Een rotleven en toch vechten voor schoonheid

Als je de grote filmfestivals in de gaten houdt, valt op dat de afgelopen jaren sprake is van een ‘Dutch New Wave’. Nederlandse makers die hoge ogen gooien op het internationale toneel. Neem Ena Sendijarevic, Viktor van der Valk, Sam de Jong, Jeroen Scholten van Aschat en Mees Peijnenburg. Die laatste studeerde af met de film Cowboys janken ook en maakte de One Night Stand Geen koningen in ons bloed, waarvoor hij een Gouden Kalf in ontvangst mocht nemen. Vanaf 3 september draait Paradise drifters in de Nederlandse bioscopen, Mees’ debuutfilm die in première ging op het IFFR en een internationale première op de Berlinale kreeg. Een film die voortborduurt op het milieu waar hij met Geen koningen in ons bloed ingedoken is, over drie zoekende jongeren aan de periferie van de samenleving.

Hoe ben je begonnen met filmmaken? 
“Ik denk dat ik altijd aangetrokken geweest ben tot bewegend beeld, als kind extreem. Daarnaast was ik vroeger veel aan het skateboarden. Mijn vrienden konden dat erg goed, beter dan ik. Zo gebeurde automatisch dat ik met m’n cameraatje achter hen aanging. Eigenlijk begon ik dat steeds leuker te vinden. Ik ging filmpjes maken. Van alles en nog wat, mijn hond filmen onderweg naar de markt en daar dan tekst onder leggen. Ik was heel erg aangetrokken tot alles om het filmproces heen. Toen ging ik een tijdje acteren, dat was niet helemaal wat ik zocht. Vervolgens belandde ik op een opleiding in Denemarken, waar je camera, productie, scriptschrijven, alle disciplines, in een sneltreinvaart kon proeven. Ik kwam tot de conclusie dat ik het heel leuk vond om alles te doen en toen heb ik toelating gedaan voor de Filmacademie. Met cameraman Jasper Wolf over beelden brainstormen maar ook met acteurs bezig zijn of het ritme van een edit uitvogelen, het is allemaal leuk. Zo is het gekomen dat ik ben gaan regisseren.”
 
Wat inspireert je? 
“Foto’s en muziek. Ik lees erg langzaam. Als ik schrijf vergeet ik vaak woorden op te schrijven, ik ben veel meer met het beeld bezig. Ik luister veel podcasts, muziek en bekijk extreem veel fotografie. De fotoboeken Bronx Boys van Stephan Shames, Tiny van Mary Ellen Mark en Story/No Story van Tobias Zielony waren een grote inspiratie in de voorbereiding van Paradise Drifters.”


Wat is de rode draad in jouw films? 
“Ik denk een bepaald soort behoefte aan de medemens. De zoektocht naar de liefde van een ander. De existentiële vraag waarom ik niet alleen kan zijn. Of in ieder geval niet alleen wil zijn. Wat ik zie terugkomen in veel van mijn films is dat wat tussen mensen bestaat op het spel wordt gezet. Mijn eindexamenfilm, Cowboys janken ook, gaat over twee beste vrienden waarvan de ene door toedoen van de ander in een coma terechtkomt. De schuldvraag en de liefde tussen hen moet een nieuwe balans vinden. Vooral het gevecht dat volgt vind ik mooi. Dat gevoel van, jij bent mijn meest dierbare op dit moment en ik zal alles doen om te herstellen wat ik misdaan heb.”
 
De thema’s die je noemt raken heel erg aan de problemen van deze generatie. Het is een eenzame generatie, constant op zoek naar zingeving en verbinding. Net zoals jij, eigenlijk. 
“In de televisiefilm Geen koningen in ons bloed gaat het over een broertje en een zusje die opgroeien onder de vleugels van jeugdzorg. De balans tussen broer en zus staat op het spel. Daar waren de grote vragen: Hoe verhouden broer en zus zich tot elkaar als mama wegvalt? Wat is een bloedband versus een gecreëerde band? Het ging over de zoektocht naar een thuis, naar een houvast.
 
Paradise drifters is een vervolg op die thematiek. Wat als je volledig losgezongen bent? Zonder vangnet. We volgen drie individuen die alledrie op zoek zijn naar hun eigen bestaan, hun eigen redding. Het ene personage probeert de problemen van zijn broer op te lossen, die in de gevangenis zit. De ander is ongewenst zwanger en probeert een bestemming te vinden voor haarzelf en de baby. En de derde worstelt met mentale problemen, met zichzelf, de kwetsbaarheid van zijn geest, versus de wereld waar hij inzit. Alledrie vrijgevochten, losgezongen, op jacht naar een betere toekomst. Die levens interfereren met elkaar – en zonder spoiler: ik denk dat die levens mooier zijn samen. En dat moeten deze personages leren.”

Hoe ben je terecht gekomen in het milieu van ‘Paradise drifters’? 
“Het begon bij een maalstroom aan research. Ik kwam een artikel tegen, jaren geleden, over een jeugdgevangenis. Naar aanleiding daarvan ben ik gesprekken gaan voeren en blijven onderzoeken. Wat als alle ingrediënten voor een rotbestaan aanwezig zijn, maar de mens toch voor iets hoopvols, iets moois vecht – voor schoonheid. Ondanks dat ik niet hetzelfde leven geleid heb, merkte ik dat ik een gek soort herkenning en bijna jaloezie voelde voor de kracht van de jongeren waarover ik las. Dagelijks ontluiken mooie nieuwe verhalen in de stad. Elke keer dat ik terugkwam van een bezoek aan zo’n instelling was ik achterovergeslagen van de kracht in die kids. Het is zeker geen mooi leven, maar die strijd, dat is zó mooi. Iedereen heeft zijn eigen verhaal.”
 
Voel jij als filmmaker een maatschappelijke verantwoordelijkheid? 
“Totaal. Het enige wat ik heel lastig vind, is mijn positie. Ik heb in geen van beide films het systeem willen aanvallen of daar kritiek op leveren. Ik wil het juist hebben over de menselijke kracht binnen zo’n systeem. Ik heb niets tegen jeugdzorg Nederland of begeleiders of wat dan ook. Dat is niet mijn plek en ik weet daar ook niet genoeg van. Desalniettemin gaan mijn films wel over producten van een bepaald systeem. Daarom vond ik de viewings met het Leger des Heils en jeugdzorg heel spannend. En juist zij waren erg enthousiast, dat we de pijn maar ook het gevecht voor een beter leven lieten zien. Zo zien zij het namelijk ook. Er is daar een hoger doel.”
 
Kun je iets vertellen over het schrijfproces van ‘Paradise drifters’? 
“Ik ben geen opgeleide schrijver maar heb altijd affiniteit gevoeld met schrijven. Dus ik zou zeggen, ik doe wat ik kan en daarbinnen probeer ik het beste te doen. Ik heb enorm veel geleerd doordat ik Paradise drifters in mijn eentje heb geschreven, maar ben ook heel blij dat ik Bastiaan Kroeger (met wie Peijnenburg Geen koningen in ons bloed schreef, red.) er nu weer bij heb. Bij Paradise drifters zie ik nu ook aan alle kanten wat ik anders had kunnen doen. Maar ik heb op improvisatieniveau veel geleerd.

De outline van de scènes heeft er altijd gelegen, maar kwam tot leven als ik aan het repeteren was met Tamar van Waning en Jonas Smulders, die de hoofdrol spelen in de film. Jonas is acteur en Tamar niet. Jonas heeft een bepaalde fijngevoeligheid, Tamar een aanstekelijke brutaliteit. En die moeten iets met elkaar. Die hebben allebei hun eigen insteek en een eigen manier van praten. De teksten blijven vloeibaar, omdat het bij mij erg op de hartslag zit. Mijn hart moet sneller gaan kloppen van een interactie en de precieze woorden die dan gebruikt worden vind ik minder belangrijk. Mijn vertelstijl is niet tekstueel. Hij wordt bepaald door de gevoelswereld die ik wil neerzetten, in plaats van bijvoorbeeld Revolutionary Road, dat scherp op dialoog is geschreven. Daar kan ik erg van genieten, maar zo’n soort maker ben ik niet. Dus wat betreft het schrijfproces, er ligt zeker een afgerond script als ik begin met repetities. Maar niets staat vast.”
 
Heb je advies voor beginnende schrijvers? 
“Oei, dit vind ik een hele gevaarlijke vraag. Niet van jou hoor, meer voor mij. Ik heb zoveel geleerd namelijk. Vertel niet te weinig, vertel niet te veel… Het zijn vooral hele kleine dingen, specifieke details die grote impact op de film gehad hebben. Die zijn moeilijk aan te wijzen. Het is wel zo dat ik de edit uitstapte en me voornam de volgende keer gewoon een Hero’s journey te maken. Drie verhalen door elkaar, dat nooit meer. Ontzettend moeilijk. En nu zit ik weer in een film met vier perspectieven, haha. Kijken hoe lang dat zo blijft.”
 
Kun je daar iets meer over vertellen? 
“Het is iets heel anders dan Paradise drifters. Samen met Bastiaan ben ik nu iets aan het ontwikkelen over een echtscheidingsdrama. Er is nog niet veel over te vertellen, we zijn nog maar net begonnen, maar ik kan wel zeggen dat het goed grimmig wordt. Totale psychologische oorlog.”

[i]Foto Mees Peijnenburg: Lucas van der Rhee
Stills uit film: Pupkin[/i]

Wat zoek je?