Hij ziet een man die zich gedraagt als een kwajongen, maar muziek schrijft die rechtstreeks van God lijkt te komen. Misschien leren we daardoor minder over de historische Mozart dan een documentaire ons had kunnen vertellen, maar we leren des te meer over jaloezie, ambitie en de pijn van het besef dat iemand anders beter is dan jij.
Het aardige is dat Amadeus daarmee nog een andere weg laat zien. Robert Kaplow kiest in Blue Moon één beslissende avond. De makers van Michael kiezen voor tientallen jaren. Maar Amadeus kiest voor een perspectief. Niet Mozart staat centraal, maar de manier waarop iemand anders naar Mozart kijkt.
Misschien doen biopics dat vaker. Ze vertellen niet alleen iets over hun onderwerp. Ze vertellen ook iets over het personage dat observeert. Salieri onthult minstens zoveel over zichzelf als over Mozart. En Lorenz Hart kijkt in Blue Moon naar het succes van Rodgers zoals Salieri naar Mozart kijkt: met bewondering, afgunst en het pijnlijke besef dat de wereld verdergaat zonder hem.
En dan is er nog de blik van de regisseur natuurlijk. Sofia Coppola doet in Marie Antoinette geen poging om de achttiende eeuw zo exact mogelijk te reconstrueren. Integendeel. Op de soundtrack klinken nummers uit de jaren tachtig en tijdens een montage duikt zelfs heel even een paar Converse All Stars op tussen de schoenen van de toekomstige Franse koningin. Coppola wilde daarmee niet zozeer laten zien hoe Marie Antoinette leefde, maar hoe het voelde om Marie Antoinette te zijn. Jong, beroemd, rijk, verveeld, voortdurend bekeken en opgesloten in een wereld waar iedereen iets van je wil. De moderne muziek en de gymschoenen fungeren als een soort vertaalmachine. Ze trekken een historische figuur uit het museum en maken van haar een meisje van nu.

Ook hier wordt de historische werkelijkheid naar de achtergrond geschoven ten gunste van iets anders. Niet de feiten staan centraal, maar de ervaring.
Misschien is dat uiteindelijk waar de meeste biopics naar op zoek zijn. Niet naar een zo volledig mogelijk overzicht van een mensenleven, maar naar een manier om ons te laten voelen hoe het was om die persoon te zijn. Soms gebeurt dat in een film die tientallen jaren beslaat. Soms in een paar dagen. Soms in één avond. Soms zelfs door de ogen van iemand anders.
Daarom is de vraag bij een biopic misschien niet wat er is weggelaten, maar wat ervoor in de plaats is gekomen. Welke keuze hebben de makers gemaakt om ons dichter bij hun hoofdpersoon te brengen?
Een goed gekozen moment, een onverwacht perspectief of zelfs een paar gymschoenen uit de twintigste eeuw kunnen soms meer onthullen dan een chronologische opsomming van feiten. Uiteindelijk willen we niet alleen weten wat iemand heeft meegemaakt. We willen even voelen hoe het was om hem of haar te zijn.
