‘We moeten niet bang zijn’

Laila Bakker ontdekte haar passie voor scenarioschrijven tijdens haar opleiding aan de Schrijversvakschool. Hoewel ze eerder al schreef voor het online magazine VICE, groeide het verlangen om in fictievorm verhalen te vertellen. Ze ontwikkelde zich verder aan de Scenariovakschool, waar ze in 2024 afstudeerde. Tijdens haar studie werd de door haar geschreven korte film Slapende Honden (2024, geregisseerd door Gus Wolf Wickerhoff) vertoond op het Nederlands Film Festival en haar poëtische film Randgevoel (2023, Tessa Joosse) draaide op het Nederlands Poëziefilm Festival. Verder werd ze voor meerdere talentontwikkelingstrajecten geselecteerd, waaronder Team Up 3 (Scriptbank), Nieuw Licht (Hollands Licht) en ’t Klasje (Pupkin). Sindsdien werkt ze aan meerdere film- en serieprojecten, waarin haar eigenzinnige en licht vervreemdende stem duidelijk naar voren komt.

Laila Bakker (foto Tessa Joosse)

Schrijf je momenteel aan iets?
Ja. Ik werk aan een subsidieaanvraag voor het Filmfonds voor een speelfilm (jeugd). Een serie waaraan ik met twee andere schrijvers en een producent werk, zit in de pitchfase. Daar kan ik nog niet zoveel over zeggen.

En ik werk aan serie vanuit een heel persoonlijk idee. Het verhaal is geïnspireerd op mijn jeugd, maar wel gefictionaliseerd. Mijn moeder was eigenaresse van een coffeeshop in Utrecht, een van de oudste die nog bestaat. Ik ben daarin opgegroeid. De beeldvorming hiervan is vaak in criminele setting, terwijl het ook pioniers waren, gewone mensen met goede bedoelingen. Ik wil laten zien hoe dat zich verhoudt tot een gezin dat daarin opgroeit. De complexiteit van opgroeien in een Nederlands fenomeen.

Mijn moeder is kortgeleden overleden. Dat maakt dat dit project een bepaalde diepte heeft gekregen waardoor ik voorzichtig ben met me verbinden aan bijvoorbeeld een regisseur of producent. Ik wil zeggenschap hebben, omdat het een belangrijk verhaal is voor mij om te vertellen.

Ook schrijf ik met regisseur Jasper de Bruin aan een korte film. Het gaat over wat er gebeurt als drugs de sluier tussen de werelden van de levenden en de doden opheft. Een vast weekendje losgaan met vriendinnen, allemaal millennials in hun laatste fase ‘adulting’, krijgt een spookbezoek. De vrouwen proberen het nadrukkelijk te negeren, net zoals ze de crisisstaat van de wereld opzijzetten. In mijn hoofd is het Crossroads meets A Ghost Story. Een antikapitalistisch manifest, maar dan met saus.

Is schrijven je hoofdberoep?
Nee. Ik ben in eerste instantie afgestudeerd in Visual Art & Design Management aan de HKU en werk als zakelijk coördinator bij culturele stichting LOLA. Dat is mijn broodwerk. Maar fulltime schrijven is mijn doel. Ik hoop dat over een paar jaar te kunnen doen.

Still uit Slapende Honden (regisseur Gus Wolf Wickerhoff en studentproducent Casper Boon)

Word je gelukkig van schrijven?
Ja. Dat is echt de reden waarom ik het doe. Het is het enige waarbij ik het gevoel heb dat ik thuis ben. Daar droomt iedereen denk ik wel van, dat je iets vindt wat je goed kan en wat je elke dag wil doen. En het is ook mijn manier van dingen leren begrijpen. Een vorm van denken. Als ik iets heb geschreven heb ik ook iets geleerd over mijzelf of over de wereld.

Voor welke film ben je onlangs naar de bioscoop gegaan?
Ik ben als laatst naar Die My Love geweest. Ik vond hem interessant en mooi, vooral qua kleuren. Hij verraste me een paar keer. Het einde vond ik wat abrupt.

Een andere film die veel indruk op me maakte was Falcon Lake. Dat is ook een soort ghost story, maar heel poëtisch gefilmd. Het plot is bijna miniscuul, maar de sfeer is waanzinnig. Ik hou van dat soort ingetogen films waarin alles klopt.

Weet je wat voor Nederlands drama momenteel op televisie cq streamers te zien is?
Jazeker. Ik kijk veel, omdat ik vind dat je niet dingen kan maken zonder te weten wat er gebeurt in de filmindustrie. Laatst zag ik Amsterdam Empire, over een coffeeshophouder. Ik keek dat wel met een dubbele blik, vanwege mijn eigen achtergrond. Het was wat we gewend zijn rond de beeldvorming van coffeeshops, maar er zaten zeker goede stukken in en het had een fijne vaart. Zeker de scènes achter de ‘achterdeur’ en omtrent de dochter vond ik interessant.

Ik vond Bodem ook goed. Dat had voelbare pijn, een eigen vorm en stem. Ik vind dat we in Nederland iets te vaak films en series in eenzelfde vorm proberen te gieten. Maar deze serie stemde me hoopvol dat mensen ook hun eigen vorm mogen vinden en dat daar ook vraag naar en waardering voor is.

Heb je behalve schrijven nog andere bronnen van inkomsten?
Ja, niet alleen mijn werk bij LOLA. Ik heb tijdens mijn afstuderen, toen ik zwanger was en ineens weinig klussen had, uit nood geTempert. Ik werkte ineens op vreemde plekken, bijvoorbeeld in een darkstore. Dat was een plek zonder ramen, met alleen TL-licht, waar je binnen drie minuten boodschappen moest verzamelen en scannen. Ik denk dat zulke plekken eigenlijk het best weergeven wat de staat van de mens is. Doordat ik net zwanger was, was het contrast extra heftig. Ik had een leven in me en tegelijkertijd had ik het gevoel dat ik op een dode plek was. Die ervaring heb ik meegenomen naar mijn afstudeerscript: DARK STORE (90min.) bij de Scenariovakschool, onder begeleiding van Chris Westendorp. Dat script wil ik ooit nog uitwerken naar een speelfilm.

Ik ben nu ook aan het jureren voor scenario-wedstrijd FinalFinal, opgericht door Cinesud Nord en New Nordic Wave. Ik moet daarvoor veel scripts lezen en het is interessant om te zien hoe anderen schrijven.

Op de set van Slapende Honden (foto Anne Hartog)

Welke film had je willen schrijven? Als je één film kon kiezen?
The Banshees of Inisherin. Omdat het zweeft tussen waarachtig en absurd. Je gelooft het, terwijl het tegelijkertijd erg ongeloofwaardig zou klinken als je het in een pitchdocument zou zetten. En het is heel simpel, maar helemaal niet saai. Het deed me een beetje denken aan een sprookje. Ik houd van oude sprookjes, waarbij er iets heel gruwelijk in mag zitten, maar het ook iets liefs heeft.

Wat is je sterkste kant als schrijver?
Ik heb een eigen stem die ik niet uit kan zetten en het schijnt dat mensen daarnaar zoeken. Misschien gaat dat ooit nog wel eens tegen me werken, bijvoorbeeld als ik voor een ander schrijf, maar dat is ook een kwestie van vakmanschap, die stem in dienst van een ander inzetten. Ik heb ook wel eens gehoord dat ik sterke karakters en goede dialogen kan schrijven. Maar wat ik zelf denk is dat ik empathisch ben, waardoor ik me echt inleef in mijn werk en dat als ik schrijf ik eerlijk ben, tot op het botte af.

Wat moet je als schrijver nog leren?
Het vermogen om mezelf te verkopen. En wat zelfvertrouwen. Want eigenlijk merk ik altijd als ik aan het werk ben, of als ik anderen feedback geef, dat ik me superzeker voel. Maar ik ga heel snel wankelen, omdat ik het graag goed wil doen.

Ik hou van feedback en dat is goed. Maar ik heb wel eens de neiging alles direct toe te passen. En soms moet ik leren de feedback niet te letterlijk te nemen, maar zelf uit te zoeken waar het probleem echt zit.

Van wie heb je het vak geleerd?
Van de Scenariovakschool. Ik had goede docenten en een fijne lichting. We lezen, op aanvraag, nog steeds elkaars werk. Je leert enorm veel van het bespreken van andermans scenario’s. Je eigen werk is altijd mistig, maar bij een ander zie je het vaak helder. Ik denk dat je ook veel moet lezen, niet per se alleen kijken. En doen. Gewoon heel veel doen.

Aan wie moet de Laila Bakker-schrijfbokaal worden uitgereikt?
Misschien aan Koen Mortier. Hij is niet bang, ookal moet ik soms wegkijken bij zijn films omdat ik het te heftig vind. Het kijkt compromisloos. En hard. Dat mag ik wel. Ik vind dit een lastige vraag. Die ik elke dag anders beantwoord, denk ik.

Wil je nog iets kwijt?
Ik denk dat we wat minder bang moeten zijn. Als filmmaker, als producent, als omroep, als mens. Dat we meer naar onszelf moeten durven kijken en naar de ander. Echt kijken. En dat we niet bang moeten zijn voor wat we zien en moeten leren niet weg te kijken. Zoiets. Heel meta en abstract. Mijn vader zei laatst, “bedankt dominee”, toen ik stopte met praten. Ook dat ben ik.

Wat zoek je?