Tussen kunst en critici
Filmrecensenten worden door makers soms gezien als zuurpruimen die kunst afkraken van de zijlijn. Wat is de waarde van filmkritiek? Waarom zijn negatieve recensies soms nodig? En waar wringt het soms tussen makers en recensenten? Plot Magazine sprak met recensenten Elise van Dam en Jort van Slooten over hun vak.
In de film Birdman ziet actiefilmster Riggan Thomson zijn droom om de sprong te maken naar serieus theateracteur in rook opgaan, als een gezaghebbend Broadwaycriticus hem ijskoud mededeelt dat ze van plan is een kraakrecensie te schrijven over zijn nieuwe stuk. En dat nog voordat ze er een seconde van heeft gezien! Dit scènetje en vele andere fictieve recensenten weerspiegelen hoe veel film- en theatermakers soms heimelijk denken over professionele critici.

Volgens hen zijn critici – voor theater, film en alle andere kunstvormen – allemaal zuurpruimen, waarschijnlijk mislukte makers, die hun frustraties afreageren door de kunst die ze zelf niet kunnen maken af te branden. “Ik maak films voor het publiek, niet voor de filmcritici,” is dan ook dikwijls het antwoord van filmmakers als wordt geïnformeerd naar hun respons op negatieve recensies. Maar wat als de film wordt ontvangen met jubelbesprekingen? Dan worden die met brede koeienletters geciteerd in de promotiecampagnes. Zo onverschillig zijn filmmakers dus ook weer niet tegenover recensies.
Wat makers misschien over het hoofd zien, is dat de critici, hoeveel ze ook houden van kunst, geen recensies schrijven om makers te pleasen. Ook zij schrijven voor hun publiek. Door dit misverstand hebben makers en critici soms een wat gespannen verstandshouding.
Een vrij grote bagage
“Een vraag waar ik heel erg mee heb geworsteld, zeker in mijn begindagen, is: waarom zou ik iets zinnigs kunnen vertellen over een film?”, erkent Jort van Slooten, filmjournalist bij het Nederlands Dagblad. “Ik heb nog nooit een scenario geschreven. Ik ben nooit op een filmset geweest. Ik ben een complete outsider. Toen ik deze vraag stelde aan Martin Koolhoven gaf hij een antwoord dat ik me sindsdien eigen heb gemaakt. Het feit dat je niet in de filmwereld staat, geeft je de kans om een film te beoordelen vanuit het perspectief van de kijker. Dat geeft jou meerwaarde ten opzichte van collega-filmmakers. Die beoordelen een werk vanuit het perspectief van de maker.”
Elise van Dam, film- en theaterrecensent bij Filmkrant, de Volkskrant en tot voor kort Het Parool, vertelt: “Als recensent heb je als het goed is een vrij grote bagage aan wat je al hebt gezien en kennis van films. Dus kijk je net op een ander niveau en kun je scherper analyseren dan de gemiddelde bezoeker. Tegelijkertijd vind ik het wel altijd belangrijk om te schrijven vanuit mijn eigen gevoel en ervaring van de film. Dus ik wil mezelf ook niet boven het publiek stellen. Ik denk dat je een soort schakel bent tussen maker en publiek.”
Jort stemt in: “Omdat ik alles zie wat los en vast zit, ben ik hopelijk in staat om dingen te contextualiseren. Bijvoorbeeld: Joker werd een paar jaar geleden als heel baanbrekend beschouwd, terwijl ik dacht: als je King of Comedy en Taxi Driver kent, dan valt het wel mee. En wat natuurlijk ook speelt: iedereen kan tegenwoordig anoniem een mening posten op het internet. Waarom doet professionele filmkritiek er dan toe? Omdat mijn naam onder elke recensie staat. Je moet staan voor wat je zegt.”
Het is dus de combinatie van een open blik, brede kennis, analytisch vermogen en accountability. Hiermee kunnen recensenten kijkers informeren, nieuwe inzichten geven en woorden geven aan gevoelens. Het is veel meer dan louter een mening. Het is een vak dat vraagt om talent, training, vaardigheden, hard werk en natuurlijk een grote liefde voor film.
Waarom zo negatief?
De belangrijkste toegevoegde waarde van filmkritiek is natuurlijk het onder de aandacht brengen van bijzondere films die anders misschien onder de radar zouden blijven. Kleine films, tegendraadse films, uitdagende films, films zonder een groot marketingbudget. Elise: “Wat ik altijd een heel fijn compliment vind, is als mensen zeggen: ik las je recensie, en hoewel jij best kritisch was, voelde ik toch dat het een film voor mij was. Dus ik ben erheen gegaan en ik heb ervan genoten.”
Maar als aandacht voor kwaliteit het voornaamste nut is van filmkritiek, waarom dan soms die vreselijke kraakrecensies? Is dat niet onvriendelijk voor makers die jarenlang met hart en ziel aan hun film hebben gewerkt? “Ik zou niet alleen maar willen schrijven over films waar ik enthousiast over ben”, erkent Jort. “Ik ben enthousiast over het medium als geheel. De corrigerende tik in filmjournalistiek heeft een functie. Stel dat er een grote film is waar iedereen hoge verwachtingen van heeft. En ik denk: wat is dit nou voor wanproduct? Dan wil ik de filmbezoekers ervoor behoeden dat ze er € 15 voor betalen. Als ze dat wel doen, zijn ze vervolgens minder geneigd om een bioscoopkaartje te kopen voor een film die dat wel waard is.”
Elise vult hierop aan: “Er is een verschil tussen een negatieve recensie en een echte kraakrecensie. Als ik een negatieve schrijf, dan hoop ik dat de makers dat ook kunnen lezen als constructieve feedback. Ik ben me er altijd van bewust dat een maker er met liefde aan heeft gewerkt. Dus probeer ik in mijn kritiek heel serieus te zijn en heel helder te krijgen waar het misgaat. In het theater, waar de afstand tussen maker en recensent wat kleiner is, heb ik het een keer meegemaakt dat een maker naar mij toe kwam en zei: “Ik vind het natuurlijk niet leuk om een negatieve recensie te krijgen, maar je wist wel de vinger op de zere plek te leggen.” Kraakrecensies bewaar ik voor films waarbij ik het idee heb dat ze worden gemaakt met een bepaalde gemakzucht. Daar kan ik wel boos van worden. Zeker in Nederland, waar we nou eenmaal geen enorme sloot geld hebben voor film en talent jaren moet wachten op een kans.”
“Kraakrecensies, moet ik eerlijk zeggen, vind ik vaak wel het leukste om te schrijven”, erkent Jort. “Het is makkelijker om op een komische manier onder woorden te brengen waarom iets niet deugt en soms is het gewoon fijn om even je frustratie van je af te schrijven. Tegelijkertijd wil je niemand kwetsen. Als iemand jaren aan een project heeft gewerkt en ik dat helemaal de grond in boor, dan voelt dat niet helemaal fair. In het geval van films waarbij ik behoorlijk zeker weet dat de makers die besprekingen niet onder ogen krijgen, is het makkelijker. Bij Nederlandse films ben ik iets subtieler met de toon, hoewel het rapportcijfer natuurlijk niet verandert.”
De grootste toegevoegde waarde van negatieve kritiek is dat het context schept. Een filmredactie moet een impressie geven van het totale aanbod van het medium. Een uitmuntende film is nog uitmuntender in vergelijking met een zwakke productie of de middelmaat.
De lat mag hoger
Wat zijn de grootste valkuilen van het vak? En wat is de voornaamste kritiek die recensenten zelf krijgen, terecht of onterecht? Elise: “Ik zie heel veel films en moet soms uitkijken dat ik niet verzadigd raak. Dus dat je alleen nog maar positief kan worden over films die echt iets compleet nieuws of iets compleet anders doen, en dat publieksfilms die zijn gemaakt volgens een geijkte formule mij iets minder raken. Een echt goed gemaakte publieksfilm moet je ook kunnen beoordelen op zijn merites.”
“Een andere valkuil is dat er tegenwoordig al snel een buzz ontstaat rond bepaalde films. Dit gebeurt vooral op filmfestivals. Recensenten kunnen elkaar in één richting gaan praten. Ik probeer dat zelf te vermijden door na persvoorstellingen snel weg te gaan en in mijn eentje mijn mening te vormen. Wat trouwens een groot verschil is tussen film en theater is dat je een theatervoorstelling bijwoont met betalend publiek. Dan voel je wat een voorstelling doet in een zaal. Dat mis je heel erg bij film, waar je een persvoorstelling vaak bezoekt op een maandagochtend in een zaal in een buitenwijk. Met name bij komedies kan dat uitmaken.”
Een vaak gehoorde kritiek op filmjournalistiek is volgens Jort dat er een kloof zou zijn tussen recensenten en het publiek: “Toen afgelopen maand de Michael Jackson-biopic veel negatieve recensies kreeg, hoorde ik veel het verwijt dat filmcritici een beetje uit de hoogte zouden zijn. Het is toch een leuke film? Wat doen we nou moeilijk? Ik ga niet mee in het frame. Een zesje is niet goed genoeg. De lat mag hoger liggen.”
Nadat een Britse criticus Jimmy’s Hall een kruising noemde tussen Flashdance en The Full Monty, klaagde regisseur Ken Loach dat recensenten te vaak louter andere films gebruiken als referentiekader, terwijl het doel van film is iets te vertellen over de wereld. Heeft Loach daar een punt? Elise: “Het kan zeker een valkuil zijn dat je alleen binnen die filmbubbel gaat kijken. Nu vind ik het zelf juist altijd heel erg fijn om, zeker als ik meer essayachtige stukken schrijf, het een beetje open te breken en in een groter geheel te plaatsen.”
Jort: “Met een maker als Ken Loach doe je wat mij betreft geen recht aan zijn werk als je het niet over de maatschappelijke context hebt. Maar alle films hebben een bepaalde visie op de wereld. Dat moet je contextualiseren. En voor de rest probeer ik er heel erg op te letten dat je nog wel een beetje te volgen bent, en niet alleen maar de film vergelijkt met tientallen titels die niemand wat zeggen. Je moet er niet van uitgaan dat iedereen dezelfde bagage heeft als jij.”
Writers blocked
Een veelgehoorde klacht van scenarioschrijvers over recensies is dat zij te weinig erkenning krijgen. “Die kritiek is terecht”, zegt Jort meteen. “Als filmrecensenten zijn we te snel geneigd om alles wat werkt of niet werkt op het conto van de regisseur te schrijven. Ook wij zijn gevoelig voor dat romantische beeld van de regisseur als creatief genie. Als scenarist, maar ook als editor, set-designer of kostuumontwerper, zul je harder moeten werken om op te vallen. Overigens vormen de producenten naar mijn idee de groep die daarbij het meest getroffen wordt. Mijn oproep richting scenaristen is om assertiever te zijn. Wees niet te bescheiden en eis die plek gewoon op.”
“Dat is absoluut een valkuil waar ook ik nog wel eens in trap”, geeft ook Elise toe. “We blijven ook standaard zeggen: `Een film van…’ plus de naam van de regisseur. Het is misschien een beetje een flauw tegenargument, maar je kunt natuurlijk nooit iedereen noemen die heeft bijgedragen aan de film. Maar je kunt het natuurlijk ook omdraaien. We hebben bij Filmkrant het beleid om niet altijd alle acteurs te benoemen. Alleen als een bepaalde acteur heel erg opvalt, en dan moet je uitleg geven waarom die wordt benoemd. Daar probeer ik me ook wel een beetje aan te houden: ook met regisseurs, scenaristen, cameramensen.”
Filmfluencers
“Onlangs nog hoorde ik over een collega die een bepaalde maker niet meer mag interviewen omdat hij een negatieve recensie heeft geschreven over diens film”, vertelt Elise. “Dat vind ik vrij vergaand. Ook omdat het naar mijn idee niet een onredelijke recensie was.” Dit soort vetes zijn gelukkig niet aan de orde van de dag, maar ook niet totaal ongewoon. Hoe kijken Jort en Elise aan tegen de verhouding tussen critici en makers?
“Ik snap dat er frustratie zit bij filmmakers als na jaren hard werk zo’n rotcriticus jouw film finaal de grond in boort,” zegt Jort. “Ik kan me wel voorstellen dat dat ergernis oplevert. Wat critici betreft: op het moment dat jij geen levensvreugde meer vindt in je vak en je alles gaat afkraken, dan had je al tien jaar geleden je perskaart moeten inleveren. En die mensen lopen ook rond.” Toch wijzen Jort en Elise erop dat filmkritiek overal onder druk staat. Bij veel publicaties worden professionele filmcritici wegbezuinigd. Jort: “Waar zijn straks die mensen die met kennis van zaken de kleine films met vuur en passie gaan promoten?”
Elise merkt op: “Ik zie dat er bij persvoorstellingen steeds vaker influencers worden uitgenodigd. Terwijl filmjournalisten een embargo hebben om een recensie te schrijven, mogen zij meteen al posten.” Vaak zonder voorwerk of eindredactie. Het draait louter om promotie en zoveel mogelijk clicks. Elise: “Ik vind dat wel een zorgelijke ontwikkeling. Ik denk dat makers ook niet zitten te wachten op zulke oppervlakkigheid. Dat is op de lange termijn frustrerender dan filmjournalisten die af en toe kritischer zijn. Ik geloof dat het overgrote deel van de filmcritici hun werk op een verantwoordelijke manier doet.”
Scènes uit een verstandshuwelijk
Voor hun frustraties over filmkritiek hebben makers één prettige uitlaatklep: namelijk hoe zij critici – voor film of voor andere kunstvormen – neerzetten in hun verhalen. Naast de bevooroordeelde snob uit Birdman, werden ze door de jaren heen uitgebeeld als dronkenlappen (Citizen Kane), manipulators (All About Eve) en collaborateurs (Le Dernier Métro).

Sommige makers gaan verder bij het vereffenen van rekeningen. In Inglourious Basterds wordt de filmcriticus in oorlogstijd weliswaar een gentleman-spion, maar toch verpest hij de missie met dodelijke gevolgen door een gebrek aan praktijkkennis. Iets beoordelen en iets zelf doen is toch niet hetzelfde, lijkt Quentin Tarantino hiermee te zeggen. The Lady in the Water is nog bruter. Schrijver-regisseur M. Night Shyamalan zet een criticus neer als een pedante nitwit die uiteindelijk door monsters wordt verscheurd.
Jort lacht: “Ik heb alle begrip dat filmmakers op deze manier een beetje tegengas geven. Sterker nog, ik zou het een eer vinden als een filmmaker die een hekel aan mij heeft ooit een personage Jort van Slooten zou noemen en die op een gruwelijke wijze om het leven zou brengen.”
Overigens zijn er ook mildere voorbeelden. In Ratatouille wordt een culinair criticus uit zijn hooghartige lethargie gehaald als één hap van een gerecht een warme jeugdherinnering terugbrengt. Prompt werpt hij zich op als verdediger van nieuw talent. Er is hoop voor het verstandshuwelijk tussen critici en makers!
