De geboorte van Travis Bickle

De beste scenario’s komen tot stand door heftige conflicten of via de meest bizarre omwegen. In de serie anekdotes over het schrijfproces dit keer het verhaal hoe Taxi Driver werd geboren uit een diepe crisis.

 

Veertig jaar na release wordt Taxi Driver steeds weer ontdekt door nieuwe generaties. Het verhaal van Travis Bickle, de dolende jongeman in het verloederde New York wiens eenzaamheid zich ontlaadt in een bloedbad, raakt een snaar bij een brede groep filmkijkers, een opmerkelijk bereik voor zo’n grimmige film. Wat is het aan Taxi Driver dat blijft boeien? Het geweld, de sferische beelden en de legendarische ‘You talking to me’-scène? Of is het dat de makers heel dicht bij een prangende thematiek stonden waar bijna niemand over durft te praten?

Scenarioschrijver Paul Schrader groeide op in een streng calvinistische familie in Michigan. In het gezin Schrader werd er niet voor teruggeschrokken het geloof er met de riem in te slaan. Meerdere gezinsleden pleegden zelfmoord. Binnen dit religieuze milieu waren televisie, stripboeken en popmuziek uit den boze. Paul zag pas voor het eerst een film toen hij op zijn zeventiende ’s nachts uit huis kon sluipen.

Als student raakte Schrader verslingerd aan film, vooral aan de naoorlogse Europese cinema. Hij kreeg een baan als recensent in Los Angels, publiceerde het boek ‘Transcendal Style in Film: Ozu, Bresson,  Dryer’ en koesterde ambities als filmmaker. Maar als ‘jongen’ uit de provincie raakte hij ook in de ban van de zelfkant van de grote stad. Nadat hij werd ontslagen en de vriendin voor wie hij van zijn vrouw was gescheiden de relatie verbrak, dreigde hij te worden opgeslokt door die wereld.

Schrader sliep in zijn auto of in de flat van zijn ex-vriendin als zij de stad uit was. Nachtenlang zwierf hij over straat, bezocht pornotheaters en ontwikkelde een fetisj voor vuurwapens. Toen hij met een maagzweer op de eerste hulp belandde, besefte hij dat hij in geen weken met iemand had gesproken. Te midden van deze puinhoop schreef Schrader in tien dagen een script over eenzaamheid, verteld via de belevenissen van een taxichauffeur, die hem een geschikte metafoor leek voor isolement in de grote stad. “Het script sprong uit me als een wild dier,” zei hij later in interviews. “Ik schreef over Travis Bickle als een vorm van therapie, om te voorkomen dat ik het zelf werd.”

Schrader wist uit het dal te klimmen met de hulp van zijn ouder broer Leonard, die om de dienstplicht te ontwijken een paar jaar in Japan had gewoond en terugkeerde vol boeiende verhalen over de Japanse maffia. Samen schreven de broers hierover een script ‘The Yakuza’, dat ze met de treffende pitch ‘The Godfather meets Bruce Lee’ verkochten voor een recordbedrag. Plotsklaps gold Paul Schrader als een belangrijk scenarist in Hollywood. Dit was het moment om Taxi Driver uit de la te halen.

Het script trok de aandacht van de eigenzinnige producers Bill en Julia Philips, aanstormend acteertalent Robert De Niro en regisseur Martin Scorsese, die was opgevallen met Mean Streets en Alice Doesn’t Live Here Anymore. Ineens werd dit op het oog niet-commerciële project een aantrekkelijke investering voor Columbia Pictures. Ook hielp het dat Taxi Driver perfect aansloot op de Amerikaanse tijdsgeest van de jaren ‘70. Vietnam, Watergate, recessie en een explosie van eigenzinnige cinema maakten het klimaat klaar voor films over de antiheld.

De rauwe emotie van het Taxi Driver-script stamde uit de eerste versie, toen Schrader aan de grond zat, maar als succesvol scenarist met voortschrijdend inzicht deed hij enkele belangrijke herschrijvingen. Het script ging niet langer over eenzaamheid, maar over hoe Bickle zijn eenzaamheid onbewust in stand houdt. Een subtiele verandering aan het einde maakt duidelijk dat Bickle’s neergaande spiraal niet is doorbroken. De Niro en Scorsese herkenden veel van hun eigen gevoelens in het script, en verwerkten die in hun werk.

Uit dit unieke creatieve driemanschap van Schrader, Scorsese en De Niro werd iets geboren wat een sleutelfilm blijkt te zijn tot gewelddadige lone wolfs als Mark Chapman en Anders Breivik, die wellicht potentieel in ons allemaal zitten. Hoe dicht Taxi Driver bij deze pathologie ligt, bleek een paar jaar later. Schrader werd bij zijn kantoor opgewacht door een woest ogende jongeman, die hem eiste te vertellen ‘hoe hij over hem te weten was gekomen’. Schrader begreep dat hij te maken had met the real thing. Een heftig gesprek volgde, waarin Schrader uitlegde dat de pijn die deze jongen voelde misschien uniek leek, maar iets is wat hij en tientallen anderen met hem hadden doorgemaakt.

Bron:
‘Easy Riders, Raging Bulls’ – Peter Biskind (1998)’Making Taxi Driver’ – Laurent Bouzereau (1999)

Wat zoek je?