Tussen tekst en textiel
Bij het uitkomen van Wuthering Heights (Emerald Lily Fennell, 2026) – losjes gebaseerd op de gelijknamige roman van Emily Brontë – kreeg het kostuumontwerp veel aandacht. Niet per se positief. Door onder andere Cathy’s ultrastrak korset en haar plastic baljurken bleef de chemie tussen haar en Heathcliff vooral cosmetisch, meldden de recensenten. Maar zat die keuze voor postmodern design al in het script? Wie voegde deze extra verhaallijn toe? Hoe zit het eigenlijk met de chemie tussen kostuumdesign en scenario? Tussen tekst en textiel? We vragen het Ellen Lens die werkte aan films als Een schitterend gebrek (2024) en Quo Vadis, Aida? (2020) en Thijs van der Heijden van En iemand anders (2025) en Ik ben geen robot (2023).
Voor Ellen Lens begon haar carrière ooit in de jaren tachtig bij wat nu het Kunstmuseum Den Haag heet. Daar stond bij het samenstellen van de openingstentoonstelling ‘Het teken van de mode’ kennis centraal. “Er werd niet zozeer gelet op uiterlijkheden, het ging veel dieper. Er ging echt een wereld voor me open. Mij werd de dubbele laag, de betekenis achter kleding duidelijk. Ze waren daar bezig met verbanden te leggen tussen de Franse Revolutie en de punkbeweging!” Het was nog in de tijd dat veel in het Frans ging, de taal van de mode. Vanuit die museale wereld werd ze gevraagd om research te doen voor production designer Ben van Os voor de avant-garde film Prospero’s Books (1991) van Peter Greenaway. “Ik heb er niet naar gezocht, maar het kwam op mijn pad”. Daarna volgden vele films, van Greenaway en van een lange stoet van andere makers.
Voor Thijs van der Heijden begon de interesse voor design in film bij de Japanse film Ichi the Killer (2001). Een nogal gewelddadige film, gebaseerd op de gelijknamige manga, waarin de killer in kwestie er nogal extravagant uitziet – bijna als een Japanse David Bowie – in bijna doorschijnende, glanzende gewaden en daarmee scherp contrasteert met zijn wrede karakter. Het fascineerde hem zo dat hij koos voor de opleiding Production design aan de Filmacademie, waar hij zich specialiseerde in kostuumontwerp (lichting 2017). Inmiddels heeft hij een indrukwekkend portfolio opgebouwd.

Scripts lezen
Sidney Lumet zei ooit dat het doel van film is dat het het denken stimuleert en de geest aan het werk zet, en zo ziet Lens het ook. Vanuit die stelling gaat ze aan het werk, niet om alleen te entertainen, film moet echt een stap verder gaan. Daarop selecteert ze ook de scripts die ze krijgt aangeboden, die ze vaker wel dan niet afwijst. “Ik zie alles voor me, dus ook als het niet klopt.” Een scenarist krijgt ze eigenlijk nooit te zien, behalve als die ook de regisseur is. Ze werkt liever met regisseurs die ook het script schrijven. Ze benadrukt dat het script altijd het uitgangspunt is. “Daar wijk je inhoudelijk niet van af.” Ze vindt het lastig als er twee keer een vertaalslag vanaf het papier naar beeld moet worden gemaakt. Ook met zo’n regisseur moet ze echt een klik hebben, en dat moet natuurlijk ook wederzijds zijn, voordat ze ja zegt op een project. Ze spreekt van geluk dat ze die luxe heeft. Ze wijst scripts af als het niet haar genre is, of als het onderwerp meer iets is voor een beginnend iemand. Ook wijst ze af als ze er veel dingen in leest die ze niet voelt. “Mijn motto is ‘Based on a true feeling more than a true story’. Ik moet vooraf weten dat ik het verhaal rijker kan maken, anders begin ik er niet aan. Ik wil ook zeker weten dat ik het af ga maken, want ik stap niet meer uit als de ‘trein’ eenmaal rijdt. Ik steek meestal wel een half jaar intensief in een film, daarna ben ik uitgeput.”
Van der Heijden heeft geen echte voorkeur voor bepaalde genres, hij is vooral nieuwsgierig naar het onbekende. Hij weet eigenlijk al van tevoren wat voor smaak script het zal zijn als hij de schrijver of regisseur die het hem aanbiedt al kent of hun werk heeft gezien. Dan kan het scripts alsnog taai zijn of juist lekker lezen, maar hij kent het idee erachter en heeft al gesprekken gevoerd. “Je bent door die gesprekken eigenlijk meteen een paar stappen verder zonder een letter te hebben gelezen.” Als dat idee hem niet aanspreekt begint hij er niet eens aan en anders leest hij het script en is het eigenlijk al een ja. “Ik probeer het de eerste keer heel sec te lezen en niet meteen bij een stunt te denken aan dubbele sets kleding die dan nodig zijn. Het gaat me eerst puur en alleen om het verhaal en pas bij de tweede lezing gaat mijn ‘technische brein’ aan.”
Moodboards
De volgende stap is voor Van der Heijden niet het bepalen van de kleding. “Daar zit echt nog een stap tussen.” Eerst wil hij vaststellen in welke visuele wereld de film zich bevindt. “Welke arena moeten we voor ons zien, in welke tijd zitten we, welke visuele referenties heeft de regisseur al op tafel liggen.” Aan de hand van allerlei toepasselijke afbeeldingen die ze verzamelen, maken zowel Lens als Van der Heijden moodboards, bouwen een beeld op en vinden dat ene haakje om op door te gaan.

Lens vertelt dat een beeld nooit letterlijk in haar ontwerpen terug te zien is, maar wel voor haar de emotie weergeeft. “Ook deel ik de beelden als referentie met het castingbureau dat de figuratie moet zoeken.” Moodboards zijn niet per se heel specifiek, dan gaat het vooral om het gevoel. “En soms gaat het al meer richting de sfeer van bijvoorbeeld een bepaald leren jack,” vertelt Van der Heijden. “De uitwerking komt bij mij echter in alle gevallen veel later, na inhoudelijke gesprekken met de regisseur, cinematograaf en production designer. Ik zou het interessant vinden daar de scenarist bij te hebben, maar dat gebeurt nooit. Daarvoor is het filmtraject te afgesloten.” De preproductiefase van onderzoek en opbouw verkiest hij boven die op de set, waar alles heel dynamisch is. “Al geeft dat ook energie.”
Knopen uit het Victoria & Albert
Lens vertelt dat het voor haar altijd gaat om kijken, kijken en nog eens kijken. Observeren. En reizen. “Ik heb in veel verschillende culturen en religies rondgekeken en meegedaan. En al die indrukken bepalen de manier waarop ik kijk en dingen met elkaar associeer.” Vooral bij historische films komt daar nog luisteren bij, dan luistert ze naar muziek uit die tijd. “Voor de hoofdpersonages ontwerp ik de kostuums meestal zelf, maar voor de bijrollen en figuratie put ik ook uit bestaande archieven, ook dat van mezelf. Uit die in Londen huurde ik eens materiaal van Women in Love (Ken Russell, 1969) waar de naam van acteur Alan Bates in stond. Voor mij was dat het ultieme besef van ‘een kostuum’. Het was voor mij bijna een mens, die jas, een personage. Sinds de Brexit kom ik er niet meer. En dan te bedenken dat ik vroeger juist veel inspiratie uit die stad vandaan haalde. Zoals het Victoria & Albert Museum. Ik verdiepte me er in de schilderijen, las er veel over. Ze hebben een hele collectie knopen. Sindsdien heb ik ook iets met knopen.” Als ze een kostuum huurt, verwisselt ze de knopen voor het beoogde effect.
Van der Heijden deelt met collega Kristien Lammers een studio waar ze een kledingarchief hebben. “Kostuumontwerpers maken graag gebruik van Het Kostuumhuis in Aalsmeer – er is daar veel te vinden – maar voor een film die zich afspeelt vóór 1960, wijken we uit naar Londen, Parijs of Berlijn.” Met Bernadette Corstens heeft hij gewerkt aan jarenzeventigfilms (Piece of my Heart (2021) en Toen we van de Duitsers Verloren (2023)). “Dan kun je bij tweedehandskledingwinkel Episode in Amsterdam heel soms nog wat vinden, maar vaak is de maat niet goed. Mensen waren toen minder fors. Dan moet je alsnog door een coupeur kleding laten maken, maar dat kan alleen voor het hoofdpersonage, anders wordt het te duur.”

Waterlooplein
Kostuumdesign is zoveel meer dan alleen de buitenkant, het moet juist van binnenuit komen. Research is onmisbaar. “Als je niet weet hoe Bacchus (Romeinse god van de wijn, red.) door de eeuwen heen is afgebeeld, kun je een metafoor erover ook niet overbrengen,” zegt Lens. “Dat heb ik ook met mijn studenten aan de Filmacademie gedeeld.” Voor het oorlogsdrama Quo Vadis, Aida? verdiepte Lens zich in de verslagen van de Serviërs en in die van de slachtoffers. Om te begrijpen wat voor militairen Dutchbatters waren dook ze in verslagen van het Joegoslavië Tribunaal, bekeek uren authentiek filmmateriaal, huurde een oud Dutchbatter als adviseur. De beroepsmilitairen waren heel andere dan de Amerikanen die in Vietnam hadden gevochten en op wie regisseur Jasmila Zbanic de personages in eerste instantie had willen baseren, zoals Stanley Kubrick dat in Full Metal Jacket (1987) deed. De tatoeages en beschilderde helmen uit Kubricks film bleken dit keer niet bruikbaar.

Ook Van der Heijden duikt in de achtergrond bij het verhaal en de personages. Voor de korte sciencefictionfilm Ik ben geen robot (2023) ging hij op zoek naar dat wat sterk zou afsteken tegen het mechanische van een robot. Regisseur Victoria Warmerdam koos voor de arena van een kantoor waar alleen vrouwen werken. Van der Heijden zocht daar vloeiende kleding en zachte materialen bij, maar omdat de arena daarnaast ook absurdistisch en tijdloos moest zijn, zocht hij naar haakjes die pasten bij het jarenzestigkantoor met ronde vormen dat in Brussel als locatie was gevonden en combineerde dat in samenspraak met production design met onder andere moderne koptelefoons en smartphonehoesjes.
Voor de roadmovie Toutes Directions, Noël Loozen (2026) was hij vooral blij met de vondst van een vies, oud, maar iconisch jasje op het Waterlooplein, dat voor hem de toon zette van het hoofdpersonage. “Dat is een gevoelsding dat ik niet goed kan uitleggen, maar zo’n vondst voelt magisch.”
Kleding met een boodschap
“Kleding hoeft niet perfect te zijn, het mag niet eens helemaal perfect zijn, maar het moet wel passen bij het karakter,” vindt Lens. Ze vertelt dat ze niet goed tegen typetjes kan, personages die zo opzichtig gekleed gaan dat het pijn doet. Ze wil personages niet belachelijk maken. “Daarmee schiet je je doel voorbij.’’ Iedereen is naakt geboren en kleedt zich met aandacht is haar uitgangspunt. De essentie van kleding is niet alleen een silhouet maar is vaak ook een statement. De dragers van de lage broeken die over de bil vallen en van veterloze schoenen verwijzen direct naar het gevangenisleven, waar riemen en veters verboden zijn. “Die kleding heeft een boodschap, valt samen met degene die de kleding draagt.” Bij de historische wraakwestern Brimstone (Martin Koolhoven, 2016) koos ze voor ruwe, onaangename stoffen. Hoewel die schuurden en pijn deden, maakten die het de acteurs makkelijker zich in hun rol in te leven.
In een interview met de Volkskrant vertelt Carice van Houten iets soortgelijks. “Bij Game of Thrones droeg ik een kostuum met van die ellenlange tovenaarsmouwen die over de grond slepen. Praktisch gezien was het bloedirritant, maar het gaf me wel meteen de houding die ik nodig had voor die rol. Dan merk je toch: kleding kan je houding versterken.” Ook Van der Heijden kan dat beamen. “Zo’n kledingstuk doet fysiek iets met je. Bij de doorpas met acteurs is het fijnste moment als je merkt dat een ensemble de acteur helpt met het zijn van zijn personage, als iemand er echt naar gaat bewegen.”
Doorpas
Als al het onderzoek is gedaan, de voorbereidingen zijn getroffen en de kleding klaar hangt, volgt de doorpas, waarbij de acteurs de kleding dragen en je kunt zien of het inderdaad samenvalt met het karakter zoals bedacht of, liefst nog, dat het het personage optilt. De foto’s die dan worden gemaakt, worden gebruikt om vast te leggen wie wanneer wat op de set aanheeft, zodat degene die de continuïteit waarborgt daar houvast aan heeft. Dan wordt ook duidelijk of iemand niet te lang hetzelfde aanheeft, of dat dat juist goed werkt.
Wuthering Heights
Lens heeft Wuthering Heights niet gezien, maar vermoedt dat er in het script geen duidelijke aanwijzingen naar het kostuumdesign hebben gestaan, juist omdat de regisseur en scenarist dezelfde persoon zijn. Van der Heijen denkt ook dat er geen verwijzingen in het script stonden. “Dat is ook niet nodig. De Britse actrice, regisseur en scenarioschrijfster Emerald Lily Fennell wilde vooral dat broeierige, dat seksuele aspect van de roman vanuit het perspectief van een 17-jarige laten zien. Ze was zelf nog geen achttien toen ze voor het eerst het boek las. Ik denk dat dat perspectief al genoeg aanwijzingen gaf voor de keuze voor de kostuums.”
Verder lezen
Interview met Ellen Lens in ‘Nooit Meer Slapen’, VPRO, 31 januari 2019.
Elise van Dam, ‘Het verlangen, het smachten, de lust, de destructie; niets kruipt onder je huid in Wuthering Heights’ in de Volkskrant, 11 februari 2026.
Maricke Nieuwdorp, ‘Kostuumontwerpers over hun vak. Het personage is van nek tot schoen van ons’ in Filmkrant, 26 augustus 2020.
Bo Fasseur, ‘Alles uit de kast’ in de Volkskrant, 31 maart 2026.
Rebecca Raap, ‘De verborgen betekenis van kostuumontwerpen’ in MovieMeter, 11 juni 2022.
