‘De NPO blijft de grootste aanbieder van Nederlandstalige fictie’

Nog voor hij aantrad als genremanager fictie bij de NPO wist Sebastiaan Leeman (1991) dat er bezuinigd moest worden. Hoewel het aantal series iets krimpt, ziet hij nog genoeg kansen voor ambitieuze producties, onder meer door internationale samenwerking. In dit gesprek blikt hij vooruit naar een toekomst waarin NPO Start een cruciale rol speelt.

“Hoe hebben ze dat voor elkaar gekregen?” Deze vraag popt regelmatig op in het hoofd van Sebastiaan Leeman. Als hij tijdens het kijken naar een film of serie bijvoorbeeld wordt verrast door een complexe cameratechniek, zoekt hij meteen op hoe de makers het hebben aangepakt. Deze nieuwsgierigheid past bij zijn functie. Sinds april 2025 is Leeman genremanager fictie bij de NPO. Zijn nieuwsgierigheid  ontstond echter al veel eerder: Als het gaat om films en series omschrijft hij zichzelf als ‘veelvraat’. Van maatschappelijk drama tot SF, hij kijkt het allemaal. Dat begon al tijdens zijn jeugd in Houten. Thuis volgde hij series, maar hij ging ook vaak naar de bioscoop in Utrecht. Leeman vroeg zich steeds vaker af wat er nou precies achter de schermen gebeurde. “Als ik één serie zou moeten noemen waarbij ik het geheim van de meester wilde ontrafelen, dan is dat The Sopranos (1999). Die zat zo goed in elkaar en was zo fascinerend om naar te kijken, dat ik er meer over wilde weten.” Hij zag de serie tijdens zijn studie Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, met Filmstudies als master. Na stages bij onder meer de NTR werd hij dramaturg bij BNNVARA. Hier werkte hij mee aan series als Santos, Red Light en Nood. Enkele jaren geleden stapte Leeman over naar de NPO, eerst als genrecoördinator fictie, daarna volgde hij Hans Schwarz op als genremanager.

Als dramaturg volgde je het schrijfproces op de voet. Je ontvangt nog steeds stapels scripts. Lees je nu anders?
“Natuurlijk lees ik nu met een andere bril. Als dramaturg ben je altijd bezig om een project verder te helpen. Dan heb je bijvoorbeeld gesprekken over knelpunten in het script, maar bij de NPO zijn we het eindstation. Ik blijf natuurlijk dezelfde persoon, dus de punten die mij opvallen zullen ongeveer hetzelfde zijn. Wat je als genremanager vervolgens met die scenario’s kan doen, is iets heel anders. Hier draait alles om de vraag: mag de serie in productie gaan? Natuurlijk zijn er momenten waarop je een en ander over de scenario’s terugkoppelt, maar bij de NPO gaan we niet meer discussiëren over de juiste plaats voor het midpoint of iets dergelijks. Bij ons draait het meer om de grote lijnen: staat er genoeg op het spel zodat de serie zijn beoogde publiek vindt?”

Leeswerk genoeg: pitches, maar ook scenario’s van series die al in ontwikkeling zijn. Daarnaast beoordeelt hij financieringsplannen, overlegt hij over de programmering voor dit najaar en denkt hij mee over de marketing van producties. “En mocht er tijdens een productie onverhoopt iets misgaan, waardoor de draaiperiode wordt stilgelegd, dan moeten wij de oplevering van een serie opeens een half jaar uitstellen en het schema aanpassen. Ook dat soort taken horen bij mijn functie. Op het eerste gezicht lijkt het misschien een vreemde overstap voor een dramaturg, maar het was een bewuste keuze. Ook bij BNNVARA was ik geïnteresseerd in alle aspecten van het maakproces, van scenario tot de marketing en de financiering.”

Sebastiaan Leeman (foto: NPO/Sheridan Flipse)

Wat waren je ambities toen je begon?
“Dat de NPO een keurmerk wordt voor kwaliteit. En dat geldt dan niet alleen voor high-end series, want ook als wij een soap brengen moet die binnen het genre het hoogst mogelijke niveau halen. Daarvoor geven wij als NPO genoeg ruimte en middelen aan makers, met als doel dat we het publiek bereiken, want daarvoor doen we het uiteindelijk allemaal. Wij hopen veel mensen te raken.”

Denk je dan aan impact of aan kijkcijfers?
“Ik zie dat niet als een tegenstelling. Zonder bereik heb je geen impact. Recent hadden we veel succes met Rust en Vreugd (Omroep MAX), een serie geschreven door Tamara Bos, gebaseerd op een boek van Hendrik Groen. Die startte met twee miljoen kijkers en wist een groot publiek vast te houden. Niet alle series halen die cijfers, maar ik vind dat je altijd wel moet streven naar een zo breed mogelijk publiek. Neem Rampvlucht (KRO-NCRV, 2022), een serie over de Bijlmerramp die werd ontwikkeld door Michael Leendertse. Ik vond dat echt een hele goede serie en hij haalde ook zo’n 1,8 miljoen kijkers. Kwaliteit en succes hoeven elkaar niet uit te sluiten.”

Op het moment dat je solliciteerde wist je al dat er bezuinigingen aankwamen. Nu wordt duidelijk dat die zeer ingrijpend zullen zijn. Hoe gaan jullie daar intern mee om?
“Wij streefden er altijd naar om vijftien series per jaar te maken, maar dat streefgetal hebben we met oog op de bezuinigingen verlaagd naar twaalf. Wij behouden liever de kwaliteit dan de kwantiteit. Ik moet wel zeggen dat deze keuze niet alleen voortkomt uit bezuinigingen, maar ook wordt ingegeven door de kostenstijgingen. Alles wordt duurder en ook de budgetten stegen de afgelopen jaren enorm. Een direct gevolg van de bezuinigingen is wel dat sommige omroepen, zoals de EO en HUMAN, hebben aangegeven te stoppen met het ontwikkelen van fictie. Dat komt voort uit gesprekken die wij achter de schermen hebben over hoe wij efficiënter met elkaar samen kunnen werken. Daarbij is besloten dat sommige omroepen bepaalde genres loslaten. Dat een aantal ervoor kiest om geen drama meer te maken, heeft geen relatie tot het fictiebudget. Het is niet zo dat je kunt zeggen “Die omroep stopt, dus er gaat zoveel miljoen af.” Met twaalf series blijven we toch de grootste aanbieder van Nederlandstalige fictie. En die verantwoordelijkheid voelen wij ook echt.”

Er dient zich nog een andere verschuiving aan: de rol van NPO Start. Voorheen gebruikten kijkers dit platform vooral als ‘terugkijkdienst’ maar inmiddels groeit ‘Start’ steeds meer uit tot een streamer die met name kijkers onder de vijftig aan zich bindt. Vanaf 2027 wordt dit de primaire plek voor nieuwe fictie. “Alles wat wij nu in ontwikkeling nemen is voor NPO Start. Dat is gewoon een gegeven, al betekent dat nog niet dat wij nooit meer een titel op NPO 1 uitzenden. Maar als wij een serie ontwikkelen kijken we wel of de productie een publiek kan vinden in een on demand omgeving. Het vergt dus wel een soort aanpassing voor schrijvers.

Op welke manier?
“Een goed verhaal vertellen blijft altijd een voorwaarde, maar bij een streamingsdienst verwacht je wel dat er een doorkijk-effect in zit. De eerste tien minuten zijn daarbij cruciaal. Blijven de kijkers hangen? Mensen zappen ook niet meer toevallig langs een serie, het publiek moet een serie echt opzoeken op het platform, dus het uitgangspunt voor de serie moet meteen helder zijn. Dat hoeft zeker niet ten koste te gaan van de nuance, maar producties moeten wel een meer onderscheidend karakter hebben. Als een serie niet opvalt, word je ook niet snel gevonden.”

Die punten zou ik ook op kunnen tekenen uit de mond van een manager bij Netflix. Op welke manier onderscheiden jullie je van andere streamers?
“Door onze publieke waarden. Wij vertellen altijd verhalen over de maatschappij waarin we nu leven. Dat geldt zelfs voor historische series. Neem Grand Hotel aan Zee (KRO-NCRV), dat we eind dit jaar brengen op Start. Die serie, geconcipieerd door Fleur Winters, speelt zich af aan het begin van de vorige eeuw. In die tijd ontstond ook de vrouwenbeweging en het vrouwenkiesrecht was nog niet ingevoerd. Door die elementen aan te snijden in het verhaal, zet de serie je ook aan het denken over vandaag. Waar staan we nu als maatschappij? Wat zijn onze verworvenheden en hoe kwetsbaar zijn die? Wij hebben altijd wel de ambitie om meer te bieden dan puur entertainment. Volgend jaar verschijnt ook De Machine (BNNVARA), over het ontstaan van het bedrijf Booking.com. Ook deze serie, geschreven door Daan Windhorst, Nasja Covers en regisseur Michiel van Jaarsveld, zet je aan het denken over de huidige maatschappij. Er is een reden waarom series als Rampvlucht, De Joodse Raad (EO) en Het Jaar van Fortuyn (AVROTROS) te zien zijn bij de NPO. Wij zoeken specifiek naar dit soort titels.”

Still uit Rust en Vreugd met Annet Malherbe (foto: Mark de Blok, Omroep Max)

Als streamen het speerpunt wordt, blijft drama dan nog wel aanwezig op de lineaire zenders?
“Per titel gaan we kijken of een lineaire uitzending een aanvullend publiek oplevert of versterkend werkt. Rust en Vreugd scoort fantastische kijkcijfers op NPO 1. Het publiek is wat ouder dan je zou verwachten op Start, toch wordt de serie ook on demand goed bekeken. Daarbij zie je dat lineair en streaming elkaar versterken. Maar ook in de tijd dat we vooral producties maakten voor NPO 1, hielden we altijd in ons achterhoofd dat de serie ook on demand te zien zou zijn. Dat noemden we destijds de double-hit-strategie: het moest op allebei de media een publiek vinden. Vanaf 2027 laten we dat los.”

Maar blijft er dan nog ruimte over voor een serie als Rust en Vreugd?
“In principe kunnen we alles blijven maken, maar het is een beetje een hypothetische vraag. Of er zo’n serie komt ligt aan het plan dat ons wordt voorgelegd. On demand biedt overigens ook nieuwe mogelijkheden voor schrijvers. Wij vinden het voor Start niet erg als een serie een meer uitgesproken karakter heeft. Het mag wat uitdagender, gedurfder, daar zoeken we ook naar.”

Stel dat je onbeperkt budget had, wat zou je dan graag willen laten zien op Start?
“Deze vraag impliceert alsof er nu iets is dat wij niet kunnen maken door budgetbeperkingen. Maar als ik nu zie wat wij de komende jaren gaan brengen, zijn dat echt de series uit je stoutste dromen. Wij ontwikkelen nu bijvoorbeeld MH17 (KRO-NCRV), in de regie van Diederik van Rooijen naar scenario’s van Anne Barnhoorn, een hele grote serie. We hebben nooit gedacht: dat kunnen wij niet aan. De NPO is echt wel in staat om ambitieuze series te maken van internationaal niveau.”

De NPO werkt dan ook intensief samen met andere Europese landen. Dit gebeurt onder andere binnen het project New 8. Dit is een samenwerkingsverband tussen publieke omroepen uit Denemarken, Duitsland, Finland, Noorwegen, Vlaanderen, IJsland, Zweden en Nederland. Zo werd de serie Elixer (NTR-BNNVARA, 2025) ontwikkeld binnen New 8, evenals recenter De Machine (BNNVARA) en Koning van de Wallen (VPRO), een serie over Casa Rosso-oprichter Zwarte Joop, geschreven door Michael Leendertse en Sarah Offringa en geregisseerd door Tim Oliehoek.

“Die internationale samenwerking bevalt heel goed. Het werkt bovendien ook als een katalysator: door New 8 heb ik regelmatig contact met buitenlandse partijen. We werken bijvoorbeeld al vrij nauw samen met de VRT. Maar als we een coproductie ontwikkelen, moet die wel ontstaan vanuit de inhoud. Wij zitten niet te wachten op Europudding: geforceerde samenwerkingen zonder lokale authenticiteit. Er komt nu een coproductie met de Norddeutscher Rundfunk (NDR) aan: Dark Numbers van BNNVARA. Dit is een thrillerserie over infiltratie in de internationale drugshandel. Die speelt zich af in de havens van Rotterdam en Hamburg. Dit project leent zich voor een samenwerking met Duitsland.”

De NPO krijgt regelmatig kritiek, maar binnen dat maatschappelijke discours hoor je nauwelijks iemand over fictieproducties. Als Rust en Vreugd enorm scoort, Flikken Maastricht (AVROTROS) zich overtuigend weet te handhaven met een nieuwe hoofdrolspeler, Oogappels (BNNVARA) uitgroeit tot een fenomeen en Bodem (BNNVARA) en De Joodse Raad prijzen winnen, waarom schreeuwt de NPO het dan niet van de daken?
“Misschien realiseren mensen niet hoeveel ze genieten van deze series. De publieke omroep is een beetje te vergelijken met water uit de kraan: het is er altijd. Bij een streamingsdienst moet je een abonnement afsluiten, dat is een bewuste keuze en daar heb je allicht een ander gevoel bij. Misschien ligt het ook niet in onze aard om het van de daken te schreeuwen, maar wij zijn megatrots op onze producties.”

Wat zoek je?