Rob Reiner: een oeuvre in oneliners

Het zijn onverwoestbare citaten uit even slijtvaste films: “These go to eleven”, “I’ll have what she’s having” en “You can’t handle the truth”. Als eerbetoon aan de in december 2025 overleden Rob Reiner zetten we het oeuvre van deze regisseur, acteur, producent én schrijver nog eens op een rij.
De dubbele moord op Rob Reiner en zijn echtgenote Michele Singer is niets anders dan een tragedie. Eind vorig jaar stond de pers dagenlang stil bij dit schokkende drama, maar er gebeurde ook iets anders: mensen begonnen terug te kijken op zijn films. En citeerden scènes. Veel teksten uit zijn oeuvre nestelden zich in ons collectieve geheugen. Dat is niet toevallig. In de late jaren zeventig was hij zelf een comedywriter. Schrijven bleef hij doen, maar hij verfilmde ook scenario’s van gerespecteerde scenaristen als William Goldman en Nora Ephron. Ook herkende Reiner al vroeg het talent van Aaron Sorkin. Hoewel zeker niet alle vermaarde citaten voortvloeiden uit Reiners eigen pen, creëerde hij meestal wel de omstandigheden waarin ze ontstonden. We leggen er zes onder de loep.
“These go to eleven” – This is Spinal Tap(1984)
Sommige schrijvers staan sceptisch tegenover improvisatie, maar van veel klassieke quotes wordt beweerd dat ze op de set spontaan ontstonden. “Like tears in rain” uit Blade Runner, bijvoorbeeld, of “We’re gonna need a bigger boat” uit Jaws. Ook Rob Reiner gunde zijn spelers veel ruimte. Voor zijn bioscoopdebuut This is Spinal Tap werden vrijwel alle dialogen geïmproviseerd. Deze film is een fake documentaire over de Amerikaanse tournee van een fictieve Britse metalband. Hij groeide uit tot een culthit, verplicht kijkvoer in tourbussen van echte rockers. Fans begonnen de dialogen te quoten. De onelinermet de meeste impact blijft “These go to eleven”, afkomstig uit een scène waarin leadgitarist Nigel Tufnel (Christopher Guest) zijn gitaarcollectie en apparatuur showt. Neem zijn versterker, die gaat niet tot 10, maar tot 11. “It’s one louder, isn’t it?” Als de interviewer (Reiner zelf) droogjes informeert waarom ze niet gewoon “tien” luider laten klinken blijft Tufnel even stilletjes op een kauwgumpje kauwen, kijkt dan op en zegt: “These go to eleven”. Deze uitspraak verwierf een eigen plek binnen de Engels taal. In 2022 werd hij opgenomen in The Shorter English Dictionary. Hoewel Guest de zin ter plekke bedacht, kwam hij niet helemaal uit de lucht vallen. Reiner was samen met acteurs Michael McKean, Christopher Guest en Harry Shearer begonnen aan een conventioneel scenario voor This is Spinal Tap, maar hij ontdekte dat zo’n fictieve documentaire meer baat had bij improvisatie. Uiteindelijk werkten ze een outline uit van zo’n zestig pagina’s, waarin de scènes niet stonden uitgewerkt, maar wel beknopt werden beschreven, zoals hieronder:
He points out that he has his amps customized with special dials. Unlike most amps, whose highest volume level is indicated by a “10” on the dials, Nigel’s dials go up to 11.
“I never had any friends later on like the ones I had when I was 12- Jesus, did you?”- Stand by Me (1986)
Midden jaren tachtig waagde Reiner zich voor het eerst aan een werk van Stephen King. Het ging om een novelle, The Body. Dit keer stond bij King niet de gruwel centraal, maar de interacties tussen vier opgroeiende jongens uit het stadje Castle Rock, die op zoek gaan naar het dode lichaam van een vermiste jongen. De film kreeg een andere titel die juist hun onderlinge band benadrukte: Stand by Me. Het scenario van Raynold Gideon en zijn schrijfpartner Bruce A. Evans sprak Reiner aan, maar hij miste focus. “In de eerste versie was Gordie slechts één van de vier personages”, vertelde Reiner aan Variety. “Hij was een toeschouwer. Hij stond niet centraal in het verhaal.” De schrijvers gaven hem gelijk en maakten van Gordie de voornaamste protagonist. Ze schreven ook een voice-over, ingesproken door acteur Richard Dreyfuss, die als een inmiddels volwassen Gordie terugkijkt op zijn jeugd. De teksten voor deze vertelstem plukten de scenaristen vaak regelrecht uit The Body. Zo ook de veel geciteerde slotzin: “I never had any friends like the ones I had when I was 12 years old – Jesus, did you?” Deze mijmering raakte bij velen een snaar. De prachtzin schetst zowel de kracht van jeugdvriendschappen als het gebrek aan onvoorwaardelijke kameraadschap op latere leeftijd. Een passende afsluiter voor deze coming of age-film. In de novelle staat de zin niet aan het slot, niet eens halverwege. Door deze woorden heel trefzeker aan het einde van Stand by Me te plaatsen, wordt een fraaie observatie opeens gepromoveerd tot een veelzeggende conclusie.
“Hello. My name is Inigo Montoya. You killed my father. Prepare to die.” –The Princess Bride (1987)
Nog zo’n regel uit een boek. In 1987 verfilmde Reiner The Princess Bride, een avontuurlijk sprookje van William Goldman, die het begin jaren zeventig schreef voor zijn eigen dochters. Omdat de auteur ook de gewaardeerde scenarist van onder meer Butch Cassidy & The Sundance Kid en All the President’s Men was, schreef hij ook zelf het script. Het verhaal gaat over stalknecht Wesley (Cary Elwes) die zijn geliefde Buttercup (Robin Wright) probeert te bevrijden uit de klauwen van een pedante prins. Tijdens zijn omzwervingen ontmoet hij de Spaanse schermer Inigo Montoya (Mandy Patinkin). Aanvankelijk kruisen ze de degens, maar uiteindelijk bundelen ze hun krachten. Montoya wil zijn vader wreken die is omgebracht door een zesvingerige man. En laat dat nu net de handlanger zijn van de prins die Buttercup heeft geschaakt. Montoya repeteert continu de zin die hij wil uitspreken als hij oog in oog staat met de moordenaar van zijn vader: “Hello. My name is Inigo Montoya. You killed my father. Prepare to die.” In The Princess Bride zitten veel zinnen die de tand des tijds hebben doorstaan, “As you wish” bijvoorbeeld of “Inconceivable”. Maar het gepassioneerde dreigement van Montoya is misschien nog wel het meest blijven hangen. Mogelijk komt dat door de herhaling of door het ritme van de woorden, waardoor ze een mythische klank krijgen. Maar de zinnen zijn vooral memorabel door het personage dat de ze uitspreekt. De fijnbesnaarde Montoya mag misschien uit zijn op wraak, hij blijft iemand met een litteken op zijn ziel. Onvergetelijke zinnen worden vaak uitgesproken door onvergetelijke karakters.
“I’ll have what she is having” – When Harry met Sally (1989)
Er is al veel geschreven over de legendarische orgasme-scène in When Harry Met Sally (1989), ook in PLOT, maar het bijbehorende citaat mag op deze lijst niet ontbreken. Het scenario voor deze relatiecomedy ontstond, nadat de recent gescheiden Rob Reiner tegen scenariste Nora Ephron leegliep over zijn frustrerende bestaan als vrijgezel. Het raakte een snaar bij Ephron en na verloop van tijd ontstond er een verhaal over de vriendschap tussen Harry (Billy Crystal) en Sally (Meg Ryan), die een hechte vriendschap opbouwen waarbij de liefde zich keer op keer aandient. Reiner vertelde Ephron vaak over de manieren waarop mannen dachten over vrouwen. Zij wist hem in die gesprekken te shockeren met het feit dat veel vrouwen orgasmes faken. Reiner stond perplex. Echt??? De conversatie werd omgeschreven naar een aanvankelijk verbale scène. Tijdens een scriptlezing besloot Meg Ryan echter ter plekke voor te doen hoe vrouwen een orgasme faken. Dat deed ze luid met een extatische mimiek. Deze hilarische toevoeging werd meteen onderdeel van de scène die om het lekker gênant te maken gelijk maar werd gesitueerd in een vol restaurant. Billy Crystal verzon de punchline. Als Sally haar overtuigende performance beëindigt, zegt de vrouw aan het tafeltje naast hen tegen de ober: “I’ll have what she’s having.” De slotzin van Stand by Me liet al zien dat de plaats van een bepaalde uitspraak cruciaal kan zijn voor de effectiviteit. Dat geldt misschien nog wel meer voor komische zinnen. De orgasme-scène was al hilarisch, maar de toevoeging “I’ll have what she’s having” maakte hem onbetaalbaar. In comedytermen noem je dat een ‘topper’: een grap die doorbouwt op een vorige grap om een nog grotere lach uit te lokken.
“I’m your number one fan” – Misery (1990)
In 1984 maakte Stephen King na een reeks vuistdikke horrorboeken een uitstapje naar fantasy: The Eyes of the Dragon. Verstokte fans reageerden bitter teleurgesteld. In 1987 publiceerde King een thriller met de nodige gruwelijkheden die de liefhebbers van het eerste uur misschien meer kon bekoren, maar die tegelijk ook over henzelf ging. De fan is Annie Wilkes, een verpleegster. Zij verslindt de boeken die auteur Paul Sheldon schrijft over de heldin Misery Chastain. De schrijver zelf kan dit personage niet meer uitstaan. Hij laat haar omkomen om nooit meer over haar te hoeven schrijven. Kort daarna krijgt hij een ernstig auto-ongeluk en wordt gered door… Anne Wilkes. “I’m you number one fan” laat ze hem weten, maar zodra ze ontdekt dat hij Misery heeft laten sterven houdt ze Sheldon gevangen en dwingt hem om de reeks voort te zetten. Een karakter als Annie Wilkes kan gemakkelijk uitgroeien tot een karikatuur. Reiner wilde ondanks haar bizarre gedrag de menselijkheid van het personage behouden. Hij ging op zoek naar de juiste steractrice om de rol te spelen. Hij lunchte met Bette Midler, maar die voelde er niet veel voor. Nu was het niet alleen de tweede keer dat Reiner werkte met een boek van King, hij koos na The Princesse Bride ook weer voor Goldman als scenarist. En die ging vaak naar theater. Daar zag hij regelmatig Kathy Bates spelen, die groot was op de planken, maar nog niet bekend was als filmactrice. In zijn onderhoudende boek Which lie did I tell beschrijft Goldman hoe hij haar zag in het toneelstuk Frankie and Johnny in the Clair de Lune. In een aangrijpende scène zag hij in haar ogen paniek “en tegelijkertijd een soort wonderbaarlijke hoop”. Nadat Goldman aan Reiner vertelde dat hij de rol wilde schrijven voor Kathy Bates, ging die meteen akkoord. Omdat het bedrijf van Reiner de film onafhankelijk produceerde, kon het een relatief onbekende actrice casten. En dat betaalde zich uit. De woorden “I’m your number one fan” klinken uit haar mond zowel als een dreiging als een compliment. Soms worden zinnen opgetild door een acteur.
“You can’t handle the truth” – A Few Good Men (1992)
Tot slot een van de meest geciteerde quotes uit een Reiner film: “You can’t handle the truth”, uit het rechtbankdrama A Few Good Men (1992). Deze legendarische zin werd uitgesproken door Jack Nicholson in zijn rol als kolonel Nathan Jessep. Deze ijzervreter zit in de getuigenbank vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op een soldaat. De jonge advocaat Daniel Kaffee (Tom Cruise) vermoedt dat de moordenaars op bevel van hogerhand handelden en wil de waarheid boven tafel krijgen. Tijdens een spannend kruisverhoor weet de jurist de kolonel met zijn confronterende vragen zodanig te tergen dat Jessep zijn beheersing verliest en buldert “You cant’ handle the truth”. De film is gebaseerd op een toneelstuk van de destijds nog piepjonge Aaron Sorkin. Het idee kwam tot hem via zijn zus: die was militair jurist. Hij ontwikkelde zijn stuk tijdens workshops in de kelderruimte van het New Yorkse theater Playwrights Horizons. A Few Good Men werd een hit op Broadway. Reiner zag het talent van Sorkin en regisseerde de film. En die werd klassiek, net als de legendarische zin. Op internet wordt nu beweerd dat uitgerekend die zin niet afkomstig is van Sorkin maar van Nicholson. Uit diverse interviews blijkt echter dat Sorkin nog altijd trots is op zijn woorden. Wat is nou ‘the truth’? Artikelen die de zin aan Nicholson toeschrijven baseren zich allemaal op één bron: Impromtu – Leading in the Moment van Judith Humphrey. De zin staat echter niet alleen in diverse beschikbare versies van het script, maar zelfs al in het toneelstuk. Je kunt veilig constateren dat Sorkin die beroemde vijf woorden zelf schreef. Nicholson maakte ze legendarisch met zijn dictie. En de man die deze twee toptalenten met elkaar verbond was Rob Reiner.
